Toneel

Romeinse Tragedies Ivo Van Hove / Ensemble ITA

Romeinse tragedies: de voorstelling was beter dan de registratie

Over ‘Romeinse tragedies’, dat in 2007 in première ging bij Toneelgroep Amsterdam in een regie van Ivo van Hove, kan je slechts in superlatieven spreken. Drie stukken van Shakespeare die er in één avond doorgedraaid worden, zonder één moment te vervelen. Het stuk was sinds zijn première in 2007 een wereldwijd succes, en bleef 14 jaar op het repertoire. De 100e voorstelling moest het echter zonder publiek stellen, wegens corona. Online kijken dus maar, want ik keek er naar uit om dit stuk terug te zien. Toch bleek dit weerzien geen onverdeeld genoegen. De enscenering verliest veel van zijn intensiteit als je niet midden in de actie zit. 

Romeinse Tragedies
Pieter T’Jonck Rabozaal Schouwburg Amsterdam / videoregistratie meer info
16 februari 2021

Wanneer ik het stuk zag weet ik niet meer precies. Ik schat, afgaande op de cast, dat het in seizoen 09/10 was. Maar het overtrof toen mijn stoutste verwachtingen. Dat kwam in de eerste plaats door het buitengewoon inventieve gebruik van de scenografie. Ze gaf het publiek letterlijk en figuurlijk een plaats in het gebeuren, zonder overmatige ‘crowd control’. Dat zat zo: al vanaf de eerste ombouw van het podiumbeeld kreeg je de gelegenheid om een andere plek te kiezen. Dat kon er ook een op het podium zijn, midden in de actie. De recent geopende Rabo-zaal was daar geknipt voor, met zijn immense podium dat tot en met het zij- en achtertoneel in gebruik genomen werd, alvast toch in de eerste uren. Daarna vernauwde het beeld langzaam tot een gesloten, maar nog steeds enorme doos.

Dat was niet de enige geniale greep van Van Hove en Jan Versweyveld. Terwijl ze aan de taal van Shakespeare nauwelijks raakten -afgezien van stevige coupures in de tekst-  ‘moderniseerden’ ze de actie wel radicaal. Alle spelers droegen hedendaagse, bepaald chique, vormelijke kledij. Het podium riep door de zware zetels, de buisframe fauteuils en de vele plateaus een beeld op dat zweefde tussen een TV-studio, de lounge van een hotel of ook wel eens een nachtclub. In elk geval: plaatsen waar mensen elkaar als vreemden rakelings passeren zonder elkaar daarom te leren kennen of zelfs maar oog voor elkaar te hebben.

Videobeelden kregen hier een hoofdrol. Ze brachten informatie in overvloed. Via grote schermen kris kras op het podium verspreid, via lichtkranten, filmschermen en zo meer. En overal cameralui en apparatuur die genadeloos het gebeuren registreerden, vanaf een dolly, met een handcamera of zelfs met een camera op een spoor. Je zag ook hoe opzij van het podium die beelden meteen gemixt werden tot hapklare informatie, vermengd met ‘echte’ nieuwsbeelden. Maar tegelijk was je, als toeschouwer, de spreekwoordelijke vlieg op de muur die zag hoe personages worstelden om hun publieke verschijning en private zorgen met elkaar in overeenstemming te brengen. Die conflicten zijn ook de essentie van Shakespeares drama’s, en het loopt telkens weer mis. Tragedies inderdaad.

Op indringende wijze actualiseerde de scenografie die tragedies door ze te verplaatsen naar de onwerkelijkheid van de hedendaagse publieke sfeer waar debatten geframed zijn in snelle formats, en zelden een echt gesprek worden. Waar politici zelden nog rechtstreeks voor hun kiezers staan, maar er enkel nog indirect, via de media mee communiceren. Zo worden misstappen en vergissingen natuurlijk meteen schandalen. Zo ontstaat het misverstand dat politici praten als ‘persoon’ en dus op die persoonlijkheid, niet op hun feitelijke beleid, moeten beoordeeld worden. Dat maakt hen eenzaam, kwetsbaar, manipuleerbaar, makkelijk te verblinden, zeker als ze naïef idealistisch zijn zoals de Brutus in ‘Julius Caesar’.

Het ligt voor de hand om Shakespeares Romeinse tragedies, ‘Coriolanus’, ‘Julius Caesar’ en ‘Anthony and Cleopatra’ te lezen als een conflict tussen het persoonlijke en het politieke. Coriolanus is door zijn eerzucht en zijn verstarde opvattingen over rang en stand blind voor nieuwe politieke machtsverhoudingen en complotten. Brutus valt in ‘Julius Caesar’ ten prooi aan de kuiperijen van Cassius die appel doet op zijn republikeinse ethiek om hem mee te slepen in een moord om de macht. Maar de absolute meester van het politieke spel is dan Marcus Antonius, die beseft dat hij de massa op zijn hand kan krijgen door te doen alsof hij een van de hunnen is. Tot hij dan, door zijn affaire met Cleopatra, vergeet dat politiek en liefde twee wel heel verschillende dingen zijn in ‘Anthony and Cleopatra’

Het geniale van Van Hove ’s regie zat hem er dus echter in dat hij die conflicten overtuigend transponeerde naar de over-gemediatiseerde wereld van vandaag, en Shakespeare zo bombardeerde tot profeet van de problemen die ontstaan als het persoonlijke politiek wordt en omgekeerd. Dat was niet niks in 2007, in de toen zeer troebele politieke context van een land dat kort na elkaar Pim Fortuyn (2002) en Theo van Gogh (2004) had zien vermoorden. Maar ook buiten die context is de analyse van Van Hove raak en scherp.

Online stort dat bouwwerk niet in elkaar, maar je mist toch veel., en vreemd genoeg door toedoen van een medium, video, dat zo centraal staat in de voorstelling zelf. Een paradox eigenlijk. Maar wat je in de zaal aan den lijve ervaart -als mensen met elkaar in gesprek gaan, als je ziet hoe de TV-beelden ontstaan, als je ook van soms heel dichtbij de emoties van de acteurs ziet- wordt hier helaas samengeperst in één al te vlak en vooral te klein beeld. Dat lukt niet. Het wordt teveel. Het podiumgebeuren wordt ofwel onoverzichtelijk, ofwel te eenzijdig. Daardoor liggen Shakespeares virtuoze taalbochten niet meer in het verlengde van abrupte erupties van emotie of veel geharrewar. Je ziet nooit, zoals in de zaal, hoe alles wat gebeurt beantwoordt aan een meedogenloze logica waarin waarheid en verzinsel inwisselbaar worden.

Het enige moment waarin de videoregistratie wel het pakkende niveau van de ‘live’ ervaring haalt is de speech van Marcus Antonius in ‘Julius Caesar’. Hans Kesting zorgde hier voor een absoluut hoogtepunt. De videobeelden krijgen hier -overigens net als in de ‘echte’ voorstelling- een eigen betekenis. Kesting vrijt namelijk met de camera zoals Richard Nixon dat deed in zijn ‘Checkers speech’. Je weet niet meer wat hij meent of niet meent, en wellicht weet hij het zelf ook niet meer -geheel in lijn met de tragedie van Shakespeare.

Maar zijn tranen zijn echt, zijn verwrongen gezicht heeft geen argumenten meer nodig, slechts de slagzin ‘but Brutus is an honourable man’. Zijn speech overtuigt niet met argumenten, ze slaat in als een emotionele bom. Met enorme gevolgen. Zoals Nixon de grens tussen het persoonlijke en het publieke overschreed in zijn larmoyante verdediging van zijn dubieuze praktijken, zo klopt Kesting zijn emoties op tot een herkenbare woede en verontwaardiging die over de grenzen van het beeldframe gulpt.

Tot slot. Misschien ben ik wat aan het zeuren over de gebreken van de registratie. Uiteindelijk heb ik ze wel helemaal uitgezeten. Met plezier. Zes uur binge watching (mijn vorige record was vier uur ‘Bureau des légendes’). Enkel naar het einde toe kreeg ik het wat op de heupen als Marcus Antonius en Cleopatra maar niet wilden doodgaan en Octavianus ter plaatse bleef trappelen. Maar zelfs dan: wat een ongelooflijke acteurs zijn Marieke Heebink of Maria Kraakman toch! Of, om te besluiten: als je merkt dat een videoregistratie het niet haalt bij het echte werk, dan is dat eigenlijk een compliment voor de theatermakers. Ze doen op het podium iets onvervangbaars.

Dus: wanneer gaan die deuren van het theater weer open? Voor een 'echte' 100e opvoering? 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren