BEYOND Circumstances

Meer dan ladders

Herdefiniëren. Onderzoeken of objecten meer kunnen dan waar ze voor gemaakt zijn, het zit veel circusartiesten in het bloed. Ook de zeskoppige ploeg dansers en acrobaten die Piet Van Dycke voor ‘BEYOND’ samenstelde, is er meer dan bedrijvig in. In deze voorstelling, die ’s zomers op straat speelt en ’s winters in de zaal, zijn ladders allesbehalve ladders. Het zijn totempalen, propellers of zeilboten, en ze leveren een verbeeldingsrijk kijkstuk af.

BEYOND
Tom Permentier Ter Dilft, Bornem
08 december 2025

Aan het begin van de voorstelling vormen de rechte en gebogen ladders nog braafjes een omheining rond het speelvlak. In een hoekje wacht een platform op wieltjes. De artiesten betreden de arena in gedempt groen en blauw en laten in de eerste choreografie de ladders nog onberoerd. Als maker op het kruispunt van circus en dans, zwemt Van Dycke in dezelfde vijver als onder meer Alexander Vanthournhout en THERE THERE company. Dat merk je aan het speelse cirkellopen van de performers, het plotse stokken van de bewegingen, de groep die tegenover het individu komt te staan en de acrobatische figuren die heel natuurlijk uit de dansbewegingen voortvloeien. Van Dycke spreekt in een herkenbare taal, maar dankzij het hoge tempo waarin de bewegingen op elkaar volgen, ook een boeiende. Erg knap zijn de flarden van symmetrie in de chaos, wanneer drie groepjes van twee synchroon dezelfde acrobatie opvoeren.

Telkens doet een nieuwe ladder zijn intrede in het geheel, waar de performers als kinderen in de speeltuin mee aan de slag gaan

Theatraal kan je de choreografie niet noemen, maar wel expressief. De artiesten wisselen geregeld blikken uit, zowel met elkaar als met het publiek, en verraden daarmee hun ingehouden enthousiasme. Zodra Daniele Ippolito de eerste gebogen ladder uit het hekwerk plukt, heeft dat object meteen invloed op de looplijnen van de spelers. Nieuw mogelijkheden tot bewegen dienen zich aan. Van klauteren over hangen tot zwieren, de ploeg van Van Dycke probeert alle opties uit met die ene banaanvormige ladder. Wanneer de ladder zelf wordt rondgeslingerd, ontwijken de artiesten op acrobatische wijze de uithalen van het object. De champetters uit Quick en Flupke zouden er nog van kunnen leren.

Het is in dat exploratieve spel dat de choreografie van Van Dycke een eigen smoel krijgt. Telkens doet een nieuwe ladder zijn intrede in het geheel, waar de performers als kinderen in de speeltuin mee aan de slag gaan. Hoe meer ladders in het spel worden betrokken, hoe minder er overblijft van het kader waarbinnen de artiesten zich bewegen. Ze gaan zelfs nog een stapje verder (‘beyond’) en begeven zich op den duur vlotjes op het terrein van het publiek, waarbij een ladder plots de brug vormt tussen podium en parterre. Dat is een geste waaraan je merkt dat de voorstelling in de eerste plaats als straattheater is ontwikkeld, waar zulke uitbraken vanzelfsprekend zijn, zeker als het publiek rondom rond zit. In een zaal als Ter Dilft in Bornem oogt het bij momenten een tikje onhandig.

Hier zit muziek in?

In de spectaculaire finale vormt het leeuwendeel van de ladders samen een imposante constructie die, gemonteerd op het platform, als bezeten in het rond draait. Ook dit segment komt beter tot zijn recht op straat: vanuit kikkerperspectief moet het gevaarte, dat op den duur lijkt op de silhouet van het monster van Loch Ness, des te meer overrompelen. Desondanks zal ook het zaalpubliek meermaals met de ogen knipperen van deze visuele verwennerij. Het is een ware ode aan de creativiteit. Laat het aan Piet Van Dycke om te beginnen met ladders en te eindigen met de meest fabelachtige fantasierijke uitvindingen.

Soms vormt het muzikale minimalisme een mooi contrast op de beelden maar in een voorstelling die inzet op connectie met publiek maakt de emotieloze muziek verschillende scènes toch al te koeltjes.

Laat het eveneens aan Van Dycke om die inventiviteit te begeleiden met gortdroge beats. In het begin passen de ijle ruimtetuiggeluiden nog bijzonder goed bij het plaatje: ze klinken even grijs en aluminium als de ladders die het kader vormen. Halfweg de voorstelling breken meer zalvende geluiden door het elektronische klanktapijt uit. Ook dat is welkom, maar aan het einde zijn de repetitieve ritmes terug in al hun drogerende glorie. Soms vormt het muzikale minimalisme een mooi contrast op de beelden, die dan weer snel van tempo wisselen, maar in een voorstelling die inzet op connectie met publiek en de inventiviteit eert, maakt de emotieloze muziek verschillende scènes toch al te koeltjes. Ook nu kan de logica van de straat ingeroepen worden: in de hectische omgeving van een stadsplein, kan een sobere soundtrack helpen om de focus op de show te behouden.

Je hoeft evenwel niet te wachten tot de zomer om ‘BEYOND’ te gaan bewonderen. De visuele symfonie blijft ook indoor grotendeels overeind. Zowel voor buiten als binnen geldt: af en toe een oortje dichtknijpen kan zeker geen kwaad.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz