Muziektheater / Performance

A Rite of Spring Benjamin Abel Meirhaeghe & Lander Gyselinck / OBV / Toneelhuis

Winnen door te verliezen

‘A rite of spring’ is het antwoord van Benjamin Abel Meirhaeghe op ‘Le Sacre du Printemps’, het roemruchte ballet van Vaslav Nijinsky op muziek van Igor Stravinsky bij de Ballets Russes in 1913. Percussionist Lander Gyselinck stapt in de schoenen van Stravinsky. Het is een merkwaardig antwoord: Meirhaeghe maakt van een primitief offerritueel een rituele viering van een ‘ander’, subversief vrouwelijk slachtofferschap. Geen duistere misogynie maar slachtofferschap als positieve keuze. Drie levensverhalen dienen als bewijs. Die bewijsdrang laat echter nauwelijks ruimte om je als kijker in te leven in de keuzes die deze getuigen maken. Je zit erbij en kijkt ernaar. 

A Rite of Spring
Pieter T’Jonck NTGent, Gent
14 maart 2026

‘A rite of spring’ is als een muzikaal canvas, opgespannen tussen drie teksten, met drie dansers die om beurt het beeldvlak invullen. De basistekst is het akelige verhaal van Stavjat Javriloe dat Igor Stravinsky inspireerde. Het speelt zich af in een primitieve gemeenschap die elk jaar een jonge maagd offert voor een voorspoedige oogst. Puur verzinsel, maar soit. In het verhaal van Javriloe kiest een oude priester echter twee maagden uit. Hij laat één ervan gaan om de andere beestachtig te kelen. Die willekeur en nodeloze angst geeft het verhaal een sadistisch randje, zonder het ‘stopwoord’ dat het geweld in bdsm inperkt. De almacht van de priester is totaal. Toch eindigt het gedicht dubbelzinnig met de zin “Uit het gras dat bloedrood kleurt ontstaan nieuwe goden”.

Bloemlezing

Wie zijn die ‘nieuwe goden’? Die vraag is het wankele bruggetje tussen ‘A Rite of Spring’ van Benjamin Abel Meirhaeghe en de ‘Sacre du Printemps’ van de Ballet Russes. Gek genoeg gingen beide voorstellingen in première aan de vooravond van een oorlog. De Iraanse oorlog vandaag (zonder Gaza of de Oekraïense oorlog te vergeten) rammelt even sterk aan onze zekerheden als WO I. Stravinsky noch Nijinsky hadden het daar echter over. Ze evoceerden in hun genadeloze aanslag op burgerlijke conventies van compositie en choreografie, met wild wisselende ritmes en woeste sprongen, een destructieve, moordzuchtige drang. Vanuit een zuiver mannelijk perspectief: de vrouw was slechts object van het geweld. Ze had geen zeg in haar slachtofferschap.

‘A Rite of Spring’ herleest dat destructieve programma vanuit een vrouwelijk perspectief. Het keert het impliciete sadisme binnenstebuiten door vrouwelijk slachtofferschap – al dan niet bewust opgezocht of geassumeerd – te huldigen als middel om de maatschappelijke orde de wacht aan te zeggen. Een tweede basistekst, van Cassandra Troyan, gaat daarover. Ze stelt dat overgave en onderwerping een vorm van verzet zijn in een samenleving die draait rond controle en profilering. Als je ‘niemand’ bent heeft ‘het systeem’ geen vat meer op je.

Overgave en onderwerping als een vorm van verzet in een samenleving die draait rond controle en profilering.

Dat stelt ze ook in een onthullend interview: ( https://thenewinquiry.com/powers-of-the-bottom/ ) “Instead of allowing subjugation to manifest as self-destruction or suicide it is about killing the symbolic order, the pacts we make with the image of ourselves as individuals. Almost antinomian, but my pact is not with moral law, instead a resolve to do the unconceivable; the most vile degrading actions, impossible desires, then to use those as your triumph, your pride, your sublime pleasure, is a moment of insurrection.”

De derde hoeksteen van de voorstelling is ‘In Celebration of my uterus’ een gedicht van Anne Sexton (1928-1974), een lofrede op de kracht van seksualiteit als verzet tegen onderdrukking. Vandaag lezen we die tekst zeker anders dan in rond 1970. Sexton was haar tijd ver vooruit met haar onverbloemd persoonlijke, krachtig verwoorde gedachten en gevoelens die de mores van haar tijd op hun kop zetten.

Like a jungle drum

Die drie teksten vormen het kader. Het canvas is de muziek van Lander Gyselinck. Hij zit midden op het podium achter een indrukwekkend drumstel, aangevuld met een batterij elektronische instrumenten. Daarrond staan nog zo’n vijf andere drumstellen, snare drums en cymbalen. Te veel om door één man bespeeld te worden. Hij brengt er op zijn dooie eentje een fascinerend klankenspectrum mee voort. Terwijl het publiek binnenkomt klinkt al een repetitief elektronisch riedeltje terwijl rookmachines toefjes mist de zaal inspuiten. Als de lichten doven klinkt een motief van fagotklanken, een verre echo van Stravinsky’s partituur. Pas dan begint Gyselinck te drummen.

Dat is het signaal voor de drie vrouwen waarom het hier draait om op te komen. Twee van hen, Courtney May Robertson en Sophia Rodriguez, zijn poedelnaakt. Een statement: dit gaat over vrouwelijke seksualiteit, open en bloot. Charly Ange Fogaroli daarentegen draagt een vleeskleurige slip. Dat lijkt een triviaal detail. Vanaf het eerste balkon merk ik het eerst niet eens, maar later blijkt dat zo toch iets onvertoond moet blijven. De dans van de drie vrouwen, met Rodriguez als voorvrouw, roept meteen de dreigende sfeer van ‘Le sacre’ op: ze trappelen heftig, haast extatisch ter plaatse, met de armen hoekig gekruist op het obsederende ritme. Tegelijk lees je het verhaal van Stavjat Javriloe en zakt op de achtergrond een replica van het originele decor van ‘Le sacre’ neer.

Dat duurt allemaal nogal, zodat je volop de tijd hebt om de eenvoudige, maar indrukwekkende scenografie van Meirhaeghe te bewonderen. Hij laat trekken met lichten van veranderlijke kleur, intensiteit en stralingshoek onvoorspelbaar stijgen en dalen. Het creëert een steeds wisselende sfeer, nu eens duister en dreigend, met veel rook, dan weer ongenadig klaar.

Plots wordt de muzikant een detail in het verhaal dat de drie vrouwen na elkaar vertellen.

Als Gyselinck het grote drumstel verlaat voor een kleiner stel links vooraan zakt echter een rood doek neer voor het podium. Plots is de drummer ingelijst in een klein venster met een rondboog uitgespaard in dat doek. Hij wordt een detail in het verhaal dat de drie vrouwen na elkaar vertellen. Rodriguez heeft het over haar ambivalente verhouding tot het moederschap na een geschiedenis van geweld en misbruik. Toch heeft ze drie kinderen. Volgens een raadsman is ze zelfs zo vruchtbaar dat ze een hele natie zou kunnen baren. Alleen, welke natie zou dat dan moeten zijn, vraagt ze zich af.

Charly Ange Fogaroli neemt daarna het woord. Zij conformeerde zich lang aan de eisen van mannelijk, sportief gedrag als handbalkampioen. Tot zij zich bekende tot haar vrouwelijke kant, haar liefde voor ‘angels’ en de sprong naar een ander geslacht waagde. Het is een pakkend verhaal van overgave, van over angsten en inhibities heen stappen om een diepere drang te volgen. Het slipje dat ze draagt is het spoor van dat nog prille, intieme proces. Dat ligt helemaal anders bij Courtney May Robertson. Zij spreekt er onverbloemd over dat ze kickt op bdsm, op vernedering en pijn. Ze is ‘le sacre’, liefdevol.

Halfweg uitverteld

Het probleem van de voorstelling is dat alles dan al verteld is, maar dat de avond nog niet halfweg is. Elke performer krijgt nu haar scène met haar beeld. De teksten van Cassandra Troyan en Anne Sexton horen daarbij. In een tenenkrommende scène herhaalt Robertson de ‘Interior scroll’ performance (1975) van Carolee Schneemann. De kunstenares las in die performance een tekst voor die ze te lezen stond op een tekstbandje dat ze uit haar vagina trok. Robertson doet haar dat na terwijl ze de tekst van Troyan brengt. Het is zo letterlijk dat de intrigerende ambiguïteit van de oorspronkelijke performance én van de tekst volkomen teloorgaat. De scène zal zelfs de meest doorwinterde bourgeois niet epateren.

Die bourgeois, of welke kijker dan ook, zal ook niet opkijken van het gerotzooi met aarde (aarde = vrouwelijkheid, een zeer oorspronkelijke gedachte voorwaar) en zich wellicht ergeren aan de groteske erotische toenadering tussen Rodriguez en een uitvergrote kopie van de Venus van Willendorf. Hoe letterlijk kan je het maken? Er komen ook grote eieren in steen aan te pas. Wat had U gedacht. Vrouwen=eieren, toch? Of is dat ironie?

Waarom doen alsof als het gaat over waarheid?

Ik wist op de duur niet meer waar ik het had. Sterke muziek, intrigerende getuigenissen, maar ze hangen als los zand aan elkaar, met de teksten en de referenties naar Schneemann of de Venus van Willendorf als pover excuus voor een rode draad. Alles smaakt naar ideologie in plaats van naar theater. Het stuk verheft transgressieve manieren van zijn tot waarheid. Maar anders dan in het theater van pakweg Jean Genet worden misdaad en transgressie hier geen tastbaar, lillend ingrediënt van het leven, maar blijven het notificaties.

OK. Genoteerd. Ook genoteerd: de drie vrouwen vernietigen de overbodige drumstellen die daar al de hele tijd werkeloos stonden te wachten. Dat wil zeggen: ze doen alsof. Waarom doen alsof als het gaat over waarheid?         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz