Muziektheater

Symphony for one hundred citizens and a traffic light Thomas Verstraeten / Heleen Van Haegenborgh / Toneelhuis

(Bijna) iedereen straatmuzikant

De stedelijke werken van Thomas Verstraeten blijven een belevenis. Niet alleen voor de tientallen stadsbewoners die ze bevolken als kunstenaars-voor-één-dag, ook voor het publiek. Zo kijk en luister je in ‘Symphony for one hundred citizens and a traffic light’ naar een levend orkest van brommers, graafmachines, koerende duiven, kleppende klokjes en zelfs een ambulance. Wonderlijk om al hun sounds, gedirigeerd door Tom De Cock, naar één ritme te horen streven. Veelbetekenend is echter vooral dat ene stadsgeluid dat je niet hoort.        

Symphony for one hundred citizens and a traffic light
Wouter Hillaert DeSingel, Antwerpen
23 december 2025

De stad vangen in zijn veelheid: het gold lang als een van dé artistieke projecten van de twintigste eeuw, maar intussen mogen we het nog meer iets van de eenentwintigste eeuw noemen. Meer dan ooit plooien kunstenaars en instellingen zich naar buiten, om op straat of in subculturen de diversiteit te omarmen waar in veel cultuurhuizen slechts een schijntje van terug te vinden is. Hét verhaal van vandaag is niet langer ‘de vooruitgang’ die de twintigste-eeuwse modernisten najoegen in hun stadsbeelden, maar ‘samenleven in verschil’.

Alleen al het scènebeeld van ‘Symphony for one hundred citizens and a traffic light’ is van die stedelijke meervoudigheid de perfecte weerspiegeling. Zelfs het brede podium van de Blauwe Zaal van DESINGEL botst op zijn limieten voor de cityscape die erop is Samen gestouwd. Achteraan rijzen hoge bouwstellingen op naast een houten huisje uit een speeltuin, een nachtwinkel en een kermiskraam met daarop ‘DECA DANCE’ in flikkerende kleurlichtjes. Vooraan zien we tussen een basketbalring en een ziekenwagen van het UZA ook nog een caféterras, een petanquebaan, wegenwerken, een hoopje staande fietsen en brommers… Het is geen scenografische creatie, eerder een assemblage van gevonden city markers en stadsmeubilair, als pars pro toto van de metropool. Die barst net niet uit haar voegen.

De intrede van het ensemble is misschien wel het emotionele hoogtepunt van de hele avond.

Eigenlijk blijkt het de opstelling van een orkest te zijn, met vooraan een pupiter voor dirigent Tom De Cock. Hij buigt voor het publiek zoals voor elk klassiek concert, nadat eerder al zijn hele ensemble is komen plaatsnemen in het stadsgezicht. Die intrede is misschien wel het emotionele hoogtepunt van de hele avond. Wegenwerkers in overalls, een troepje streetdancers, zorgpersoneel, vijf-zes straatmuzikanten in alle kleuren, bouwvakkers, een gecoiffeurd madammeke met haar hondje op de arm, groenzorgers van ‘t Stad, een vrouw met een kinderwagen, een kerkorganist, twee gespierde fitnessers met tatoo’s, een rist kinderen, een Aziatische handelaarsfamilie, studenten in witte kielen: ze blijven maar toestromen uit de coulissen, terwijl ze tegelijk toch in een wip elk hun plekje hebben ingenomen. Alsof ze al jaren samen muziek spelen op het chique podium van DESINGEL.

Reëel kunstmatig meervoud

Zoals vaak in het solowerk van Toneelhuis-maker Thomas Verstraeten (lid van FC Bergman) gaat het hier niet om professionele spelers, maar found performers: Antwerpenaren die doen wat ze altijd doen in de publieke ruimte, maar dat nu opvoeren binnen een artistiek concept. Dat concept bestaat in de eerste plaats uit de toegevoegde blik erop: ze worden nu bewust gezien. ‘Kunst-matig’ is ook hun georkestreerde samenplaatsing, hun verenigde meervoud in één oogopslag. Ze zijn ‘de stad’, maar hier ook vooral tot een beeld van die stad geboetseerd.

Precies dat is wat emotioneert: de massale herkenbaarheid van alle soorten mensen en groepjes waar je elke dag zomaar aan voorbijglijdt, terwijl ze zich nu ineens presenteren als bezienswaardigheid. Is het de stedelijke realiteit of net het artistieke kader errond dat raakt?

‘Symphony’ wil van dit stadsgezicht vooral een behorenswaardigheid maken. Maandenlang wandelde Verstraeten samen met componiste Heleen Van Haegenborgh door Antwerpen, om hun oor te lenen aan ‘de klank van de stad’ – zoals Wannes Van de Velde het ooit zo mooi zong. Van Haegenborgh, die ooit doctoreerde op John Cage, vertaalde ze naar een klassieke vierdelige symfonie: een krachtig allegro, een weemoedig adagio, een schertsend menuetto en een vrolijk rondo als finale. Resultaat is musique concrète met dagelijkse geluiden, maar dan wel live uitgevoerd. Wat je hoort, zie je dus ook. En wat je ziet, zijn ‘gewone mensen’ als buitengewone muzikanten. ‘Symphony’ is tegelijk participatief theater en een klassiek concert.

Eerder citeren dan sublimeren

Levert dat ook een buitengewone muzikale ervaring op? Als belevenis zeker, minder als muziek. Het schrapende plamuren van vier bouwvakkers bovenop hun stelling, honden die bewonderenswaardig ritmisch blaffen, het ploffen van petanqueballen van een groepje ouderen, het steenafval dat naar beneden dondert door de gruisbuis rechts, de kerkklok die boven alles uitkomt, het ruisen van fietswielen, het ‘put your hands in the air’ door de kermisspeakers, het verre bonken van een party door open zaaldeuren, het blazen van een bladblazer, zelfs even het versterkte jengelen van de baby op scène: in alles voel je de ambitie van zowel componist als dirigent om heel aparte klankkleuren samen te brengen tot een nieuw geluid, maar dat lukt vooral in de puur ritmische passages, als alles en iedereen samen gaat stampen tot één beat.

‘Symphony’ blijft eerder het soort opsomming waar ook deze recensie in grossiert: meer nevenschikking dan convergentie. Ook dat is natuurlijk de stad: meer botsen dan klinken, meer hinder dan harmonie. Alleen leek de inzet wel anders: echt muziek maken van de stad… In de praktijk doet dit concert eerder aan citeren dan aan sublimeren. Er blijven vooral stemmingen hangen:  de stille concentratie van de opening, eenzame melancholie wanneer de straatmuzikanten even het voortouw nemen, feestelijke overdondering wanneer alle registers samen opengaan of De Cock speels gaat improviseren met de massale menselijke klankmachine waarover hij beschikt. De camera’s die het gebeuren van alle kanten filmen, zeggen alles: dit is een tweemalige happening die achteraf als memorabel in de artistieke portfolio moet terechtkomen. Primeert het idee op de uitvoering?

‘Samenleven in verschil’: het klinkt hier indrukwekkend, maar ook verrassend gedepolitiseerd.

Ik wil de verdiensten van dit project zeker niet minimaliseren. ‘Symphony for one hundred citizens and a traffic light’ is zonder meer een krachttoer, zowel sociaal als productioneel, en zeker ook binnen de traditie van klassieke muziek. Dit werk leert hoe ons Vlaamse kunstenveld toch nog steeds veel ruimte laat voor de verwerkelijking van utopische en zelfs megalomane fantasieën, dankzij wijds denken en volharding (en ook wel de nodige middelen). Meer nog dan eerdere exploten van Thomas Verstraeten, zoals ‘De parade van mannen, vrouwen en diegenen die vanuit de verte op vliegen lijken’ (een kleurrijke stoet op Linkeroever met opvallende groepen stadsbewoners, 2017) en ‘Familiestraat’ (een voorstelling met zijn eigen buren in een kartonnen replica van hun straat, 2021), is dit een huzarenstuk qua massaal samenspel. 

Toch blijft er iets knagen. Net door de minutieuze aandacht van dit concert voor ook kleine poëtische stadsgeluiden, zoals rikketikkende verkeerslichten of ruisende regen op vuilniszakken, valt het me des te meer op dat er niet één spoor te bekennen is van alle luidruchtige protesten die tegenwoordig een vast onderdeel zijn van elke stedelijke soundtrack – zelfs in Antwerpen, waar er nochtans behoorlijk repressief op gereageerd kan worden.Die leemte is geen detail. Ze vertelt iets over de specifieke mens- en maatschappijvisie achter dit werk. Net in zijn poging tot depolariserende verzoening, tot morele neutraliteit, tot schijnbaar open observeren, poetst dit orkest – hoe ‘art brut/bruit’ ook – elke politieke verstoring weg uit de stad. Niet alleen door zijn keuze voor de Blauwe Zaal, ook door zijn keuze om elk machtsverschil en elke sociale strijd uit te gommen, blijft er iets burgerlijks aan kleven: verlustigd aan de stad als een overweldigend spektakel, waarin alles goed is zoals het is en iedereen het plekje heeft gekregen dat hem door hogere machten is toegekend. Het snijdt de stad volledig los van zijn socio-politieke context en toont een gepacificeerde uitsnede van een wereld die pas echt rommelt, bonkt, fluit en dondert.        

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz