Toneel

Voor het pensioen Olympique Dramatique / Toneelhuis

Hoe gevaarlijk zijn oude Nazi's?

Luk Perceval regisseerde ‘Voor het pensioen’ van Thomas Bernhard met de Blauwe Maandag Compagnie in 1998, net voor het gezelschap opging in het Toneelhuis. Tom De Wispelaere herneemt deze ‘komedie van de Duitse ziel’ nu in een tekstgetrouwe regie, met virtuoos acteerwerk, voor datzelfde Toneelhuis. Dit is wellicht Bernhardts giftigste toneelstuk. Het gaat over de onverdraagzaamheid in elk van ons. De vraag is wel of het grote respect voor zijn retoriek de meest geschikte manier is om de gevaren van nostalgie naar het nazisme duidelijk te maken.        

Voor het pensioen
Klaas Tindemans Bourla Schouwburg, Antwerpen
18 januari 2026

‘Voor het pensioen’ voert de familie Höller op. Die viert, lang na de oorlog, nog elk jaar de verjaardag van Heinrich Himmler, Hitlers trouwe beul, Reichführer-SS en de machtigste man in nazi-Duitsland na de Führer zelf. Deze keer blijven de onderhuidse spanningen binnen de familie echter niet onder controle.

De familie Höller is geen alleenstaand geval. Als ik mij niet vergis, was de voormalige brasserie Helena Fourment, aan de Groenplaats in Antwerpen, één van die beruchte plekken waar tot op het einde van de 20ste eeuw, misschien nog langer, ex-oostfronters en andere lieden met heimwee naar de collaboratie samenkwamen om luidruchtig te mijmeren over de ‘goede oude tijd’ en af te geven op de nieuwe generatie van decadente en kosmopolitische politici. Of daar ook verjaardagsfeestjes voor prominente nazi’s plaatsvonden valt moeilijk te achterhalen, maar het zou best kunnen.

Verzinnen de personages een geschiedenis die hen in staat moet stellen de banaliteit van het heden te verdragen?

Bernhard voerde in heel zijn oeuvre, en zeker in ‘Voor het pensioen’ ex-nazi’s op. Figuren zonder schaamte maar met heel veel rancune, die van mensenhaat – te beginnen met Jodenhaat – hun handelsfonds maakten. Zijn toneelstukken hebben steevast een minimale plot: het zijn welomlijnde situaties die zijn kankeraars van personages alle ruimte geven om hun haat voor elkaar en voor de rest van de wereld op virtuoze wijze bot te vieren. Deze herdenkingsdag voor Himmler loopt slecht af, maar veel verandert dat niet. Er staan anderen klaar om met aangepaste retoriek dezelfde boodschap te verkondigen, en niet meer alleen binnenskamers.

Uiteraard bedriegt de schijn bij Bernhard – één van zijn stukken heette dan ook ‘Schijn bedriegt'. Hij vraagt zich altijd af of deze litanieën vol misantropie niet net een paradoxaal geneesmiddel zijn – een ‘pharmakon’, zowel medicijn als vergif – om de trauma’s te beheersen waaraan deze figuren lijden. Was Rudolf Höller wel een kampcommandant? Is er wel degelijk sprake van incest tussen Rudolf en zijn zus Vera? Is de andere, tegendraadse zus Clara wel echt aan haar rolstoel gekluisterd? Haten zij elkaar écht? Valt Rudolf dood of is dat ook een performance? Verzinnen zij een geschiedenis die hen in staat moet stellen de banaliteit van het heden te verdragen? Soms lijkt het daar heel erg op.

De andere verjaardag

Het is dus 7 oktober, en dat is inderdaad de geboortedag van Himmler. Die datum heeft vandaag echter een heel andere betekenis. Net zoals niemand bij 11 september denkt aan de verjaardag van Filip De Winter maar wel aan die van de aanslag op de WTC torens, is 7 oktober sinds 2023 de datum van een massamoord op Israëlische soldaten en burgers, die op zijn beurt de aanleiding was voor een genocide van Palestijnen in Gaza. Als de kleinburgers van Bernhard dan een paar keer luidkeels ‘7 oktober’ roepen krimpt je hart een beetje.

Regisseur Tom Dewispelaere heeft er ondubbelzinnig voor gekozen om het tijdskader van Bernhard – het stuk dateert uit 1979 – te behouden. De familie Höller is zonder meer Duits (of Oostenrijks). Dat is een belangrijk verschil met Percevals vroegere regie. Hij vervlaamste het drama compleet en vormde het om tot een pure burleske. Bij Dewispelaere is het één en al ernst. Het stuk speelt zich af in een statige kamer met hoge glas-in-lood ramen. De tafel is weelderig gedekt, met vergulde borden. Hij verwijst zo misschien naar de iconische oeropvoering van regisseur Claus Peymann en scenograaf Karl-Ernst Hermann: ook zij lieten het stuk spelen in imposante salons waarin de megalomanie én de intellectuele bekrompenheid perfect konden gedijen.

De stem en het kapsel van Pierre Bokma gaan steeds akeliger lijken op het gekrijs van de Führer zelf.

Net als Peymann zet Dewispelaere bovendien in op een krachtige en virtuoze retoriek bij de toneelspelers. Ze zijn er zich van bewust dat ze niet alleen voor zichzelf spreken, dat er een breed publiek meeluistert naar hun haatspraak, naar hun luidruchtige heimwee naar door een excessief geweld afgedwongen ‘nieuwe orde’. Toch weten ze nuance aan te brengen in hun verbale uithalen. Clara (Tiny Bertels), wit gegrimeerd als in een film van de expressionistische Duitse filmregisseur Friedrich Wilhelm Murnau (1888-1931), overtreft zichzelf als het gaat over een eigenaardigheid van deze dysfunctionele familie. Ze ervaren de dwang om samen te musiceren. De zaal is even ademloos, en lacht daarna ongemakkelijk. Daarna zwijgt Clara vooral, maar die stilte is nog oorverdovender.

Vera (Katelijne Damen) schakelt voortdurend, van het begin tot het einde, soms haast ongemerkt, van de giftigste scheldpartij over naar een hypocriete lofzang op het rozige familieleven. Rudolf (Pierre Bokma) evolueert, in zijn toenemende dronkenschap, van een dwaze woordkramer naar een machtige demagoog. Zijn stem en zijn kapsel gaan steeds akeliger lijken op het gekrijs van de Führer zelf. Daar word je echt ongemakkelijk van. Hoeveel heeft hij er afgemaakt, als kampcommandant? Zijn denazificatie is alleszins grandioos mislukt.

Waarschuwing?

Het Toneelhuis maakt er geen geheim van dat ze ‘Voor het pensioen’ zien als een waarschuwing voor de dreigende politieke duisternis in het Europa van de zogenaamde ‘patriotten’. Een zin als “Op een dag kunt ge heel openlijk / daarover spreken waarover ge nu moet zwijgen / Die tijd komt sneller dan ge denkt” is veelbetekenend genoeg. Toen Perceval dit stuk regisseerde in 1998, bevond het Vlaams Blok zich in Antwerpen op een electoraal hoogtepunt. Daar werd in brasserie Helena Fourment wellicht op geklonken, al dan niet met (Duits) gezang. In de gemeenteraad vroegen niet alleen de Vlaams Blokkers zich destijds af of de provocerende tekst en dito regie van dit stuk van  Bernhard wel nodig was.

Anno 2026 tonen Dewispelaere en zijn spelers meer ‘teksttrouw’ aan Bernhard dan Perceval destijds nodig vond. Dat is een verdedigbare keuze. Dikwijls is een haast museale presentatie van een verhaal indringender dan een geforceerde actualisering. Toch zou dit keurige plaatje misschien wel gebaat zijn met een hoek af, hier en daar. Nu zijn de verwijzingen naar de inconsistenties in het gedachtegoed van de personages al té subtiel, zoals de goedkope stoeltjes in een voor de rest somptueus interieur, of de slecht gespeelde études op de piano. Het einde (dat ik niet verklap) zet dan wél weer alles op de helling.

Het blijft nodig om te duwen op de plekken waar het pijn doet.

In Brussel was er, enkele jaren geleden, een rel over een muurschildering, vlakbij de Vlaamse Poort. Je ziet hoe een man die een ander de keel wil oversnijden nog net tegengehouden wordt door een derde figuur. De anonieme kunstenaar reproduceert hier een fragment van een schilderij van Caravaggio waarin een engel Abraham belet zijn zoon Isaak te offeren. Dit niet zo heel subtiele gebaar leverde behoorlijk wat (politieke) verontwaardiging op. De muurschildering is nog steeds zichtbaar en doet mij nog steeds iets, elke keer ik er langskom. Zo kan een tekst van Thomas Bernhardt, twee uur onverdund verbaal geweld, ook voor de nodige morele onrust zorgen.

Maar het mocht af en toe wat ruwer zijn, met minder respect voor de kleinburgerlijke wansmaak, met écht stof op de meubels en het parket, stof dat is neergedwarreld na een bombardement, bijvoorbeeld. Zoals de bakstenen wand van de muurschildering. Of de bedoelde boodschap blijft hangen, of deze fabel iets bijdraagt aan de vele reflecties over het nieuwe (proto-)fascisme, aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, dat valt af te wachten. Ik vrees dat de parochie / het publiek van de Bourla in elk geval al bekeerd is. Al blijft het nodig om te duwen op de plekken waar het pijn doet. Sommigen hebben familieleden die ooit ook zo’n SS-uniform droegen, en dan kan het wel binnenkomen.        

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz