Shrine Khadija El Kharraz Alami
Vrouw en het vuur aan de lont
Na haar proloog ‘Ajjit’ (2025) bouwt Khadija El Kharraz Alami met ‘Shrine’ verder op de verlieservaring van vrouwen in onze kapitalistische maatschappij. Hellend tussen een rechtszaak en een rouwproces, treft Alami met ‘Shrine’ haar doel wanneer ze de mythologische wereld van de Jinns loslaat en midden in de zaal gaat staan. Dat doet ze zowel woedend als wiegend. Dat maakt haar waarachtig.
Deze vrijdag de dertiende geldt als ideale premièreavond om het verwoestende en geïnstitutionaliseerde bijgeloof over vrouwen fel en compromisloos te belichten. Alsof Vicepremier Jan Jambon deze week, met zijn totale ontkenning van onzichtbare (zorg)arbeid, nog wat olie op het vuur van Khadija El Kharraz Alami wou smijten zodat zij De Singel- waar Alami huisartieste is- eens goed zou kunnen opstoken.
Diezelfde avond bekijk ik trouwens een videofragment uit het ‘Journaal Laat’. Journaliste Ann De Bie en een Antwerpse stadsgids wandelen naar de middeleeuwse gevangenis het Steen waarlangs nu cruiseschepen aanmeren. Het duo houdt halt in een donker gangetje dat naar de Schelde loopt. Het verwierf recent een nieuwe straatnaam ter ere van Clara Goessen. Een vrouw die in de 17e eeuw haar geluk kwam beproeven in deze handelsstad. Ze belandde in de prostitutie en als heks op de brandstapel op de Grote Markt.
Een vrouwelijk product
Deze eeuwenlange vrouwenrealiteit kadert perfect in de feministische essays van Silvia Federici die als inspiratiebron gelden voor ‘Shrine’. De Italiaans-Amerikaanse activiste spreekt over het vrouwelijke lichaam dat in een kapitalistisch systeem misbruikt wordt om loonarbeiders te produceren. In dat opzicht is alles wat vrouwelijk, organisch, transformatief of ontembaar is, een bedreiging voor de heersende (mannen)macht die de wetten stelt.
Deze kapitalistische moedermoord is de reden van samenkomst in ‘Shrine’. De indringende voice-over van Alami, die je welkom heet in het Arabisch, Engels en Nederlands, vertelt over een Dochter die rouwt om de institutionele moord op haar Moeder. Dat doet ze in de mystieke wereld van de Jinns. Deze bovennatuurlijke wezens uit de Arabische mythologie zijn onzichtbaar voor mensen, maar kunnen via hun goede of kwade krachten wel bezit van hen nemen. De Dochter wil alles platbranden. Alle kastelen, banken, alle gebouwen waarin macht heer en meester is. Dit is Haar (rouw)proces.
De tactiele zinnelijkheid doet je beseffen hoe erg de kapitalistische realiteit, met termen als ‘produceerbaarheid’ het vrouwelijke geweld aandoet.
Khadija El Kharraz Alami kiest in ‘Shrine’ niet alleen voor een letterlijke meertaligheid, maar tegelijk ook voor een conceptuele veelheid waarin liefdevolle canon, straightforward de vierdewand doorbreken, essayistische bespiegelingen maar evengoed ritmische rave plaats vinden naast elkaar. Dit meerduidige heiligdom ontstaat tegen de achtergrond van vijf geweven Jinn-figuren (door kunstenares Dakota Magdalena Mokhammad) die als frivole wandkunst (lichtontwerper Luc Schaltin) worden uitgelicht.
Jinns Lois Lumonga Brochez en Ashley Ho Yuhan beïnvloeden de vrouwenbeelden van Mokhammad met hun trage, kronkelende lichamen. Zij weven sporen tussen het mythische en het moderne. Een brug tussen een tastbare wereld en een geestelijke. De tactiele zinnelijkheid doet je beseffen hoe erg de kapitalistische realiteit, met termen als ‘produceerbaarheid’ het vrouwelijke miskent en geweld aandoet. Wanneer Brochez bijvoorbeeld met een Brits accent ‘Order, order’ roept, onderstreept die politieke term op hilarische wijze de opgelegde machtsstructuren die Borchez dankzij haar uitgesproken cynisme tegelijk belachelijk maakt.
All rise
Deze tempel geldt evengoed als tribunaal met Jinn Dahlia Pessemiers Benamar die de dienst én rechtszaak van Dochter, de Vrouw leidt. Het altaar of rechtstoel van deze gewijde plek heeft wat weg van een bed waarin gewiegd wordt. ‘Steek je handen in de lucht, of hou je ogen gesloten, wanneer volgende stellingen voor jou gelden,’ betrekt Alami het publiek in deze intieme binnenruimte.
Ik voel er in het begin erg weinig bij. Benamar houdt stapels papieren vast, terwijl ze vooral in theoretische bewoordingen praat over de positie van de vrouw en de destructie van het kapitalisme. Het is pas wanneer Alami het filosofische gekonkelfoes openbreekt, dat ik in de parallelle wereld van ‘Shrine’ een stuwende uitnodiging ontdek.
In een inleidende tekst over de performancepraktijk van Alami citeert schrijver Kopano Maroga diens spirituele mentor: ‘Het heilige is bedoeld om afzijdig te blijven. Onaangetast. Precies zo. (…) En dan het voorplein: (…) waar iedereen kan zitten. Dit is profane ruimte. (…) De grond die iedereen draagt, die de tempel uitsluit.’ Het is precies dat wat Alami in ‘Shrine’ ook doet. Ze breekt haar eigen, heilige ruimte open en stormt vanuit de regisseursstoel naar beneden. De zaallichten flitsen aan zodat niemand zich kan verstoppen.
“Go,” roept ze lang en wijzend naar de gesloten deur van de theaterzaal. Ik slik en kijk even achterom.
Net nog weerklonk ‘From the river to the sea’ in een zachte canon. Die liefelijkheid laat Alami nu helemaal los wanneer ze ziedend over de afschuwelijke oorlogsrealiteit met opengesperde armen en woeste bewegingen voor je staat. ‘Ben jij niet kwaad? En jij?’ fulmineert ze door de zaal. Maar ze schopt meteen ook tegen het heilige theaterhuisje wanneer ze het publiek zijn eigen passiviteit voor de voeten werpt. “Go,” roept ze lang en wijzend naar de gesloten deur van de theaterzaal. Ik slik en kijk even achterom. Welke verscheurde wereld tref je aan? Waar te beginnen? “Ga!”. Dit altaar verdraagt geen toeschouwers. Dit is een voorplein waar gezongen én gestampt wordt.
Op de beats van Reda Senhaji (Cheb Runner) stapt Alami mee het podium op en laat ze zich wiegen door Benamar. Haar kracht is hier kwetsbaar. In ‘Shrine’ toont ze zich niet alleen als performatieve priesteres, maar vooral ook als rouwende Dochter. Net zoals in haar voorstudie ‘Ajjit’ is genezing een collectieve beweging. Via de polyritmiek van Marokkaanse muziek laten Cheb Runner en Alami onze aangetaste lichamen loskomen van hun opgelegde identiteiten. Sommige toeschouwers veren mee recht om te dansen. Ik voel de trilling. Een bonkende boosheid. De noodzaak van duizenden smalle gangetjes, die niet afvloeien naar kabbelend water maar uitkomen op oeverloze pleinen. Waar een sacrale stilte heerst; waar tegelijk de geluiden van boze en blije samenkomsten weerkaatsen tegen eeuwenoude muren. Dat is hoe een toekomst van haar geschiedenis kan leren.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz