Toneel / Jeugdtheater

Het eind van het begin van het einde Jetse batelaan / Het Paleis, Theater Artemis & Het Zuidelijk Toneel

Een perfecte voorstelling

‘Het eind van het begin van het einde’ is een voorstelling die steunt op een uitdagend concept: iets helemaal omgekeerd vertellen. Jetse Batelaan werkt dat consequent uit. Toneelknechten die achterwaarts lopen terwijl ze een decor stap voor stap opbouwen. Ondertussen stelllen zwevende teksten vragen aan het publiek. Het gaat over de dood van het theater in de jaren 3.000. Dat levert dank zij de ongebreidelde verbeelding van Batelaan en zijn liefde voor de theatermachine een verbluffende maar ook diep poëtische voorstelling op. Ze fascineert zowel theaterliefhebbers als de kinderen in de zaal. Bestaat de perfectie in het theater dan toch?

Uitgelicht door Johan Thielemans
Het eind van het begin van het einde
Johan Thielemans Stadsschouwburg Antwerpen - Het Paleis meer info
12 oktober 2020

De Nederlandse theatermaker Jetse Batelaan heeft ons vaak verrast. Maar met deze voorstelling gaat de verrassingsgraadmeter steil omhoog. Het stuk begint bij een extreem einde en spoelt dan terug naar een soort begin. Eerst is er een leeg toneel, netjes opgeruimd na een voorstelling. Een toneelknecht komt op, in overall. Hij loopt achteruit. Meteen pik je de code van de voorstelling op. We gaan terug in de tijd.

Alle acteurs – in het eerste deel allemaal toneelknechten - lopen achteruit en bouwen zo stap voor stap  weer op wat afgebroken is. Het levert een intense choreografie op van zeven  spelers. Ondanks een grote discipline en precisie in het weefsel van de bewegingen, behoudt het spel een ongelooflijke lichtheid. We kijken naar arbeid achterstevoren. Dat is meteen geestig. Het leeg plateau komt vol te staan, tot we uiteindelijk het scènebeeld helemaal zien: een verweerde muur, half ingestorte muur van baksteen en beton, overwoekerd door planten. Het is de bestaande achterwand van het podium, maar dan meer dan 1500 jaar na vandaag.

Maar Batelaan zou Batelaan niet zijn als hij niet verder zou gaan dan alleen  totdat we dit theater in ruïne zien. Op dit stramien enten zich allerlei andere elementen. Regelmatig zweeft een tekst over het toneel. Het gaat in de eerste plaats over ‘woorden’. Ze verschijnen niet alleen op het voorplan, we zien ze ook passeren door een poort. Het wordt pas echt grappig als alle objecten die de toneelknechten opbrengen mee de ontbrekende woorden in een zwevende tekst invullen. De grote letters spreken rechtstreeks het publiek aan. Het is een vorm van toneel (van de toekomst?) zonder mensen.

Dat vraagt veel aandacht van het publiek want niets is hier voorspelbaar. Je moet lezen en tegelijkertijd je verbeelding op volle toeren laten meedraaien. Later, halverwege de reis van toen naar het begin, komen er vertelelementen in de tekst voorbij, zoals een donker bos. We krijgen het plots te ‘zien’ als alle licht uitfloept. Het zijn flarden van een verhaal dat niet verteld wordt.

Dat Batelaan met het element tijd speelt is duidelijk. Maar als hij plots echte personages laat opkomen, terwijl de toneelknechten ergens halfweg hun opbouw zijn, bevinden deze bezoekers zich duidelijk aan het einde – waar de voorstelling begon. Het gaat om een makelaar die een leeg, nutteloos  theater wil verkopen aan mensen die de ruimtes een andere bestemming zullen geven. Batelaan begint dan aan een andere fase. Het begint bij realistisch acteren, banale conversaties.

Maar dan verlegt Batelaan het taalspel nog eens. We krijgen ook verhalen van te horen van twee vrouwen en een man, die over de telefoon getuigen over hoe het er vroeger aan toeging in he theater (herkennen we daar de stem van Goele Derick?) .

De derde getuige vat dan voor ons  het stuk samen dat we ondertussen zien. De slimmigheid van Batelaan blijkt hieruit dat dit puur ogenblik van meta-theater als een geestige tekst werkt. De dame klaagt over een verbeeldingswereld die gedomineerd wordt door Walt Disney, concurrenten van  het theater. In haar lijstje staan Frozen, Donald Duck (maar ook Superman en Snoopy).

Het is een ode aan het toneel en zijn magie

Stap voor stap verglijdt het gebeuren naar een spel met theater rond de uitspraak: ‘Ik wil niet iemand anders worden ook al wordt beweerd dat dit  een essentieel deel van acteren is’. We zien dan de acteur Joep van der Geest, die zich ontdubbelt en dan zelfs verdriedubbelt. Al de spelers kunnen zijn  gestalte aannemen, maar ook fluks weer zichzelf worden - het is een heen en weergaan van je welste. Zo hebben we Julia Ghysels aan het  werk gezien als toneelknecht en ook als kooplustige dame. Als de kopers een tweede keer opkomen, blijken ze slechts met zijn drieën, in plaats van eerder met z’n vieren te zijn. We mankeren een dame, zegt de makelaar. Op dat ogenblik loopt Julia Ghysels voorbij – als toneelknecht, dank zij een vlugge kostuumwissel( knappe kostuums van Liesbeth Swings). Het is een schitterend voorbeeld van  de magische kracht  van het theater.

Heel bescheiden klinkt er door heel de voorstelling muziek. Ze is van de jonge componist  Gerjan Pinksen. Hij laat de groep spelers fungeren als een koor. Ze zingen partijen die op één akkoord steunen. Het is zingen dat psychologisch op gezoem lijkt, of  een soundscape  vormt. De muziek is volstrekt ondramatisch, maar helpt een onbestemde sfeer te verlenen aan de concrete acties van de toneelknechten.

Het einde van onze  voorstelling is natuurlijk het begin van de voorstelling waarover het ging. Daar verschijnen dan alle figuren waarover de getuige het eerder had gehad. Daar staan ze dan, Snoopy, Frozen en de anderen.  Maar ze zijn vuil, zien er armzalig uit – en Superman zit in een rolstoel. Het vergaan van de tijd getoond in een geestig én ontroerend beeld over vergankelijkheid en verval.

De voorstelling heeft een dystopische kant, want Batelaan plaatst de voorstelling in 3256 , in een verre toekomst waar alle verbeelding dood is.  De pessimistische  boodschap wordt tenietgedaan  door de ongebreidelde verbeelding  van de regisseur. Het is bovendien een ode aan het toneel en zijn magie.

Je kan het erg zelden van een voorstelling zeggen, maar deze is perfect.