Toneel

anatomie antigone De Roovers & herman

De vele gezichten van Antigone

Antigone. Een fascinerend personage in de theatergeschiedenis. De kwade dochter die zich verzet tegen het decreet van haar oom Kreoon omwille van een hoger, Goddelijk Recht. Ze sterft daarvoor een  gruwelijke dood. Ieder tijdperk las die daad op zijn manier. Al die interpretaties samen vormen een enorme stapel. De Roovers zetten er samen met het collectief Herman hun tanden in. Hun ‘Anatomie/Antigone’ doorploegt die stapel Heilige Woede. 

anatomie antigone
Pieter T’Jonck Zomerfabriek, Antwerpen meer info
06 oktober 2021

De verhaalstof is overbekend. Na de dood van hun vader Oidipous bevechten Eteokles en Polyneikes elkaar om de heerschappij over Thebe. Ze vinden allebei de dood, maar Kreoon, de broer van hun moeder Iokaste, wijst Eteokles als ‘de goede’ en Polyneikes als ‘de slechte’ aan. Met die beslissing wil hij de rust en het gezag doen weerkeren in de stad.

Hij maakt echter de noodlottige vergissing om te verbieden dat Polyneikes een graf krijgt. Wie dat verbod negeert krijgt de doodstraf. Dat was voor een Griek heiligschennis: je deed het zelfs je ergste vijand niet aan om zijn lichamen ten prooi te laten aan de honden. (Achilles haalde zich bijvoorbeeld ook de woede van de Goden op de hals toen hij het lijk van Hektor tien keer rond Troje sleepte!).

Antigone, zuster van de twee gevallen broers, verzet zich daartegen en begraaft haar broer toch, in naam van een Goddelijke Wet. Haar zus Ismene probeert haar daar eerst van te weerhouden. Later schaart ze zich toch aan haar zijde en wil mee de straf opnemen, maar Antigone wijst dat af. Kreoon veroordeelt haar ter dood.

Door het gemor van het volk beseft hij echter dat hij daarmee te ver ging. Toch wil hij zijn gezag niet laten ondermijnen. Daarom verordent hij dat Antigone levend begraven wordt. Zo zal ze niet direct door zijn hand sterven. Antigone hangt zichzelf echter op in haar tombe. Extra gruwelijk is dat Antigone de geliefde is van Kreoons zoon Haimoon. Die zal uiteindelijk de hand aan zichzelf slaan. Zijn moeder, Eurydike, volgt hem daarin.

Halfweg de voorstelling verneem je dat de naam Antigone zoiets betekent als: ‘degene die geboren is om tegen te werken, de stijfkoppige’. De naam Ismene daarentegen betekent ‘de verstandige’, degene die wikt en weegt -of, negatiever, twijfelt. Die tegenstelling bepaalt samen met de tegenstelling tussen Goddelijk en menselijk recht het verhaal dat in de versie van Sofokles beroemd werd.

Het verhaal bleef echter opduiken in de geschiedenis, tot vandaag. De Britse kunstenares Tacita Dean wijdde er bijvoorbeeld recent een grote installatie aan. Maar ook Jean Anouilh, Bertolt Brecht, Anne Carson en zelfs iemand als Slavoj Žižek waren ermee bezig. Om dan nog te zwijgen van de rist auteurs die naar de figuur verwijzen.

Het bewijst dat je het verhaal op veel manieren kan lezen. Het kan gaan over menselijke waardigheid versus de staat, of Goddelijk versus menselijk recht, maar ook over radicalisering, over woede over onrecht, over gehoorzaamheid en verzet, noem maar op. De pittige achtergrond van de familie -hun moeder was tegelijk hun grootmoeder en hun vader hun halfbroer- maken de mogelijke interpretaties nog talrijker. Eigenlijk is het quasi onmogelijk om de personages te doorgronden: ze worden bezeten door woede (Antigone) of overmoed (Kreoon) maar een psychologische verklaring is er niet. Als in zoveel klassieke Griekse verhalen lijk je voor blinde natuurkrachten te staan.

Dat moet wel de reden zijn dat Luc Nuyens het stuk opent met een citaat uit Philip Roths ‘Amerikaanse Pastorale’: ‘We begrijpen niets van de beweegreden van anderen, en misschien niet eens van onze eigen beweegredenen’. Ondertussen heeft Kenneth Cardon een lange lijst met titels van scènes en van teksten neer gekribbeld langs de krijtlijn die het publiek van het podium scheidt. Je ziet de déroulé van het stuk dus nog voor het begint. Het gaat hier dus niet om een intrige of een geheim. We kennen dit verhaal door en door. Maar toch heeft iedereen het (een beetje) anders gelezen en begrepen. Dat is wat dit ensemble zal demonstreren.

Qua dramaturgie is dat bijzonder interessant. Tussen de actiescènes door krijg je gedichten en teksten van Ingeborg Bachmann, Konstantinos Káváfis, Albert Camus, Stefan Hertmans en vele andere auteurs die een aspect of een gevoelssfeer uitlichten. Kenneth Cardon voert hier vaak het woord.

Minstens even interessant is dat hier vele versies van het stuk door elkaar heen gebruikt worden, zodat je soms erg verschillende blikken op één personage krijgt. Kreoon (Sara Debosschere) bijvoorbeeld is in het begin de despoot die hij bij Sofokles is, maar als hij oog in oog staat met Antigone (Lois Lumonga Brochez) zien we eerder hoe Jean Anouilh naar de man keek. Hij bepleit zijn zaak met het argument dat er toch iemand moet proberen het schip op koers te houden. Het maakt hem menselijker en complexer. Interessant is ook dat Eurydike (Sofie Sente), zijn echtgenote en moeder van Haimoon (Kenneth Cardon) hier een veel grotere rol krijgt dan bij Sofokles.

Geregeld leggen de spelers, en dan vooral Lumonga Brochez, daarnaast een link met de wereld vandaag. Lumonga Brochez houdt in de scène ‘Say her name’ bijvoorbeeld een vlammende filippica tegen machtsmisbruik tegen zwarte mensen. Dat is relevant omdat zij als zwarte vrouw Antigone speelt. Als het personage Antigone verzet ze zich tegen mensonwaardig onrecht en is ze er ook slachtoffer van. Als zwarte vrouw in de rol van Antigone wordt dat verzet en slachtofferschap plots meer dan een rol een symbool voor de positie van alle zwarte vrouwen.

Een even actueel thema duikt -in minder uitgesproken vorm- op in de confrontatie tussen Kreoon en de blinde ziener Teiresias (Sarah Lâm). Als Teiresias voorspelt wat er gaat gebeuren, maakt Kreoon hem uit voor kwakzalver en leugenaar. Plots speelt daar de gender-ambiguïteit van Teiresias op. Teiresias wisselde inderdaad in zijn leven twee maal van geslacht volgens de mythe. Maar de link naar vandaag kan je moeilijk missen.

Die dramaturgische grondigheid werd echter niet doorgetrokken in het spel. Veel scènes bevatten de kern van een spelidee, dat krachtig zou kunnen uitdrukken waar het om gaat, maar worden niet consequent uitgewerkt. Een spijtig voorbeeld daarvan is de al vermelde woedende uitval van Lumonga Brochez. Die loopt uit op een lange reeks namen van vrouwen die het slachtoffer werden van racistisch geweld.

Aanvankelijk zet ze daarbij voor elke naam met een borstel een streep op de zinken achterwand van het podium (een mooi ontwerp van Stef Stessel trouwens). Na enige tijd nemen Luc Nuyens en Daantje Idelenburg het van haar over, terwijl ze namen blijft spuwen. Maar vreemd genoeg letten die twee helemaal niet op hoeveel namen er vallen. Ze zetten maar wat streepjes, veel meer dan er nog namen volgen.

Het klinkt triviaal, maar dat lukraak streepjes zetten, net als de al te korte lijst namen ontkracht een potentieel zeer sterke scène. Het gaat hier om zwaarwichtige kwesties, die eerder symbolisch dan psychologisch zijn, en daarom choreografisch-ritueel precies moeten uitgevoerd worden om geloofwaardig te zijn. Om de kijker mee te nemen in de act van herinneren, benoemen, eren.

Aan zo’n dingen merk je dat de vertaalslag van een dramaturgische analyse naar een theatrale verbeelding hier is blijven steken in ideeën die opborrelden tijdens discussies, maar niet genoeg uitgewerkt werden op de speelvloer. Mocht deze spelersgroep daar meer op inzetten, dan zou dit een erg goede voorstelling kunnen worden. Maar daarvoor moeten ze dan wel het spel an sich ernstig willen nemen. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren