Dans

As you wish Anne Teresa de Keersmaeker en Steven Fillet

De vloer en de wand

Sinds ‘Work/Travail/Arbeid’, een buitengewoon succesvolle performatieve tentoonstelling in Wiels in 2015, verkent Anne Teresa De Keersmaeker steeds vaker het grensgebied tussen beeldende kunst en dans/choreografie. De tentoonstelling ‘As you wish’ in galerie Xavier Hufkens in Brussel is daarin een nieuwe, markante stap. Ze stelde die samen met haar partner, beeldend kunstenaar Steven Fillet, en musicus Alain Franco. Ze danst niet alleen, ze toont ook beeldend werk dat ze samen met Fillet creëerde. Met Johann Sebastian Bach als baseline.         

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
As you wish
Pieter T’Jonck Galerie Xavier Hufkens, Brussel
21 februari 2026

Complexe geometrische figuren bepalen al lang de vloer van de dansvoorstellingen van Rosas. Ze doken al op in ‘Toccata’ (1993), een werk gebaseerd op fuga’s en danssuites van Bach. Vanaf ‘Drumming’ (1998) zijn die complexe geometrische figuren steeds nadrukkelijker aanwezig. Ze zijn gebaseerd op getallenreeksen als die van Fibonacci. Daarin is elk volgend getal de som van de twee vorige, dus 1,1,2,3,5,8 enzovoort. Als je die uitzet als een stapeling van groeiende vierkanten, en je tekent binnen elk vierkant een kwartcirkel tussen twee tegenoverliggende hoeken, ontstaat er een spiraal, een figuur waar De Keersmaeker een voorliefde voor heeft. De vloertekeningen van haar stukken wemelen dan ook van spiralen, vierkanten, vijfhoeken en kruisende lijnen die het pad van de dansers bepalen.

Uitgerafelde doeken

In de galerie zien we in de zalen op de begane grond en de eerste etage fragmenten van die vloerpatronen op ware grootte verschijnen op intrigerende werken van groot tot zeer groot formaat. Het zijn letterlijk ‘schilderdoeken’, opgespannen op spieramen, maar ze bleven ongeprepareerd en vertonen sporen van vervuiling en verwering, alsof er mensen overheen liepen en later ook vocht sporen naliet. Op meerdere plaatsen is de stof bovendien uitgerafeld, zodat je net niet door het doek heen kijkt.

Op die doeken zijn met potlood grote cirkels en lijnen getrokken. Her en der werden ze met dikke strepen verf in geel, rood en blauw gemarkeerd. Op veel plaatsen duiken daarnaast droedels of aantekeningen als ‘tape’ op, net naast kleine, met potlood aangeduide vlakjes van een paar centimeter. De doeken lijken zo fragmenten zijn van een groter geheel, even groot als een podiumvloer. Zo zijn de werken blijkbaar ook ontstaan. Fillet en De Keersmaeker legden vergeten en verweerde schilderdoeken uit op een vloer en tekenden daar het patroon van een choreografie op uit. Daarna werd deze ‘vloer’ weer ontmanteld. Elk fragment hangt hier als een afzonderlijk werk tegen de muur.

Het is haast onmogelijk om uit die fragmenten het geheel weer op te roepen. Het gaat ook niet langer alleen om de abstracte figuur. De concrete materialiteit van doek, verf, potloodlijnen dringt zich veel sterker op. Ook de kribbels en droedels springen nu in het oog. Dat zouden ze nooit doen als choreografische figuur uitgezet op de vloer. Ze doen denken aan de suggestieve krabbels in het werk van Cy Twombly.

Verticaal opgehangen framen de figuren niet langer een dans, als een onderlegger, maar worden ze een zelfstandig object van contemplatie.

Er verandert, zoals de galerie terecht opmerkt, dus iets fundamenteels door de figuren verticaal, in plaats van op de vloer te presenteren: ze framen niet langer een dans, als een onderlegger, maar worden een zelfstandig object van contemplatie. Doordat ze de totale figuur meteen, en onvermijdelijk, fragmenteren verwarren ze echter ook: ze suggereren een geheel, maar zijn te onvolledig om dat geheel ook te zien. De vluchtige aantekeningen, potloodlijnen, verfstrepen lijken op schichtige gedachten, zoals die in een schets doorschemeren zonder uit te kristalliseren.

Zo’n schichtigheid, zo’ n beweeglijk kluwen van gedachten die zich niet laten stilzetten kenmerkt echter ook de performance die De Keersmaeker brengt in de galerie. Het is een herwerking van de solo op de Goldberg Variaties van Bach die ze in 2020 creëerde. Ik wijdde er in 2020 een langere beschouwing aan. Het werk ging in première toen voor het eerst in lange tijd de corona-beperkingen gedeeltelijk opgeschort werden. Het is een bijzonder werk. Het speelt soms precies in op de structuur van de aria en de daaropvolgende 30 variaties en coda die J.S. Bach creëerde op één enkel basismotief, maar reageert er haast even vaak op een idiosyncratische, emotionele manier op.

Unplugged

‘Goldberg Variaties’ verenigt zo de twee uiterste polen in het oeuvre van De Keersmaeker. Het werk vertolkt de hang naar structuur en precisie, maar ook de even grote hang naar het tegendeel, de grootse emoties. Het ‘verklaart’ haar voorliefde voor Bach, en zeker voor deze Goldberg variaties: ondanks de wiskundige precisie waarmee Bach rond het basisthema laveert heeft de muziek ook een uitgesproken emotionele ondertoon. Ze roept een breed scala van gevoelens op, van uitgelaten tot diep melancholisch. Bach schreef het werk aan het einde van zijn leven. Hij kampte toen met veel persoonlijk leed. De muziek lijkt te getuigen van zijn manier om daarmee om te gaan.

Dat klinkt misschien als hineininterpretieren, maar in elk geval spiegelt De Keersmaeker spiegelt zich aan dat brede palet van stemmingen. Ze verbindt die in haar vertolking aan haar persoonlijke – vaak herkenbare - artistieke geschiedenis. Symboliek is nooit ver weg. In het begin wijst ze in stilte omhoog naar de lucht, als om te zeggen dat de muziek die zal volgen hemel en aarde verbindt. Ze ‘speelt’ ook vaak momenten van ontreddering, ongeduld, verwarring of onversneden plezier. Ze zakt soms onderuit, of gaat opgerold op de grond liggen, om dan even later wild heen en weer te springen.

De Keersmaeker lijkt soms dwars door je heen te kijken, maar kan je evengoed intens observeren.

Zelfs als de danseres ineen zakt en het even lijkt op te geven is echter dat deel van een precies uitgeschreven choreografie. Net zo precies dacht de Keersmaeker na over de weg die ze zou volgen door het gebouw en hoe ze daarbij het publiek op sleeptouw kan nemen. Ze verschijnt aanvankelijk bovenaan de trappen die de nieuwe vleugel, ontworpen door architecten Robbrecht en Daem, onderscheidt van het oudere gebouw. Ze lokt het publiek vervolgens mee door de kleinere kamers van dat oude pand. De live uitgevoerde muziek klinkt dan nog veraf: ze komt van ergens boven op de etage, als een droom. De Keersmaeker voert ons daarheen en laveert tussen het oude en nieuwe gebouw, tussen de zaal met grote doeken en het salon waar pianist Franco speelt. Finaal stort ze zich fmet volle geweld op zijn klavier.

Deze unplugged versie van de choreografie ‘Goldberg Variations’ werkt in deze ruimtes, met de doeken op de achtergrond, haast sterker dan de zaaluitvoering. Je staat in de kleinere salons soms letterlijk oog in oog met de danseres. Die lijkt soms door je heen te kijken, maar kan je evengoed intens observeren. Het is een kwetsbare positie. Een hoestbui, maar zeker een lachbui, zou de danseres onderuit kunnen halen. De Keersmaeker trotseert die fragiliteit echter met een onpeilbare ernst, af en toe doorbroken door een uitroep. Nu eens wijsneuzerig, als ze zegt dat er weer een canon aankomt, soms uitgelaten als een jong veulen als ze prevelt “This is my favourite”. De extreme nabijheid vergroot ook de details. Je merkt veel sterker hoe de danseres haar bewegingszinnen opbouwt uit diverse, zelfs tegenstrijdige moves die geregeld verwijzen naar ouder werk. Je herkent bijvoorbeeld plots de knikkende knieën uit ‘Fase’.

Variaties in A4

Het meest verrassende deel van deze tentoonstelling en performance is echter te zien in de enige ruimte waar de performance niet passeert. In de kelder van de galerie hangen 32 tekeningen, samen gesigneerd door De Keersmaeker en Fillet. Ze zijn ongeveer een A4 groot, en ze volgen de 32 delen van de ‘Goldberg Variaties’. Ze stellen onmiskenbaar telkens het grondpatroon van elke variatie in de voorstelling ‘Goldberg Variations’ voor. De kalligrafische titels en aantekeningen, in het opvallend grafische handschrift van De Keersmaeker, laten daar ook geen twijfel over bestaan. Hier ontdek je, variatie na variatie, hoe de choreografie de muziek interpreteerde en vertaalde in beweging.

Toch verschillen deze tekeningen sterk van de geometrische schetsen die al vaker opdoken in tentoonstellingen over het oeuvre van Rosas. De schema’s zijn hier een vertrekpunt voor een beeldende verkenning van de gedachten en emoties die door de choreografie spoken. Het kan gaan om kleurige vegen, kleurvlekken, droedels en vaak ook half uitgewiste of slechts vaag aangezette lijnen en figuren die woekeren onder de stellige strepen van de basisfiguur. Vooral bij die tekeningen dacht ik weer aan Cy Twombly. Je bent er niet snel op uitgekeken. Het laatste woord over dit collectieve werk van De Keersmaeker en Fillet is zeker niet gezegd. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz