Toneel / Performance

Boerenpsalm Martha Balthazar

Een geromantiseerd slagveld

Ergens nergens, te midden van weidse velden, brengt theatermaakster Martha Balthazar een genuanceerd verhaal van de landbouwsector. Het had een intrieste documentaire kunnen zijn over stijgende zelfmoordcijfers, eindeloos diepe financiële putten en overnames door multinationals. Maar door telkens verschillende kanten van het verhaal aan bod te laten komen, brengt Balthazar op een wonderlijke manier een soms hilarische maar toch verfijnde voorstelling.

Uitgelicht door Elie Agniel
Boerenpsalm
Elie Agniel School van Gaasbeek, Gaasbeek, Lennik meer info
24 september 2021

Voor een residentie in De School van Gaasbeek besloot Martha Balthazar om het ingewikkeld kluwen van de landbouwwereld te onderzoeken. Ze nam meer dan 30 uur interviews af, met zo veel mogelijk verschillende actoren. Aardappelkwekers en koeienhouders, natuurlijk, maar ook Hilde Crevits (Minister van landbouw), een vertegenwoordiger van ‘een groot agro-technisch bedrijf’, Natuurpunt en professoren in landbeheer. Samen met de acteurs Mats Vandroogenbroeck, Barbara T’Jonck en dramaturge Jana De Kockere doorploegde ze het materiaal en goot dat in een stuk waarin alle betrokkenen de ruimte kregen om hun kijk op het verhaal te brengen - of hun gebrek aan een gegronde mening te laten blijken.  Maar ook de dramaturge, de theatermaker en de acteurs zelf stalden hun eigen sterktes op tafel uit.

Vandroogenbroeck en T’Jonck staan de hele voorstelling lang met koptelefoons op een echt veld, tussen de koeien en de maisplanten. Zij krijgen de oorspronkelijke interviews te horen en brengen de actoren tot leven. Niet alleen door ze letterlijk na te spreken, maar ook door ze na te spelen. Als een geïnterviewde zenuwachtig lacht of frommelt met zilverpapiertjes, doen zij dat ook. Doorheen het stuk wisselen ze onderling vaak van personage. Het kan een klassieke truc lijken om de meningen van de actoren over te brengen en dus de acteurs als woordvoerders in te schakelen in plaats van als dubbelgangers, maar het werkt. Soms lijken de acteurs zelfs de mimiek van de geïnterviewde over te nemen. Lomp zitten, achteroverleunen, stampen op de tafels.

Door een slimme montage van de interviews slaagt Balthazar er bovendien in om op een relatief korte tijd veel verschillende thema’s aan te kaarten. Thema’s die af en toe wel in de media komen, maar waar toch weinig publiek debat rond lijkt te zijn, ondanks de urgentie. Om de complexiteit uit te lichten stelt Balthazar vaak verschillende opvattingen tegen elkaar. In een debat tussen een professor landbouwingenieur en een vertegenwoordiger van de chemiereus Monsanto gaat het er bijvoorbeeld over waar de oplossing voor het nakende voedseltekort moet vandaan komen. Zo stelt de professor dat de oplossing voor de hand ligt, de natuur reikt ons alle antwoorden aan. Misschien ligt het probleem in onze verwachtingen als consument. Moeten we bijvoorbeeld minder kieskeurig zijn in onze hoge eisen over het uitzicht van groenten en fruit? De vertegenwoordiger ziet het anders. Voor hem ligt het antwoord in technologische vooruitgang: gewassen modificeren zodat die tegen droogte kunnen, meer vitamines bevatten of minder gevoelig zijn voor allerhande ziektes. Een sluitende conclusie komt er amper, wel een schets van het ingewikkeld debat.

Af en toe mist er nog een tegenstem van een verzekeringsmaatschappij, een landbouw-multinational of het FAVV (Federaal agentschap voor voedselveiligheid). Als een Indische documentairemaker vertelt dat het kapitalistisch systeem het onhoudbaar maakt om nog lang aan landbouw te doen, ben je benieuwd naar de tegenreactie. Of bij het kafkaiaans verhaal over een afgebrande schuur waarbij het met de verzekeringen, het FAVV en de financiële crisis het voor de landbouwer helemaal absurd wordt, was een repliek van een van de andere actoren een scherpere zet geweest.

Maar ook in de dramaturgie komen twee kanten van het verhaal naar boven. Een van de – vele – terugkerende thema’s is bijvoorbeeld de romantisering van de natuur en vooral van de landbouw. Daarom ook speelt dit stuk op een veld, met enkel een ondergaande zon als verlichting. Aan het begin van de voorstelling verschijnen T'Jonck en Vandroogenbroeck tussen de koeien. Tussen de gesprekken en debatten door lopen ze plots al huppelend en zingend door de wei en lijken de beroemde scène uit ‘The Sound Of Music na te spelen.  Om het tempo van de voorstelling te vrijwaren van een mogelijke monotonie , wijken ze soms geleidelijk aan af van het nabootsen van de geïnterviewden. De clichés worden dan uitvergroot, de grens met de imitatie vervaagt. Tot de acteurs – zonder verpinken – in een gregoriaanse zangstonde uitbarsten. Die zang kondigt dan het einde van een hoofdstuk in het verhaal aan. De discussies moeten niet landen, het opzet blijft de dialoog zelf tonen.

De twee acteurs tonen op een overtuigende manier zowel de liefde voor het vak, als het feit dat met de berg schulden en ingewikkelde financiële constructies het voor veel boeren onmogelijk is om van werk te veranderen. Telkens voel je de aantrekking tot werken op het veld, maar ook de angst ervoor. Dat de voorstelling soms nog jong is merk je op de momenten dat de acteurs van personages wisselen. Je vraagt je dan af of ze enkel clichés uitvergroten of ze veel meer deden dan gewoon wat materiaal beluisteren, en misschien mee aan tafel zitten tijdens de interviews. En toch blijven het opzet én de uitvoering van de voorstelling sterk. Waar het in het begin lijkt alsof elke mogelijke keuze de foute is (biologische teelt brengt niet genoeg op, de consument wil nooit de productieprijs betalen, lokaal produceren is niet altijd de meest logische oplossing met de onvoorspelbare klimaatwisselingen), toont Balthazar door de dialogen net aan dat het probleem eerder in het systeem zit dan bij de individuele keuzes ligt. Daardoor confronteert het stuk, en beschuldigt af en toe, maar vooral zet het aan tot actie en verontwaardiging.

Tegen het einde van het stuk kan je niet anders dan je als stadsmens ietwat dubbel te voelen. Vanuit de grootstad naar het idyllische platteland rijden om een voorstelling in een veld te gaan kijken tussen de koeien en met de ondergaande zon, is net die romantisering die de landbouwer in zijn interviews verfoeit.

Na de voorstelling biecht de actrice bij een (biologische en lokale) kom soep op dat spelen bij zonsondergang geen onverdeeld genoegen was. Het tegenlicht maakte het publiek onzichtbaar. Wij waren dan wel onder de indruk van de weidse natuur waar we ons plots bevonden, zij benadrukt de urgentie van het thema en doorprikte even ons idyllisch beeld. Zelfs vlak na deze voorstelling voelde ik me betrapt op het romantiseren van de natuur. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren