Toneel

FEEST! theater arsenaal

Geef ons theater de revue terug!

Heel soms betrap ik mezelf op N-VA-achtige sentimenten. Zoals na bijna drie uur ‘FEEST!’, de grootse jubileumvoorstelling die theater arsenaal dit weekend drie keer opvoerde voor zijn 70e verjaardag. Ruud Gielens plakte daarvoor twintig scènetjes uit evenveel producties uit al die jaren simpel aan elkaar met een schetterend seniorenorkest, een arsenaal aan spelers en de Lazarussen als ceremoniemeester. Levend Vlaams erfgoed over generaties heen: nooit gedacht dat me het zo zou emotioneren.

Uitgelicht door Wouter Hillaert
FEEST!
Wouter Hillaert theater arsenaal, Mechelen
24 maart 2026

Het hoogtepunt van de afsluitende zondagsmatinee van ‘FEEST!’ viel gek genoeg ná de voorstelling. Terwijl zowat vijftig spelers en muzikanten net hun staande ovatie hebben gekregen – contentement over de hele zaal – wordt er nog één speciale toeschouwer bij geroepen. Alice Toen, intussen 101 maar nog altijd even kras, krijgt een stoel tussen de troepen op scène en begint uit het vuistje te vertellen over de start van theater arsenaal in 1956, als Mechels Miniatuur Theater (MMT): op een vloertje van vier bij vier in een opslagruimte van brouwerij Lamot boven een café, omdat de vermaarde Luc Philips ook in Mechelen een kamertoneel wou zoals Arca in Gent of het NKT in Antwerpen. Toen was erbij. Ze speelde op dat kleine podium vele jaren mee en werd zelfs directeur van het MMT.  

Nu heft ze spontaan een Duits lied aan dat ze 55 jaar later ook zong in haar wederoptreden bij ’t Arsenaal in 2011, in de Drie Zusters van Michael De Cock. Schön ist die Jugend, sie kommt nicht mehr!” Het is precies dat besef van vergankelijkheid in Toens gecraqueleerde stem, zo wezenlijk voor theater, dat me zo raakt aan haar extra act. Hier, in deze bonte bende op scène, stollen al die zeventig jaren samen in één beeld: van de frisse tieners uit de jongerenwerking van theater arsenaal tot ouderdomsdekens Jaak Van Assche en Tuur De Weert uit de tijd van ‘De Collega’s’. Naast Toen zien ze er ineens zelf jonkies uit.

Zoveel verzamelde begeestering. Zoveel herinnering die zich hier in één gulp weer actualiseert.

Haar zang lijkt nog refreinen lang te kunnen doorgaan, maar dan stopt ze toch. “Nee, die jaren van weleer komt niet meer weer, maar er komt nog zoveel meer!” Het is niet alleen de kortste samenvatting van één theater, maar van alle theater. Van zoveel spelers, teksten, kostuums, lichtontwerpen, repetities, reiskilometers, publieken… die door de decennia de revue zijn gepasseerd en die zullen blijven komen. Zoveel verzamelde begeestering. Zoveel herinnering die zich hier in één gulp weer actualiseert. Zoveel krakende ervaring en nog nakende vervoering. Het is dat gevoel dat van deze verjaardag inderdaad een ‘FEEST’ maakt.

Contrastwerking

Veel van die ontroering heeft te maken met alles wat daarvoor te zien is geweest vóór het roodfluwelen gordijn dat Ruud Gielens voor de gelegenheid weer van de zolder heeft gehaald. Niet toevallig bijt Lazarus de kop af met de opening van hun allereerste productie ‘Wegens succes verlengd’ (2006), waarbij Ryszard Turbiasz in wit kostuum schril afsteekt tegen de vier naakte Lazarussen achter hem, handen voor hun geslacht. Zijn lesje over de kracht van ‘contrast’ zet meteen de toon voor al wat nog zal volgen. Meteen daarna voeren zij ook een stukje op uit de allereerste MMT-productie uit 1956, ‘De verdwaalde plant’: een absurd-filosofische dialoog onder een paraplu, waarbij een dolende man zonder geheugen of identiteit een naam krijgt van een vrouw. Ionesco, Handke en Beckett schuilen stiekem mee.

De contrasten tussen alle stukjes zijn inderdaad groot. Dat is juist de kracht van revue. Zelfs met een lange opsomming kan je er nooit volledig recht aan doen. Overdaad zit ingebakken. Zeven spelers uit de jongerenwerking van theater arsenaal die een kakelverse visuele act uitbeelden over spiking. Tuur De Weert die met een zwart potske en tussen neus en lippen, in half dialect, weer de moord en doodslag oproept van ‘De Pruimelaarstraat’ uit 2009: ontwapenende ambacht. Dat andere MMT-boegbeeld Jos Geens, die naar Gerard Walschap een sappige vertelling begint over de vergeten vierde van de drie koningen (‘De Vierde Koning’, 1992): “Als ge wilt weten hoe het verder gaat, bel mij dan op 0472-en-zoveel.”

In 1985 verketterde dramaturge Marianne Van Kerkhoven het voormalige MMT in ‘Etcetera’.

Of neem hun kompaan Jaak Van Assche, die in zijn solo ‘De bal is rond’ (uit 2003) als volkse voetbaltrainer nog eens uitlegt waarom voetbalgoalen zo groot zijn (iets met het manshoge gras op de oude savanne en onze beperkte hersenlobben): hij doet het zo rad van tong dat het oprecht grappig wordt.

In 1985 verketterde dramaturge Marianne Van Kerkhoven het MMT in ‘Etcetera’ voor zijn “toneel dat op een tv-feuilleton lijkt”, zijn “zuiver reproducerende bezigheid zonder artistieke complexen” en zijn toegift aan “de consumptieve toneelhonger van het publiek”. Haar uitsmijter: “grote teksten of personages met diepgang liggen zeer waarschijnlijk niet binnen hun mogelijkheden”. Daar is in ‘FEEST!’ echter weinig van te merken. Alleen het fragment uit ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf?’ uit 1999, met Hilde van Haesendonck en Jos Geens als het vampirische koppel Martha en George, is veel te overtrokken gespeeld om er de diepe afgrond onder te voelen. 

Kleurige wasdraad

Ook dat is revue: een onuitgegeven trip waarin ook al eens lustig naast de pot wordt gepist. Alleen zijn zulke dwalingen zo voorbij en worden ze telkens vlot doorgespoeld met de populaire deuntjes van het Mechels Senioren Orkest, de smakelijke muzikale intermezzo’s van Rudi Genbrugge, de ‘Karamazow’-dansjes van Lazarus of wat montere interactie met het publiek. Zo komt Günther Lesage de zaal na de derde scène om drie actualiteiten vragen, waarover Freek Mariën van Het Kwartier anderhalf uur later al een gesmeerd dialoogje uitgeschreven heeft voor Greg Timmermans en Ben Segers, vers van de lever. Best wonderlijk, die heel wisselende omgang van de revue met de tijd. Bijna drie uur blijft ‘FEEST!’ duren, maar het vliegt voorbij.

Pas achteraf valt het je op hoeveel er zelfs nog mist uit die lange geschiedenis. Is Lazarus niet oververtegenwoordigd? Waar zijn bijvoorbeeld de jongste jaren onder artistiek leider Willy Thomas? Rode draden zijn er nauwelijks, maar dat hoeft ook niet. Hoogstens voel je hoe deze hele kleurige wasdraad van zeventig jaar theater arsenaal zich altijd is blijven bekommeren om wie er in de zaal zit: niet alleen artistiekelingen die de kunst vernieuwd willen zien, maar ook gewone toneelliefhebbers die na hun dagtaak eventjes vervoerd of verwonderd willen worden.

Meer nog dan een duik in Mechels toneelerfgoed is deze verjaardagsvoorstelling vooral een eerbetoon aan de revue als genre zelf.

Of het nu gaat om repertoire als ‘Lear’ (1995), een hilarische interview-sketch van Lazarus met een milieuminister uit ‘Stukken van Mensen’ (2014/2020) of de ultrarechtse Scipio-speech van Marios Bellas van Socha uit ‘Hannibal’ (2024), uitlopend op een dj-set: steevast is de aanspraak naar de zaal direct en onbemiddeld. De vorm van de revue dwingt dat ook af. Het is een uitwisseling waarin het publiek actief meespeelt. ‘FEEST!’ eert die populaire traditie met volle teugen – en zelfs met een polonaise van de eerste twee rijen over het podium. Zelfs oude knoken en grijze haren blijken nog goed te dansen.

Meer nog dan een duik in Mechels toneelerfgoed is deze verjaardagsvoorstelling vooral een eerbetoon aan het genre zelf. Waarom is de revue in Vlaanderen bijna volledig uitgeleverd aan het commerciële circuit? Met zijn rijke galerij aan losse spelers, zijn intergenerationele interactie, zijn vanzelfsprekende mix van repertoire en experiment, zijn uiterst inclusieve nummertjesstructuur, zijn potentiële politieke kracht en zijn muzikale generositeit zou de revue het theater van vandaag nog zoveel kunnen bijbrengen.  

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz