Toneel

Freud Ivo Van Hove / Jean-Paul Sartre

Hoe Freud zichzelf vond

‘Freud’, de nieuwe voorstelling van Ivo Van Hove voor TGA, naar een filmscenario uit 1958 van Jean-Paul Sartre, is een boeiend portret van de jonge Freud op zoek naar de sleutel van de ziel. Sartre koos de evolutie van afhankelijkheid naar zelfstandigheid als centraal thema. Stef Aerts als Freud draagt de voorstelling, omringd door sterke spelers. Hélène Devos blinkt uit in de uitbeelding van een vrouw, schommelend tussen haat en liefde. Terwijl ik ‘Les Damnés’, recent in Antwerpen te zien, barok van intensiteit zou noemen, laat Van Hove hier een verstilde kant van zijn persoonlijkheid zien.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Freud
Johan Thielemans Stadsschouwburg Amsterdam meer info
24 september 2019

Jean-Paul Sartre was in 1958 zo gefascineerd door de biografie van de jonge Freud , dat hij een tekst van 95 pagina’s afleverde. John Huston draaide op basis daarvan wel een film, maar enkel na al te drastische ingrepen in het scenario. Jean-Paul Sartre was dan ook erg ontgoocheld. Ivo van Hove grijpt nu terug naar het originele scenario dat hij voor het eerst op de planken zet. Het is dus een creatie lang na datum. Ironisch genoeg brengt het stuk dat we in Amsterdam te zien krijgen evenmin de volledige tekst. Maar Van Hove laat wel recht wedervaren aan de visie van de Franse filosoof.

Sartre concentreert zich op de jaren voor  negentien honderd. Van Freuds sleutelwerk ‘Die Traumdeutung’ is dus nog geen sprake, maar het scenario zit wel dicht op de historische feiten. Alleen de figuur van Cäcilie Körtner heeft niet werkelijk bestaan, maar is een synthese van karaktertrekken van verschillende vrouwelijke patiënten van Freud.

We zien hoe Freud eerst het fenomeen hysterie wil bestuderen, hoe hij dan sceptisch wordt over het gebruik van hypnose, en zo tot het inzicht komt dat hij zijn patiënten niet kan begrijpen als hij niet eerst zichzelf analyseert. Pas dan kan hij doordringen tot de geheime wereld van Cäcilie Körtner en ontdekt hij de mechanismen van haat en liefde binnen de familie.

Een andere lijn krijgt daarnaast grote aandacht: Freud als Jood in Wenen. Zijn vader verliest in zijn ogen zijn ‘goddelijke’ status als hij failliet gaat. Voor de jonge Sigmund is het echter nog veel traumatischer om te zien hoe zijn vader de vernedering van een mishandeling op straat door een antisemiet lijdzaam ondergaat.

Een ander thema is daarmee verweven. Bij Sartre leren we Freud kennen als iemand die op zoek is naar een vaderfiguur, iemand die hij kan bewonderen. Hij vindt zo’n surrogaat-vader bij collega Breuer en bij Fliess. Maar na een tijd ontgoochelen ook zij hem. Zo leert Freud  zijn psychologisch probleem onder ogen te zien. Hij begrijpt dat hij op eigen benen moet staan: alleen maar sterk. Dat is de visie van Sartre.

De voorstelling wisselt documentaire fragmenten af met confrontaties met patiënten. Jan Versweyveld bedacht daarvoor een grote , witte ruimte, met die prachtige ruimtewerking waar hij een patent op heeft. In het eerste deel van de voorstelling zien we overal kleine, sprekende details: didactische prenten, een terrarium op een vensterbank, kamerplanten. De architectuur evoceert de Weense stijl van de late negentiende eeuw. In het tweede deel wordt alles tijdens een ballet van alle spelers opgeruimd, en ontstaat de immense witte leegte waarin geschiedenis geschreven zal worden. Pas dan zal Freud een therapeutische doorbraak forceren.

Dan ontstaat de immense witte leegte waarin geschiedenis geschreven zal worden

De vertoning wordt gedragen door Stef Aerts : hij verlaat het speelvlak nooit. We zien hem  als jonge frêle man staan tegenover imposante tegenspelers als Hans Kesting (Meynert) of Steven van Watermeulen (Breuer). Hij biedt een portret van de twijfelende wetenschapper die zijn onderzoek toch doorzet. Dat geeft een complex portret van een koppige doorzetter. Bij Stef Aerts is daar ook een portie naïviteit bij. De onderzoekers spelen in hun zoektocht naar de waarheid met het leven van hun patiënten . Die worden meer dan eens tot zelfmoord gedreven. Maar dat bekoelt de ijver niet.

Matteo Simoni (Fliess) is de stille kracht, en een lange tijd de trouwe vriend die mee denkt en stimuleert. ‘Alles is seks ‘ is zijn devies. Mooi is hoe de seksuele aantrekkingskracht tussen deze twee geleerden wordt uitgebeeld. Fliess zal Freud ook bijstaan als die beslist een zelfanalyse uit te voeren. Maar op het einde van het stuk komt Freud tot het inzicht dat hij moet afzien van substituut-vaders. Helemaal alleen op het toneel zet hij zijn zoektocht naar (zijn) psychologische drijfveren verder.

De voorstelling eindigt op dit punt, zodat je dit stuk eigenlijk ‘De jonge Freud’ zou moeten noemen. De grote doorbraak in zijn onderzoek naar de menselijke psyche kwam er pas na 1900. Als publiek weten we dat Freud uiteindelijk zal triomferen, maar in het stuk is dat nog lang niet zeker. Misschien mis ik bij Aerts een donkere kant, want tenslotte woelen er in zijn binnenste ook geweldige emoties. Die laag kan Aerts nog verder opzoeken tijdens de lange tijd dat hij in huid van Freud kruipt.

In de voorstelling krijgen ook de patiëntes van Freud een belangrijke plaats. Terecht, want het voortschrijdend inzicht van Freuds psychoanalyse ontwikkelde zich dank zij hun psychische nood, al dan niet onder de vorm van hysterie. Zo is Marie Vinck onder meer Dora en Emma, patiënten bij wie Freud geen uitkomst kan bieden.

Sartre heeft vooral het gefingeerde personage Cäcilie Körtner uitgewerkt. Bij de grote confrontatie én doorbraak wordt de scene verkleind tot een donkere slaapkamer waar de emoties hoog oplaaien. Hélène Devos speelt één van de emotionele hoogtepunten van de avond. Het is de innerlijke strijd tussen haat en liefde. Dat gaat zover dat ze haar moeder wil vermoorden. Ze komt pas terug tot evenwicht als ze uiteindelijk begrijpt dat haar psychologische kwelling ontstond door een ontgoochelende vader en een laffe moeder. De waarheid geneest, is de optimistische boodschap.

Van Hove heeft de figuur van Freud met veel respect benaderd. Zijn voorstelling heeft daardoor een sterk didactische kant. Het is een uitstekende inleiding tot het fenomeen Freud. Achteraf blijft de figuur in het geheugen spoken, want de problemen die hij aansneed zijn niet tot Freud en zijn Weense patiënten beperkt.