Tisoveraliets Günther Lesage
Acteur in het slop
"Genoeg is genoeg". Daarover wil Günther Lesage een lezing geven in de voorstelling ‘Tisoveraliets’. Verder dan een paar zinnen komt hij niet. Die geven lucht aan een onderdrukte, machteloze woede. Moet hij echt alles pikken? Is het OK dat hij nauwelijks nog kan leven van zijn métier als acteur, gewoon omdat hij geen followers heeft op Tik-Tok. ‘Tisoveraliets’ weerspiegelt zo de verbijstering van de analoge mens, met zijn warrige verlangens, in het digitaal-juridisch-financiële moeras van de huidige samenleving. Het is hilarisch en intriest: een clownerie die in zijn eigen staart bijt.
Ik zie de voorstelling in wat het sympathiekste theatertje van de Benelux moet zijn. De Theatergarage in Borgerhout is wat de naam zegt: een oude garage, die vijfhonderd buurtbewoners samen kochten en nu runnen. Geen flauwekul hier: je komt binnen in een gang, passeert langs een kleine bar en wie dat wil neemt gewoon zij glas mee de minuscule zaal in. Het publiek is wat ouder, en grotendeels blank, maar alles spreekt hier van een hartverwarmende goesting om met weinig middelen samen iets te doen.
Het is het ideale decor voor de stuntelige entrée van Lesage. Met een ouderwets pupiter, een pak papier en een stoel in de handen wurmt hij zich onhandig langs de publiekstribune. Nog voor hij het verhoogje op de speelvloer opstapt - het enige decor van de voorstelling - keert hij zich al tot het publiek. Als een schlemiel begint hij te ratelen om zich bij voorbaat te verontschuldigen mocht deze avond de mist ingaan. Of we het gemakkelijk gevonden hebben? Of ons wel gemeld was dat hij een lezing zou geven?
Meteen daarna loopt het (uiteraard!) echt mis: als hij zijn verhoog opstapt, struikelt hij. Gegeneerd graait hij zijn dikke stapel papier weer bij elkaar, zet zijn pupiter recht en begint voor te lezen alsof hij al die bladen als bij wonder in de juiste volgorde opgeraapt had. Op dat moment weet het wel zeker: deze stuntelige entrée is bedrog, deel van het stuk. Een stuk over stuntelen. Door het leven stuntelen.
Haast elk woord leidt de spreker af naar een bijgedachte, een anekdote of een terzijde.
Even houterig als een leerling die een spreekbeurt geeft, vat Lesage zijn betoog aan. “Wanneer is genoeg genoeg? Wat ben je van plan te doen met de rest van je enige, kostbare leven? Ik weet niet wat Uw antwoord hierop is, maar wel dat anderen er altijd iets van zullen vinden. Laat je geluk niet meer afhangen van wat anderen van je vinden of van de angst wat anderen van je denken”.
Zelfs die korte mededeling komt er echter niet in één keer uit: haast elk woord leidt de spreker af naar een bijgedachte, een anekdote of een terzijde. Hij heeft het over een doktersbezoek als hij tijdens een opvoering van ‘Julius Caesar’ plots verschrikkelijke pijn in zijn balzak krijgt. Hij vertelt honderduit over zijn ex-vrouw en zijn latere vlam Liesbeth, die hem liet vallen als een baksteen. Hij vertelt hoe geërgerd hij was als zijn vriend Bert daar niets beters op te zeggen had dan “’t Is overal iets”. Hij heeft het ook vaak over de kwelling van het lesgeven aan de academie.
Paranoia en twijfel
Het is een list, want net in die uitweidingen komen de zorgen en ergernissen van Lesage naar boven. Hij stipt aan dat het métier van de toneelspeler niet meer ernstig genomen wordt. Beroemd zijn is belangrijker dan kunnen spelen, zodat ‘echte’, gediplomeerde spelers steeds minder speelkansen hebben. Velen zoeken hun heil in lesgeven om zo nog meer bestaansonzekere acteurs op te leiden. Dat leidt - bij Lesage toch - tot paranoia en twijfel. Die bekampt hij met flatterende fantasieën over de waardering die hij bij anderen geniet.
Anderzijds, en niet alleen om aan werk te geraken, stelt hij zich vaak al te inschikkelijk op. Lesage is geen vechter. Grenzen aangeven lukt hem niet. Haast elke bozige tirade over wat hij wel gezegd had willen hebben eindigt met de zin: “Maar ik zei het natuurlijk niet”. Lesages leven lijkt zo wel “A tale told by idiots, full of sounds and futy, signifying nothing” zoals zijn grote voorbeeld Shakespeare het zei in ‘Hamlet’. Als vanzelf duikt zo ook (de angst voor) ouderdom en dood even op in Lesages tirades. De dood als de enige waarheid. Maar lang staat hij ook daar weer niet bij stil.
Helemaal zuiver op de graat is Lesage - het personage in dit stuk tenminste - niet.
Helemaal zuiver op de graat is Lesage - het personage in dit stuk tenminste - trouwens niet. Soms lijkt hij behoorlijk passief-agressief, bijvoorbeeld als hij het heeft over zijn ex-vrouw en zijn latere, kortstondige vlam Liesbeth. Je merkt het ook aan zijn soms nogal pesterige omgang met leden van het publiek. Dat moffelt hij echter altijd weer snel weg onder een niet aflatende stroom melige grapjes als “Je moet met alles kunnen lachen. Behalve lachen met scheve tanden, dat kan niet vind ik, dat kan echt niet door de beugel” of “Gelovigen hoorden het vol ongeloof aan”.
Consequent is hij evenmin. Hij ergert zich er bijvoorbeeld aan dat je vandaag een personage niet meer mag spelen als je niet nagenoeg dezelfde problemen, huidskleur, levensomstandigheden hebt, op het gevaar af van appropriatie beschuldigd te worden. Als een productiemaatschappij hem echter de pieren uit de neus haalt om een serie te maken die gebaseerd is op zijn miezerige bestaan kan het er bij hem niet in dat hij niet zelf die rol mag spelen.
Verliezen en scoren
Dat verhaal van die serie over de werdegang van Günther Lesage groeit uit tot de ruggengraat van het stuk. Het laat zien hoe rechteloos iemand als Lesage is in de confrontatie met een geoliede productiemaatschappij. Hoe waar het verhaal is (het stuk zou gebaseerd zijn op de eigen ervaringen van Lesage) weet ik niet. De acteur slaagt er echter meesterlijk in om een rist ongeïnteresseerde medewerkers, doortrapte scenaristen, listige producenten, botte juristen en nog bottere opnameleiders de revue te laten passeren als zeer herkenbare types. Het is bijna verbijsterend hoe hij telkens feilloos een ander accent, een andere mimiek en houding weet aan te nemen. Acteren, dat lijdt geen twijfel, kan Lesage als de beste. ‘Tisoveraliets’ is, als stuk, een showcase van zijn talent.
Het stuk is bovendien, ondanks alle grillige sprongen, op zijn manier ‘well made’: op het einde neemt het verhaal een zo eigenaardige bocht dat al het voorgaande, en in het bijzonder het verhaal van de serie over Günthers leven, in een nieuw licht komt te staan.
In zijn chagrijnige klachten, zijn verongelijktheid maakt Lesage ook van zichzelf een herkenbaar type.
Daar hoort ook een maar bij. Het stuk, én de speler lijken wel bezeten door het virtuoze spel van personages, door de drang om het publiek steeds maar weer op het verkeerde been te zetten of nog een extra lach te scoren. Hij wil scoren, kortom. Daardoor heb je op de duur geen oor of oog meer voor de bittere achtergrond van al dat vuurwerk. Want in zijn soms chagrijnige klachten, zijn verongelijktheid maakt Lesage ook van zichzelf een herkenbaar type: de wat ouder wordende, ooit wellicht eerder linkse, getalenteerde, succesvolle man die zich stilaan uitgerangeerd voelt, bedrogen en belogen door onvatbare figuren die hem allemaal te slim af zijn en het allemaal veel beter doen.
Die sluimerende rancune tegen de betekenisloosheid van een leven waarin je geleefd wordt is de humus die wacht op onfrisse politieke denkbeelden. Die duiken hier - nog – niet op. Maar ze loeren achter de hoek. Het was interessant geweest als Lesage daar wat meer, en consistenter op scherp gesteld had.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz