Toneel

Ten oorlog / deel I Camin Sunset naar Luk Perceval en Tom Lanoye

Nog veel werk voor de boeg

Camping Sunset, een collectief beginnende theatermakers, gaat het eerste deel van ‘Ten oorlog’ te lijf. Deze bewerking door Luk Perceval en Tom Lanoye van de koningsdrama’s van Shakespeare -de ‘Wars of the roses’-  is een mijlpaal in de Vlaamse theatergeschiedenis, maar dat staat een grote dosis spelplezier niet in de weg. Woke is het ook: vrouwen spelen alle hoofdrollen in deze saga over bloeddorstige, wraakzuchtige mannen. Toch bereikt deze lezing weinig diepgang. Het ziet er te vaal als studentikoze lol uit. Bij Shakespeare (Lanoye) kom je daarmee niet ver. Het tweede luik, te zien in Oostende, overtuigt hopelijk meer.

Ten oorlog / deel I
Johan Thielemans Loods 20 (De Muide), Londenstraat, ter hoogte van het Voorhavenpark, Gent meer info
16 juni 2021

Als ik naar ‘Ten Oorlog’ ga voel ik me een oud-strijder. Ja, ik was vijfentwintig jaar geleden bij de première van de Blauwe Maandag Compagnie in Gent. Een datum in de Vlaamse toneelgeschiedenis. Ondanks de spelkwaliteiten van de bewerking die Perceval en lanoye maakten van Shakespeare’s drama’s waagde niemand zich ooit nog aan dit monument. Dat maakte me bijzonder nieuwsgierig naar wat Camping Sunset – het jonge Gentse collectief- er van zou maken. Zou deze jonge troep ook geschiedenis schrijven? Een ‘Ten Oorlog 2021’?

Laat ik eerst nog een paar feiten op een rij zetten. De jonge Shakespeare had zich bekwaamd in het schrijven van historische stukken – een nieuw genre in de jaren negentig van de zestiende eeuw. Hij behandelde de Engelse geschiedenis vanaf Richard II (1367- 1400) tot aan Richard III (1452-1485), met Henry IV, V en VI als overgangsfiguren. De stukken waren deels geschiedschrijving, deels propaganda voor het regime van Elisabeth I.

Het is verleidelijk om de stukken in een chronologische volgorde te spelen, want de stukken verwijzen naar elkaar. Je krijgt zo een verhaal over vaders, zonen, neven, nichten, broers en zusters die vechten om de kroon en elkaar daarbij naar het leven staan. Ondertussen vinden ze ook nog de tijd om tegen Ierland en Frankrijk ten strijde te trekken.Het eerste deel gaat van Richard II tot Henry V. Als er in de oorspronkelijke tekst al moorden bij de vleet zijn, dan voegt Camping Sunset er nog eentje aan toe: prins Hal vermoordt zijn vader Hendrik IV.

Naar goede gewoonte speelt Camping Sunset ook nu weer op locatie in een loods in de haven van Gent. Ze beschikken er over een enorm speelplateau. Dat blijkt soms een zegen, soms ook een vloek.  Technisch stelt dat bijvoorbeeld een probleem. Het ensemble speelt over de hele breedte van de ruimte, maar de stemversterking bereikt ons slechts via één luidspreker, die netjes in het midden hangt. Daardoor is het vaak zoeken wie aan het woord is, en waar dat personage staat. Dat komt de vertelling, die al ingewikkeld genoeg is, niet ten goede.

Camping Sunset is woke, zoveel is zeker

De fantasievolle kostumering compenseert dat ten dele. Ze maakt het meteen zonneklaar dat hier twee kampen tegenover elkaar staan. De edelen rond Richard II dragen roze kledij, die rond Bolingbroke – de latere Hendrik IV- verschijnen in het geel.

Het is een doortastende, heldere keuze, net zoals de nog radicalere keuze om alle mannelijke personages te laten spelen door vrouwen. Carine Van Bruggen is hier bijvoorbeeld Richard II. Mannen krijgen de kleine rollen. Camping Sunset is dus woke, zoveel is zeker.

Hedendaags is ook hun keuze voor een speelstijl die twijfelt tussen komedie en ernst, maar echte tragiek uit de weg gaat. Zo is de kroon, waarrond al deze stukken draaien- gemaakt uit krantenpapier: het suggereert dat de strijd om de kroon een soort kinderspel is.

Dat wreekt zich in deze grote ruimte. Ze laat deze jonge, enthousiaste spelers  met open ogen in een val trappen. Hoe ‘respectloos’ ze ook met Shakespeare willen omgaan, de grote ruimte doet ze toch uitkomen bij een erg retorische tekstbehandeling, die zelfs wat zweemt naar ouderwets toneel. Dynamiek te over, maar tijd voor nuance of diepgang geven de spelers zichzelf niet. Ik kan het alleen maar theater van de uitroeptekens noemen. Elke zin krijgt er één. Dat wordt erg vermoeiend omdat  alles hierdoor aan de oppervlakte blijft.

Dat zie je vooral bij de onttroning van Richard II, een hoogtepunt bij Shakespeare. Ik raad iedereen de BBC serie ‘The hollow crone’ aan. Fascinerend hoe Ben Wishaw dat moment vertolkt. Hij toont aangrijpend zijn pijn en stemmingswisselingen. Een koning die verliest en weet dat de dood hem wacht. Hier verschrompelt die complexiteit tot een kinderlijk trekken en duwen tussen twee actrices om een papieren kroon. Hoeveel lagen van de tekst hier gemist worden valt zelfs niet op te sommen.

Hoeveel lagen van de tekst hier gemist worden valt zelfs niet op te sommen

Ook de lezing van de tekstbewerking van Lanoye gaat niet diep. Een van de grote zwaktes ervan is de figuur van Falstaff. Lanoye reduceert die nagenoeg tot een schim. Daar kan een acteur als Flor van Severen niets mee aanvangen. Waarom zou je dat personage dan niet gewoon schrappen? Maar dat gebeurt dus niet.

Mogelijk is dat gebrek aan diepgang en doordachte ingrepen in de tekst en de plot een gevolg van de ‘methode’ van Camping Sunset: twee weken repeteren en dan voor de leeuwen. Aan die speltechnische keuze heb je als publiek echter geen boodschap. Wat telt is of de voorstelling werkt en zo iets te berde brengt.

Hier blijkt dat zo’n aanpak van een stuk als ‘Ten oorlog’ getuigt van zelfoverschatting en zelfs een soort pretentie, al wil Camping Sunset nadrukkelijk niet pretentieus zijn.)Zo blijft er een voorstelling over die je enkel studentikoos kan noemen. Ze blijft onder de verwachtingen. Dat is spijtig, want uit andere producties weet je wat veel van de vertolkers in hun mars hebben, en hier onder hun niveau presteren.

Als het gezelschap de cyclus tot een goed einde wil brengen is er nog veel intellectuele, emotionele en theatrale arbeid nodig. Zelfgenoegzaamheid is een slechte raadgever. ‘Ten Oorlog’, jazeker, maar met tekst, en stijl én keuzes. Het tweede luik moet een revanche worden. Hier ging het om een boeiend gezelschap op een slappe dag.

Terzijde ook dit. De première werd een nog vreemdere ervaring door de reacties van twee of drie mannen -crienden van de spelers?- die bij elke repliek, bij elke kostuumwisseling in een bulderende lach uitbarstten. Onnozel, storend en ongemanierd. Acteurs noch de andere kijkers hebben hier wat aan. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren