Jeugdtheater / Dans

POR dOFt

In kringetjes draaien tegen de klok

Niets zo dwingend als een ronddraaiend podium. Elke voorstelling die erop staat en steeds opnieuw aan onze blik voorbijschuift, gaat vanzelf over tijd en verandering. In ‘POR’ van Leuvens danstheatergezelschap dOFt is dat ook expliciet het thema geworden. We volgen twee levens die op heel verschillende manieren lijden aan de tijd die verglijdt, maar allebei in kringetjes blijven draaien. Zelf weet deze beeldende kindervoorstelling daar maar net aan te ontsnappen. 

POR
Wouter Hillaert CCHA in Hasselt, in het kader van het Krokusfestival
16 februari 2026

Als je dOFt iets moet nageven, is het dat deze club van theatermaker en componist Jonas Vermeulen, choreograaf Piet Van Dycke, artistiek productieleidster Sam Cunningham en actrice Nele Vermeulen een goeie naam gevonden hebben voor hun artistieke liaison. Je spreekt hem uit als ‘d of t’: niet alleen een knipoog naar de vermaledijde dt-regels, maar ook naar ‘dans of theater’, een disciplinaire verwarring waar het viertal al sinds 2017 prat op gaat. DOFt mikt op fysiek theater ‘met eigen spellingsregels’, telkens voor kinderen of jongeren. ‘POR’ is intussen al hun achtste familievoorstelling.  

Opnieuw blijkt de scenografie een speler op zich in hun werk. Na de steriele kantoorruimte-met-lopende-band in ‘DUMMIES’ (2021) en de ingenieuze mobiele telefooncentrale in ‘FOON’ (2023) krijgen we nu ook in ‘POR’ een totaalruimte. 

De ware betekenisdrager van dit hele tafereel het draaitoneel eronder . 

Een gezellige kamer vol huisraad, van theepot tot stofzuiger, doet je meteen de ogen uitkijken. Jassen aan de kapstok, bloemen bij de zetel, boeken op de plank, een puzzeldoos in het rek: ontwerper Menno Boerdam heeft precies een hele kringloopwinkel leeggekocht. Aan de muur hangen naast goedkope landschapsschilderijtjes ook ingekaderde foto’s van een mooie jonge vrouw. Net zo anekdotisch komt de oudere versie ervan (danseres en choreografe Andrea Beugger) door een van beide deuren binnen in haar appartement: met een rieten mand vol wasgoed dat ze begint op te vouwen. Huiselijkheid lijkt haar lang leven.

Alleen is de ware betekenisdrager van dit hele tafereel het draaitoneel eronder. Plots zet het zich in beweging en begint de kamer langzaam naar links weg te glijden, om een halve minuut later rechts weer te verschijnen. Die 360° cirkelbeweging verandert niet alleen ons ruimtelijk inzicht, maar ook ons tijdsbegrip. Bij elke toer blijkt het haakwerk van de vrouw al uren en zelfs dagen verder te zijn: in amper drie toertjes wordt haar lapje een heel deken. 

Zo vervelt haar dagelijkse situatie spontaan in een heel leven. Ze zweert bij vaste patronen, op een bedje van nostalgie naar haar gouden tijd als balletdanseres. Dat leren we uit de voice-over van haar gedachten, de echokamer van haar vroegere identiteit. Deze vrouw klampt zich vast aan het verleden, voert met haar hele hebben en houden klein verzet tegen de verstrijkende tijd.

Twee troefkaarten

Haar tegenbeeld openbaart zich aan de achterkant van haar rommelkamer: een jongeman (circusartiest Marceau Ehrmann) die met een hoge stapel verhuisdozen intrekt in een leeg appartement, maar nooit tot handelen komt. Hij pakt wel dingen uit – een kamerplant, een knoop kabels, kleurige post-its voor zijn to do’s – maar raakt nooit verder dan een online tutorial ‘muren schilderen in zeven stappen’. Hij typeert de ambitieuze dromer met steeds nieuwe plannen en projecten voor morgen, maar blijkt structureel verlamd door alle prikkels van vandaag. Zijn smartphone met parallelle werkelijkheden blokkeert hem meer dan hem vooruit te helpen. Hij leeft in zijn toekomstverbeelding, maar die schiet alle kanten op.  

Auteur-regisseur Jonas Vermeulen (niet de gelijknamige kompaan van Boris Van Severen, wel de Leuvense speler-maker die tien jaar geleden zijn eerste stappen zette bij fABULEUS) beschikt zo over twee heel verschillende troefkaarten om zijn dramatische boog mee te spannen: een circulaire machinerie én een binaire karaktertekening.

‘POR’ speelt ze uit zoals te verwachten en te voorzien, precies zoals de tutorial ‘aan de slag met een draaitoneel in zeven stappen’ het zou voorschrijven. Kan het ook anders? Eerst wisselt de voorstelling gestaag af tussen beide kamers en krijgen we zicht op twee eenzame biotopen aan weerszijden van hun scheidingsmuur. Dan steken signalen van elkaars aanwezigheid die muur over voor de zaal: een wolkje stoom uit de waterkoker, het bonzen van een basketbal.

Uiteindelijk begint het toneel meer en meer te spinnen en belanden beide buren in elkaars wereldjes, terwijl die steeds minder karakteristiek worden. Het draaitoneel op zich neemt het over van de fictionele ruimte. De werveling zelf wordt protagonist. Kunnen deze twee verscheiden figuren elkaar iets bijbrengen in hun omgang met de tijd?

Kiekeboe! 

DOFt heeft zich sinds 2017 duidelijk bekwaamd in hoe je stelselmatig een verhaal uitzet in een overwegend fysiek en beeldend kader. De voice-over (met stemmen van Sofie Decleir en Vermeulen zelf) helpt aanvullen wat zich anders moeilijk vertellen laat. Die oplossing met een innerlijke stem bij alle acties van de personages voelt er bij aanvang wat bijgeplakt, zeker als Beugger haar bijhorende expressie soms gaat overspelen. Maar al snel went die psychologische code. Ze geeft de personages extra karakter en schraagt de thematiek. 

De motor achter achter deze voorstelling is eerder subtiel surrealisme dan spectaculaire animatie. 

Tegelijk blijven de visuele verrassingen tot lang in de voorstelling bewust eerder klein en anekdotisch. Ze glijden en passant voorbij, van een plotse salto van Ehrmann tot een plantje dat ineens straf gegroeid blijkt. Het spel met het draaitoneel heeft iets van ‘kiekeboe’, van ‘zoek de tien verschillen’. Die verbeelding in sourdine zegt veel over de ernst waarmee dOFt te werk is gegaan, zonder grote uithalen of goedkope show voor ‘de kindjes’ (vanaf 6+). De motor achter ’POR’ is eerder subtiel surrealisme dan spectaculaire animatie. Alleen dreigt dat van de hele voorstelling soms een uitgelengde repetitieve droom te maken waarin weinig gebeurt, deinend op een steeds meer aanwezige soundscore.

Het sleutelmoment met de vallende klok, waarin de hele flow van de voorstelling ineens omkeert en van dan af letterlijk tegen de wijzers ingaat, komt dan ook geen moment te vroeg. Ineens beginnen alle uitgezette codes weer af te brokkelen, vouwt het toneelbeeld zich dubbel en schudt de voorstelling elke anekdote weer van zich af. In diezelfde beweging bevrijden beide personages zich dan toch gestaag van hun routines én hun toebehoren, van hun last met de tijd. Zo gebeurt er uiteindelijk toch nog veel in ’POR’: aan het slot is het podium onherkenbaar kaal, een soort vacuüm in de tijd.

‘POR’ voelt net iets te evident, te ‘tutorial’ om bij mij lang te blijven hangen.

 Is er ook echt veel gebeurd? Al golft dit visuele jeugdtheater eigenzinnig mee op eigentijdse grondstromen – conservatieve nostalgie én versplinterde prestatiedwang – echt porren doet het niet. Het is ingenieus en charmant, wil knipogend verrassen en zijn publiek 50 minuten lang bescheiden blijven boeien. Daarin voel je de grote feeling van de makers met circus en jeugddans – Piet Van Dycke deed overigens de choreografie.

'POR’ doet simpelweg wat het bij aanvang belooft: het biedt een aangenaam kijkstuk, dat zich gestaag uit het verleden en de toekomst terugtrekt naar het hier en nu. Tot dat moment van de voorstelling beperkt deze creatie zich voor mij ook. Al zal het met zijn draaitoneel zeker indruk maken op jonge kijkers, bij mij blijft het minder lang hangen. Daarvoor voelt ‘POR’ net iets te evident. Te ‘tutorial’. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz