Shiraz, tell me about the revolution Farbod Fathinejadfard
De sluipwegen van de macht
De Iraanse stad Shiraz heet ‘de stad van rozen en nachtegalen’ te zijn. In ‘Shiraz, tell me about the revolution’ laat Farbod Fathinejadfard weinig heel van die romantiek. Als kind van politieke vluchtelingen weegt de Revolutie nog steeds op hem, al was het maar omdat hij er steeds weer op afgerekend wordt. Maar als je dacht dat ‘wij’ immuun zijn voor zo’n blinde machtsuitoefening, dan is dit stuk een kleine wake up call.
Onder het toeziend oog van Fathinejadfard loop je over het podium, langs een stoel, een emmer kalk en een veegborstel, naar je zitplaats. Met opgeblonken schoenen kijkt hij geduldig toe. Ondertussen doet hij zich aan Mars repen te goed – een knipoog naar wat komen zal. Als iedereen gezeten is dooft hij het zaallicht. Een projectie start. Je ziet een gemoedelijke conversatie tussen Fathinejadfard en zijn ouders, in Farsi uiteraard, maar met Engelse ondertiteling.
Hij hoort ze uit over de Iraanse revolutie van 1979, en de Islamitische Republiek die eruit voortkwam. ‘Mom, tell me about the revolution.’ De moeder ontwijkt het politieke onderwerp in naam van de huiselijke vrede. Aandoenlijk komisch verklaart ze vooral haar liefde voor westerse Marsrepen. Maar de vader gaat wel op de vraag in. Net als het gros van de bevolking was hij gewonnen voor de revolutie, met haar belofte van vrijheid, vooruitgang en democratie. Tot Khomeini’s discours keerde en van de Westerse verlichtingsidealen weinig heel liet…
Meteen daarna zet Fathinejadfard zichzelf in het zonnetje onder een fel geel spotlicht. Hij neemt er een geschiedenisboek over de Iraanse Revolutie bij, maar verder dan pagina zeven komt hij niet. De plaatjes in het boek interesseren hem meer. Zoals de foto van de eerste vrouw die ter dood gebracht werd omdat ze haar hijab afnam. Het gaat hem blijkbaar minder om de Revolutie zelf dan om de vraag hoe een gebeurtenis die dateert van voor zijn geboorte, zijn leven -en dat van vele anderen- vandaag nog steeds ingrijpend tekent. Hoe de Revolutie zijn speelruimte, figuurlijk, bepaalt. Dat demonstreert hij ook letterlijk door met de borstel en de witte kalk in de emmer Arabische karakters op de zwarte vloer te kalligraferen. Plots wordt de neutrale ‘black box’ een cultureel beladen plek.
In die ‘nieuwe’ context trekt hij een rood kanten slipje aan, alsof hij een verleidelijke vrouw was. Een blik op dat schone lijf is ons niet lang gegund, want meteen daarna verhult zijn natuurlijke vormen onder een hijab en een groot zwart doek. Het is een komisch effect waarmee hij de lachers onder het overwegend witte publiek op zijn hand krijgt.
Maar het weerspiegelt ook een pijnlijke realiteit. Dit is niet werkelijk om te lachen. Door die gedaantewisseling ontmantelt Fathinejadfard immers het stereotype beeld van Iraanse vrouwen. Hij toont de laagjes die letterlijk en figuurlijk schuil gaan onder de sluiers die de Islamitische staat hen opdringt. Zo weet je meteen hoezeer ze in hun vrijheid beperkt worden. Tot daar de belofte van de verlichtingswaarden, lijkt zijn boodschap.
Tot daar de belofte van de verlichtingswaardenNog steeds verborgen onder zijn zwarte gewaad neemt hij nu plaats te midden van het veld van Arabische karakters. Rond hem weerklinken talloze vragen, in vele talen. Ze lijken zowel van een argwanende schoonvader als van een liefdevolle moeder, van nieuwsgierige klasgenootjes als van onderdrukkende overheidsinstanties -in Iran en daarbuiten- te komen. ‘Are you hungry?’ ‘What did you dream about?’ ‘Will you be careful?’ ‘Are you fucking my daughter?’ ‘Heeft je moeder een snor?’ ‘Zijn je ouders arm?’ ‘Where do you come from?’ ‘Can you spell that?’ ‘Is Sinterklaas racistisch?’ ‘Do you know you look like Pavarotti?’ ‘What was the most difficult to leave behind?’... Achter elke vraag schuilt al een oordeel, elke vraag impliceert al een antwoord, ‘identificeert’ hem.
Maar dan keert hij de rollen om. Hij stapt op de toeschouwers af en kijkt ze in de ogen. Nu stelt hij de vragen. ‘Is that your bag? Can you open it?’ ‘Are you a terrorist?’ ‘Heeft de toekomst nog een toekomst?’. Zijn laatste vraag komt bij het grotendeels witte publiek misschien nog het meeste binnen: ‘Hoe ver woon je boven de zeespiegel? Hoe lang zal je er nog kunnen wonen? En wat zal je het meeste missen?’
Fathinejadfard laat zo voelen wat het teweegbrengt als je huis en goed omwille van rampspoed moet verlaten. Al heb je als individu noch de oorzaak, noch de gevolgen ervan in handen, je wordt er wel persoonlijk op afgerekend. Via venijnige vragen, die nauwelijks een antwoord behoeven.
De toon blijft echter licht komisch. Fathinejadfards act installeert geen oppositie tussen ons, witte mensen in de zaal en de onfortuinlijke Iranees die hij is. Hij verwijt ons niets. Dat maakt hem ontwapenend. Daardoor kan hij ook blootleggen hoe ‘macht’ doorwerkt tot in de kleinste, ‘onschuldigste’ vraagjes. Een staaltje ‘microfysica van de macht’ waar de Franse filosoof Michel Foucault al in de jaren 1970 op wees.
Niet dat Fathinejadfard op zo’n drie kwartier werkelijk tot een ‘ongenadige ontleding’ van de macht komt, zoals het programma belooft. Dat is ook moeilijk voorstelbaar in zo’n kort bestek. Toch laat zijn spel van vragen wel zien hoe identiteitspolitiek vandaag systematisch ingezet wordt om ongelijkheid in stand te houden. ‘Shiraz, tell me about the revolution’ steekt zijn vinger in een etterende wonde.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz