Dans / Performance

Commonstro Milø Slayers

Monsterlijk in slow motion

Na zijn solo ‘Monstrare/Monere’ (2021) haalt danser en choreograaf Milø Slayers met ‘Commonstro’ de binaire scheiding tussen mens en monster opnieuw onderuit. Vier P.A.R.T.S-studenten eigenen zich zijn bewegingstaal in slow motion toe. Hoewel Slayers uit natuurlijke lichaamsbewegingen iets bevreemdends weet te destilleren, blijft die monsterlijke aantrekkingskracht niet heel de performance doorschemeren.          

Commonstro
Lotte Ogiers Kaaistudio's, Brussel
29 september 2025

Lichtontwerper Luc Schaltin en scenografe Nancy Nasser Al Deen plaatsten een rond projectiedoek boven de vier performers. De volmaakte, ongeschonden cirkel contrasteert subtiel met de gebogen schouders en verwrongen houdingen van de dansers. Die gedragen zich in ‘Commonstro’ niet als wervelende monsterlijke gedaanten maar als schepsels die heel langzaam ontspruiten uit hun verhakkelde acties. Want dat is hoe Slayers je op de proef stelt: zijn performance is die van de ingehouden kracht. Elke beweging vraagt in ‘Commonstro’ de opperste concentratie en bijhorende uitgerekte tijd. Hier zijn vloeiende bewegingen niet van tel, noem het liever ‘voortzettingen’ die door hun trage ontwikkeling bevreemden.

Bij aanvang laat Schaltin diffuus licht op de cirkel schijnen. Flikkerende grijstonen zoomen in en uit alsof je je ogen scherpstelt voor microscopisch onderzoek. Daar moet je ze om beurten toeknijpen om via de lens deel te worden van de allerkleinste cellen. Wat speelt er zich in deze vier lichamen allemaal af? De performers verhullen hun gezichten bijna heel de tijd onder hun T-shirts, die ze in een eerste scène heel gestaag over hun hoofden werpen. Alsof ze hun ware identiteit toch enigszins willen afschermen van onze onderzoekende blik.

Zo’n twintig minuten lang voel je hoe iedereen in de zaal zich inspant om muisstil naar de vertraagde bewegingen te kijken. Even lijkt het zelfs alsof we allemaal gelijkmatig ademen om de vier performers, die dan nog met hun rug naar de zaal staan, niet uit hun concentratie te halen. Die gedeelde focus brengt een energetische connectie tussen het publiek en de performers tot stand. In die eerste minuten tillen de dansers enorm traag hun rechterhand naar boven. Wanneer die hand eindelijk op hun schouderblad ligt en er even rust, lijkt die plots niet meer lichaamseigen. Ik zie een klauw, iets dat zijn weg zoekt op onbekend terrein. Deze hand is niet meer menselijk door de meditatieve uitrekking van wat een natuurlijke lichaamsbeweging is. Paradoxaal genoeg veroorzaakt die diepe focus dus een ontkoppeling tussen lichaam en ledematen. Dat is een monsterlijke beeldtaal.

‘Commonstro’ vertrekt vanuit een fascinerende, vertraagde bewegingstaal die daarmee ook haar eigen grenzen scherpstelt.

In latere scènes krijgt de cirkel een vleselijke gloed door rode en roze tinten. Wanneer de dansers hun eigen navel indrukken bijvoorbeeld en hun innerlijke monster via slijmerige oprispingen ophoesten. De cirkel lijkt nu een inwendig kijkgat. (Nu ik dit zo opschrijf, betrap ik mezelf op een geijkte witte Westerse symbolisering. Ik schrijf het toch op. Noem het gerust navelstaarderij.) Misschien is het toch gewoon de volle maan die haar licht laat schijnen op wezenlijke gedaantewisselingen?

Die cirkelbeweging schuilt ook in het verloop van ‘Commonstro’. Waarom linkt Milø Slayers het monsterlijke aan de volmaakte vorm? Wijst deze cyclusbeweging op de organische identiteit van ons menselijk monsterzijn? De performance begint met een buiging en eindigt met diezelfde buiging. Alles ertussen is een motorisch zelfonderzoek dat toewerkt naar een intiem tafereel waarin de vier lichamen zich onlosmakelijk tot elkaar verhouden. Hier gingen erotische én beschroomde bewegingen aan vooraf wanneer nu eens de ene dan weer een andere performer zijn achterwerk stukje bij beetje ontbloot.

Maar wat moet je blijven voelen bij deze ingehouden tegendraadse krachten? Slayers ontzegt je elke vorm van inleving. Zonder soundscape en slechts via enkele minimale versnellingen ben je eerder getuige van een meditatieve lichaamsstudie dan van een monsterbeeld dat haar klauwen in je zet. ‘Commonstro’ vertrekt vanuit een fascinerende, vertraagde bewegingstaal die daarmee ook haar eigen grenzen scherpstelt. Wanneer je voelt hoe iedereen weer op zijn eigen (gejaagde) tempo ademt, je eigen gedachten naar alle kanten schieten, merk je dat het momentum in ‘Commonstro’ voorbij is. Dat is jammer. Want in de uitgepuurde traagheid schuilt wel een transformerende kracht die het monster van binnenuit toont.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login