Toneel / Dans

Somnia Anne Teresa en Jolente De Keersmaeker / Parts

In het toverwoud

In ‘Somnia’, Latijns voor ‘Dromen’, ensceneren Jolente en Anne Teresa De Keersmaeker ‘Midsummer Night’s Dream’ van Shakespeare in het park van het Kasteel van Gaasbeek. Maar liefst 44 studenten van Parts geven gestalte aan dit wonderlijke verhaal over liefdesperikelen. De tover van het landschap levert de partituur waarop dit tintelende sprookje tot leven komt. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Somnia
Pieter T’Jonck
Kasteel van Gaasbeek
Kunstenfestivaldesarts
meer info
30 mei 2019

Het kasteel van Gaasbeek bezoeken is een tijdreis. Als je van de straat naar het kasteel loopt langs een lange dreef krijg je spectaculaire zichten op in de verte gelegen vijvers, en passeer je een imposante vestingmuur. Pas dan stoot je op het kasteel, een negentiende-eeuwse pastiche gebouwd op de ruïnes van een oud slot.

Niets in dit landschap is aan het toeval overgelaten: elk uitzicht, elk pad leidt naar een wijds zicht op het landschap of laat je stoten op een ‘historisch’ relict. De vernuftige modellering van het landschap in hoogtes en dalen, met waterpartijen als spiegels en bosschages als schermen en doorkijken creëren een veelheid aan unieke uitzichten op een, alles bij elkaar, kleine lap grond. Het is een toverachtig decor. Maar dus wel een decor. Natuur: het is natuur, maar dan zoals we ze dromen.

Vanaf de binnentuin van het kasteel, hoog verheven boven het landschap, heb je een adembenemend uitzicht. Daar begint Somnia. Een kort fluitconcert luidt het stuk in. Een jonge vrouw kondigt daarop vanop de borstwering aan dat Koning Theseus van Athene op het punt staat te trouwen met Hippolyta, de koningin van de Amazones.

Maar hoveling Egeus gooit roet in het eten: hij beklaagt zich erover dat zijn dochter Hermia verliefd is op Lysander, terwijl ze met Demetrius hoort te trouwen. Terwijl Helena, een vriendin van Hermia, dan weer wanhopig verliefd is op Demetrius. Het zit dus goed fout in liefdesland.

De vertelster wijst de personages aan tussen het publiek dat het binnenplein vult. Niet dat je de spelers er niet gemakkelijk uithaalde: als kinderen zijn ze uitgedost in kleurige winterjassen, trainingbroeken en pullovers. Met een beetje verbeelding zijn het fantastische kostuums van hovelingen. Dit wordt dus alvast geen benauwde ‘getrouwe’ enscenering van Shakespeare. Hier is de verbeelding aan de macht. Dat blijkt ook uit een, op dat moment nog curieus, detail: elk personage wordt door maar liefst vier spelers tegelijk vertolkt.

Meteen daarna voeren de fluitspelers en de performers het publiek in stoet door de grote poort het kasteelpark in, op naar het grote grasveld en de vijver aan de voet van het kasteel. Daar duiken drie nieuwe, kapitale personages op: de elfenkoning Oberon, koningin Titania en Puck, de factotum van de koning. Ook in elfenland is het hommeles: Oberon en Titania ruziën de hele tijd over een ‘Indian boy’. De natuur lijdt daaronder.

De natuur lijdt onder de ruzie van Oberon en Titania

Het landschap wordt hier prachtig ingezet om de twist kracht bij te zetten. Een van de Titania’s schreeuwt vanaf de steile trappen die naar de het grasveld en de vijver voeren haar ergernis uit, over de hoofden van het publiek heen. Ze krijgt repliek van een van de Oberons die aan de rand van de vijver staat, zo ver verwijderd van zijn koningin als maar kan.

Dit loopt niet goed af. Alle personages verdwijnen in het bos rond de vijvers om hun wonden te likken. Maar ze lokken het publiek wel mee, in verschillende groepen (zo weet je meteen waarom elk personage door vier performers gespeeld werd: het stuk vanaf nu simultaan, op verschillende plekken in het bos gespeeld).

Ondertussen is de duisternis ingevallen. In het bos zie je haast geen hand voor je ogen, en raak je ook je oriëntatie kwijt. De ideale setting voor de complete verwarring die ontstaat als Oberons slimme plannetje om Helena en Demetrius te verzoenen door het gestuntel van Puck de bocht uit gaat. Op de duur is iedereen op de verkeerde verliefd. Iedereen is buiten zijn zinnen.

Hilarisch is de derde, parallelle subplot in het stuk: een groep simpele werklui willen een groots historisch stuk opvoeren bij de bruiloft van Koning Theseus. Het gaat over de gedoemde liefde van Pyramus voor Thisbe. Ook hier dus weer kommer en kwel in de liefde. Maar deze simpele ‘mechanicals’ verliezen zich in kwesties over hoe je wat speelt, en wat hoort of niet hoort in een theater. Hier hangen de stumpers in de takken van de bomen, met zaklampen als enige verlichting.

Het komt natuurlijk allemaal goed. Uiteindelijk komt iedereen, publiek én spelers, weer samen een de grote vijver, die nu feeëriek verlicht is. De trap die van de vijver omhoog leidt, en aanvankelijk tweespalt symboliseerde, wordt teken van verbinding: alle (juiste) liefdesparen komen er samen en vormen een wacht als het publiek terugkeert naar het grasveld aan de kasteelpoort.

Daar volgt het ‘huwelijksfeest’ dat in het begin aangekondigd werd. Of tenminste: een feestelijk dansspektakel. In het schimmige licht van twee grote vuren en de koplampen van een terreinwagen voeren de 44 Parts-studenten unisono een rituele dans uit. Daarna laten ze, in kleine groepen, of in een verbluffende breakdance solo, het beste van zichzelf zien.

Het is het orgelpunt van de avond, omdat de dansers hier kunnen schitteren. Maar de echte hoofdrolspeler van dit stuk is het kasteelpark: De zussen De Keersmaeker slaagden erin om de verbeeldingskracht die erin besloten ligt te reveleren, door de ‘partituur’ ervan naar hun hand te zetten. Dat je de details van het verhaal niet altijd kan volgen -je moet te vaak op teveel tegelijk letten, en je verstaat de spelers niet altijd even goed- is minder belangrijk dan die ervaring.