Figures of Speech Femke & Lander Gyselinck
Sollen met ritme
Verkeersregelaars met armen als molenwieken, dansers bezig aan hun ochtendgymnastiek, in groep kabbelende lichamen, ... De meest vreemde figuren en associaties zetten de dansers neer in ‘Figures of Speech’. De choreografieën van Femke Gyselinck gaan in gesprek met het percussiewerk van broer Lander. Niet één op één, ze resoneren met elkaar. Samen vormt dat een subliem spel van beweging en ritme.
Zus en broer Gyselinck deelden tien jaar geleden al eens samen het podium. In ‘Flamer’ (2016) namen ze elkaars rol over van drummer en danser. Wat toen een intieme productie was, breidt ‘Figures of Speech’ uit met maar liefst vier percussionisten en zeven dansers. De slaginstrumenten staan achteraan opgesteld op het enorme speelvlak van het Concertgebouw, maar ze maken integraal deel uit van de scenografie. Je ziet ze blinken in het licht van de spots, met hun hout- en zilverkleurige materialen. Daarvoor lopen en springen de dansers, maar ook de muzikanten hossen geregeld ertussen. Het geheel heeft wat weg van een popconcert.
Femke Gyselinck werkte na haar studies aan de Brusselse dansschool PARTS negen jaar als artistiek assistente bij Rosas. Ze leerde er hoe je vele performers samenbrengt in ritmische patronen en strak ruimtelijk bewegen. Precisie en structuur wisselt zij hier af met speelsheid en vrijheid. Ze verkiest kwetsbaarheid boven perfectie. Haar eigen bewegingen zijn sierlijk en frêle, de andere dansers ontwikkelen elk hun persoonlijke signatuur in haar creaties. Haar danstaal is resoluut abstract: aan boodschap of narratief heeft ze geen nood.
Lander Gyselinck is 4 jaar jonger, en zelf een gekend figuur in de Belgische en internationale muziekwereld. Hij drumt, componeert en produceert met een veelheid aan genres van jazz, hiphop, pop en experimentele muziek. Eind 2025 rondde hij een doctoraatsonderzoek af waarin hij elektronische dansmuziek akoestisch hertaalde. Het resultaat, ‘Hihats in Trees’ (ook op Spotify) vormt het muzikale vertrekpunt voor deze voorstelling. Hiphop en techno worden in ‘Figures of Speech’ dus gespeeld met drums, marimba, en tal van andere, ondefinieerbare materialen. De muziek klopt, tikt, wrijft, tokkelt zonder enig tussenkomst van synthesizers of elektronica.
Ritme in de hoofdrol
De voorstelling begint evenwel minutenlang zonder enig geluid. Als het publiek binnenkomt staan de dansers in het duister in freeze stand. Dan zet één danser langzaam een beweging in. Een TL-lamp knipt aan. Een tweede danser komt erbij op eenzelfde cadans. Kleine zijwaartse passen met breedvoerig armwerk. Langzaam en simpel, in rijen van links naar rechts en terug. Ze bouwen op tot de zeven dansers meebewegen, nog altijd in volle stilte, en tot alle TL-lampen oplichten.
Nu start een sneller ritme. De dansers huppelen kriskras door elkaar, één klapt tussendoor even op de knie. Dan weer terug naar een langzamer cadans. Af en toe vormen zich duetten en danst de hele groep samen. Ze trekken een danser bij één voet de vloer over, dragen een andere boven hun hoofd. Soms gebeurt er iets unisono bij enkele dansers, heel even maar. Dan valt de beweging weer uiteen. Precies in het onvoorspelbare ligt het grote plezier voor de performers, lijkt het. Telkens weer springen ze uit de dans, stuikt het tempo ineen.
De klankkleuren zijn verbluffend: vaak weet je niet eens welk instrument je hoort.
Even haperend en traag komt de muziek op gang. De drummers zetten het ene nummer na het andere in. Niet in één vloeiende lijn, maar met telkens nieuwe aanzetten. Zoals bij een muziekalbum: de ene track volgt op de andere, in een sneller of trager tempo. De klankkleuren zijn verbluffend: vaak weet je niet eens welk instrument je hoort. (In een interview spreekt Lander over een sleutelbos en een keukenklopper.)
Het eerste deel van ‘Figures of Speech’ loopt opvallend stroef. Elke aanzet wordt weer afgebroken. Alles voelt aan alsof ze het publiek willen uitdagen. Van de Franse filosoof Henri Maldiney leerde ik ooit het verschil tussen ritme en cadans. Cadans heeft een cyclische structuur, ritme is veranderlijk, grillig. Maldiney betoogt hoe er ook ritme zit in schilderijen, afbeeldingen, scènebeelden: vormen die terugkomen, kleuren die eruit springen, lijnen die uitdeinen of net onderbroken worden,… Femke en Lander Gyselinck houden het bij zuiver dans en muziek. Maar daarbinnen exploreren en spelen ze, sollen met het ritme en laten het alle hoeken van de bühne zien en horen. On purpose.
Geen muziek zonder dans
Op een gegeven moment vraag ik me wel af of de muziek niet de hele voorstelling is. Ze lijkt te domineren. Maar als ik later de muziek alleen beluister, mis ik de speelsheid, het wriemelende van de dansers. Dat dansen gebeurt nooit (of amper) één op één met de muziek. Je ziet de choreografie een eigen leven leiden. De muziek zet aan, maar begeleidt niet. Het maakt dat je nooit alles en iedereen tegelijk kan volgen. Even laat ik mijn blik uitzoomen en focus ik op geen van de dansers of muzikanten. Het versterkt het gevoel van een vloeibare werkelijkheid waarin ik als toeschouwer wordt opgenomen. Ik laat me dobberen op het ritme.
Wanneer twee xylofoons (of zijn het marimbas?) inzetten, ontstaat er toch uiteindelijk iets van een opbouw naar een hoogtepunt. Nu mag het, we werden genoeg geteased. De groepsdynamiek komt ten volle op dreef. De dansers geven elkaar hun bewegingen door. Grappig is daarbij dat hun uitgestrekte armen niet eindigen in gracieuze vingers, maar in afgestompte vuisten. Met stoere passen stappen ze vervolgens rond met handen in hun zij, als marionetten. Vrolijk en uitgelaten.
Alles is beweging en afwisseling van ritmes.
’De scheiding van ritme en melodie is een historisch gegroeid denkpatroon – terwijl ritme ook melodie is en omgekeerd’ schrijft Lander Gyselinck in zijn thesis. En : ‘De eerste jazzmuziek is geschreven om op te dansen.'
Op dat denken berust de hele voorstelling. Alles is beweging en afwisseling van ritmes. Die ritmes hoor je dan eens van de drummers achteraan, zie je dan weer van de dansers vooraan. Je voelt dat ritme vaak meer dan dat je het hoort of ziet. Iets organisch broeit, ontwikkelt zich, bouwt zich op. Femke en Lander Gyselinck schuiven de hoogtepunten en anticlimaxen constant over en door elkaar heen, en creëren zo een rijk krioelend universum.
Opeens moet ik aan ‘Drumming’ van Rosas denken. In 1998 creëerde Anne Teresa De Keersmaecker haar choreografie op de muziek van Steve Reich. Een iconische productie die vandaag nog hernomen wordt (twee dansers die in ‘Figures of Speech’ meedansen, dansten er ook ooit in mee). Het sublieme spel van Femke en Lander Gyselinck roept eenzelfde gedrevenheid op. Groots en meeslepend gesol met ritme.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz