Toneel

Alkibiades Koen Van Kaam / Ilja Leonard Pfeijffer / Zuidpool

Hoe ijdelheid democratie ondergraaft

Koen Van Kaam dikte voor Theater Zuidpool de negenhonderd bladzijden van ‘Alkibiades’, de roman van Ilja Leonard Pfeijffer, in tot twee uur theater over de Atheense politicus en veldheer die de democratie ophief, naar eigen zeggen om ze te redden. Sofie Decleir speelt Alkibiades, maar neemt ook quasi alle andere rollen waar. Het moment van de waarheid komt echter als actrice Mona Lahousse Alkibiades op de rooster legt over zijn beweegredenen. ‘Alkibiades’ is niet alleen een spectaculaire vertolking van Sofie Decleir. Het is ook een ongemakkelijke reflectie over politiek en theatraliteit, ijdelheid en menselijk falen.         

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Alkibiades
Pieter T’Jonck CCHA, Hasselt
07 november 2025

Tussen 431 en 404 voor onze tijdrekening voerden Sparta en Athene, die eerder bondgenoten waren in de strijd tegen de Perzische koning Xerxes, een eindeloze oorlog. Sparta ‘won’ die uiteindelijk, maar de echte winnaar was Xerxes’ opvolger Artaxerxes. Hij kon Ionië (nu deel van Turkije) inpikken en liet zijn invloed gelden bij de hopeloos verdeelde Griekse stadstaten. Het ooit zo machtige Athene werd een schaduw van zichzelf. Het was het begin van het einde van de Atheense democratie.

De Athener Alkibiades speelde in die oorlog een dubieuze rol. Hij was van hoge komaf, maar al vroeg vaderloos. Perikles, de held van de Perzische oorlogen en verre oom, werd zijn stiefvader. Zijn spirituele vader, en mogelijk minnaar, was echter Sokrates, de filosoof die onvermoeibaar streed voor de zuiverheid van de ziel door alle evidenties in vraag te stellen. Alkibiades huwde desondanks de even rijke Hipparete. Ze baarde hem twee kinderen maar wou dan wel scheiden vanwege zijn overspeligheid. Na haar voortijdige dood had hij een tweede liaison met Timandre die na zijn dood een dochter ter wereld bracht. Waar alle getuigen het over eens zijn is dat dit lid van de Atheense jeunesse dorée uitzonderlijk mooi én ijdel was. Hij zag zichzelf als een geschenk aan Athene, zelfs als de Atheners daar anders over dachten.

Alkibiades was ovendien bijzonder sluw en politiek behendig. Hij misbruikte dat talent om macht te verwerven. Hij aarzelde niet om de Atheense democratie – niet te verwarren met onze representatieve democratie! – nog meer te verzwakken dan al het geval was door de oorlog met Sparta. Hij saboteerde bijvoorbeeld een broos vredesverdrag dat Nikias, een andere prominente Athener, sloot met de Spartanen rond 416. Hij sprong dan wel weer op diens kar voor een grote invasie van Sicilië, maar moest het bevel uit handen geven na een beschuldiging van godslastering. Hij liep toen over naar de Spartanen en adviseerde hen hoe ze de Atheense vloot in de pan konden hakken. Ondertussen had hij ook nog ijzers in het vuur bij de Perzen én in Athene. Uiteindelijk wist hij zich, in de voetsporen van Perikles, te laten benoemen tot strategos, militaire leider van de stad, maar wel na handjeklap met de oligarchie die daar een schrikbewind voerde.

Van Kaam laat Decleir het verhaal vertellen alsof ze ons toesprak aan gene zijde van het leven, of, eerder nog, als een acteur na een voorstelling.

Al dat gekonkel zou hem finaal de kop kosten, maar om dat uit te leggen zou ik tientallen bladzijden nodig hebben. Ilja Leonard Pfeijffer had er negenhonderd voor nodig. Die las ik niet. Dat hindert nauwelijks, want de bewerking van Koen Van Kaam is, ondanks de complexiteit van de geschiedenis, een wonder van helderheid. Hij slaagt daarin door twee straffe ingrepen. Hij laat Decleir het verhaal vertellen alsof ze ons toesprak aan gene zijde van het leven, of, eerder nog, als een acteur na een voorstelling. Ze zit aan een kaptafeltje, met haar helmbos voor haar. In de achtergrond staat een rek met kostuums. Ze draagt niets meer dan een strak vleeskleurig korset en een haarnetje zoals acteurs dat gebruiken om een pruik op te zetten. Toch moet het een diva zijn, want ze hoeft maar met de vingers te knippen of Mona Lahousse snelt toe als een gedweeë costumière. Tegenover haar speelt Jorgen Cassier een zachte melodie op een keyboard.

Zelfs haar eerste woorden konden die van een acteur zijn die een slechte beurt maakte: “De schaamte, de schaamte”. Het register verandert echter als ze gaat foeteren over de leegte: de leegte van de democratie, de leegte van het angstige volk, bang gemaakt door politici. De toon verandert alweer als ze toegeeft dat ze die uitspraken enkel deed om bij de Spartanen in het gevlei te komen. In gulpen komt dan het verhaal van haar jeugd, haar stiefvader Perikles en zijn wijze lessen over de macht van het volk, over het begin van de strijd tussen Athene en Sparta, over de pestepidemie die de Atheners demoraliseerde en alles wat verder nog speelde in Alkibiades’ bewogen jeugd. Dat alles deed hem grondig twijfelen aan de efficiëntie van de democratie als staatbestel.

In een kort tussenspel tooit deze Alkibiades zich in een rood, wijdvallend broekpak en zet een zwarte, kortharige pruik op. In die gedaante brengt Decleir, als in een lezing voor groot publiek van één of andere media-coryfee, een theorie over de mogelijke staatsvormen en hun nadelen. De monarchie is het natuurlijk bestel van een groep mensen die de slimste en sterkste kiest als hun leider. Zijn nazaten jagen al gauw eerder hun persoonlijk belang na. Monarchie slaat zo om in tirannie. Een groep aristocraten zet daarop deze koning af, en herstelt de orde. Maar ook die verwart al gauw het algemene en het persoonlijke belang. Aristocratie ontaardt tot oligarchie. Moe getergd verjaagt het volk de oligarchen en sticht een democratie. Tot ook dat volk op de duur enkel nog uit is op eigen gewin. Dat leidt tot een toestand van wetteloosheid, een ochlocratie of bewind van het gepeupel. Daarop klinkt de roep naar een sterke man en volgt een nieuwe monarchie. Zo herbegint de cyclus van de macht van voren af aan. Het is exact dezelfde analyse die Simone Milsdochter, met Pfeijffer als leidraad, maakte in ‘Ikwilhetenikwilhetnu’, maar Pfeijffer parafraseert ook maar Aristoteles’ politieke theorie. Aristoteles moest nog geboren worden toen Alkibiades al lang dood was, maar zijn theorie werd zeker gevoed door het debacle van de Atheense democratie.

Alleen al aan die theorie, en zijn toepasselijkheid op de democratie zoals wij die kennen zou je een bibliotheek kunnen wijden. De voorstelling zinspeelt daar trouwens een paar keer op, bijvoorbeeld als Alkibiades/Decleir het publiek direct aanspreekt met de vraag hoe lang wij democratie kennen, en wat we daaronder verstaan. Kunnen we pas vanaf het stemrecht voor vrouwen (1948!) van democratie in België spreken? Dan hinken we wel achterop bij de Atheense, die 170 jaar bestond (maar wel enkel voor mannen die in Athene geboren waren).

Alkibiades vergeet de belangrijkste van alle waarheden: het kerkhof ligt vol onmisbare mannen.

Wat je dan al voorvoelt, zonder het vervolg te kennen, is dat Alkibiades’ achillespees zijn nood aan bewondering is. Hij wordt geroemd als de mooiste man van Griekenland, maar wil dat steeds weer bevestigd zien. Hij wil in het middelpunt van de aandacht staan en ergert zich daarom blauw aan de invloed van de populistische Kleoon. Decleir speelt de man, met een grauw net over het hoofd, als een monster die het volk ophitst met zijn xenofobie. Alkibiades ziet het als zijn roeping om dat recht te zetten, met de lessen van leermeester Sokrates in het achterhoofd. Hij vergeet daarbij de belangrijkste van alle waarheden: het kerkhof ligt vol onmisbare mannen. Hij vergeet ook de essentie van democratie: het is een strijdtoneel van tegengestelde inzichten en belangen. Om dat in goede banen te leiden heb je geen aanvoerders maar protocollen nodig. Alkibiades, die zichzelf ziet als geboren leider en stralende middelpunt van Athene kan zich niet verhouden tot de volgens hem bekrompen ideeën van het gepeupel. Hij wil integendeel de wereld veroveren met zijn Siciliaanse oorlog – niet de laatste van zijn jammerlijke mislukkingen.

De kwestie is zo oud als de democratie zelf, maar hier is het tegelijk een persoonlijk drama. Alkibiades offert alles op en verraadt iedereen voor ZIJN idee van een verlichte democratie. Het doel heiligt voor hem alle middelen: liegen en bedriegen, halve waarheden en hele leugens verkopen of zelfs mensen, honderden mensen, opofferen voor het hogere doel. Zijn kinderen zijn het eerste slachtoffer. Zijn eerste vrouw ook, hoezeer ze hem ook waarschuwt voor zijn gebrek aan empathie. Het zijn hallucinante scènes. Decleir wordt geconfronteerd videoprojecties van vrouw en kinderen op twee schermen op de achtergrond. Het zijn telkens subtiele gemanipuleerde beelden van haarzelf.

De meest troeblerende confrontatie is die met Sokrates . Ook die verschijnt op het videoscherm als een artificieel verouderde versie van Decleir. Sokrates was, in zijn zoektocht naar de waarheid, een vijand van de democratie omdat die waarheid verruilde voor waarachtigheid, overtuigingskracht, demagogie kortom. Alkibiades, zijn pupil, blonk echter precies daarin uit: in het spel van overtuigen en manipuleren om de wereld naar zijn hand te zetten. Hij greep zo uiteindelijk ook voor korte tijd terug macht in Athene. Sokrates ziet het aan, begrijpt wat Alkibiades drijft en voorziet de tragische afloop. Alkibiades heroverde de macht immers maar met torenhoge beloften, al wist hij dat hij die nooit gestand kon doen. Hij werd daarop ook afgerekend bij de eerste tegenslag. De confrontatie tussen beide mannen onthult dat Alkibiades wel beweert in naam van de waarheid te handelen, zoals zijn leermeester, maar dat zijn opvatting van de waarheid een perversie daarvan is: een slechte opvoering in een slecht stuk, omdat hij ZIJN ambities verwart met het goede en het schone, en niet inziet dat een democratie gaat over een belangenstrijd en die in toom houdt door wetten, regels en instituties. Hij is daarvoor gewoon te ijdel. Hij is ook te ijdel om te zien dat hij zichzelf ten gronde richt door steeds weer een ander stuk op te voeren. Veel dichter bij de politieke realiteit vandaag kan je niet komen. De belichting van Mark Van Denesse zorgt daarbij telkens voor een andere sfeer met een imposant kader van LED lichten hoog boven de vloer. Jorgen Cassier zet Alkibiades’ wisselende stemmingen en overtuigingen dan weer in de verf met muziek die nu eens het gehoor streelt, dan weer dissonant de rust doorbreekt.

Deze Alkibiades lijkt verdacht sterk op het soort politici die we vandaag al te vaak zien.

Als de zaken niet lopen zoals verhoopt barst Decleir, die doorgaans bedachtzaam, bijna vermoeid haar verhaal vertelt, een paar keer in narcistische woede uit. Dat doet ze vooral als Lahousse, de volgzame costumière, plots kritische vragen stelt over zijn gewelddadige complot om aan de macht te komen. “Wat had ik anders moeten doen”, briest Decleir plots. Alsof zij als enige, helaas ten koste van spijtige incidenten – honderden doden - Athene kon redden. Deze Alkibiades lijkt zo verdacht sterk op het soort politici die we vandaag al te vaak zien: woest perorerend, met grootse gebaren en vol torenhoge beloften, maar zonder inzicht in de wezenlijk bescheiden rol die ze te spelen hebben. Populisten die zichzelf bestempelen als ware democraten die even tussenbeide komen als monarch in de eeuwige cyclus monarchie-aristocratie-democratie. Die de democratie redden door ze op te heffen, in naam van ‘het volk’. Het is de denkfout die ook Aristoteles maakte. De democratie steunt niet op ‘het volk’, maar op een rechtsorde die meningsverschil en strijd mogelijk maakt, nog voor er één stem is uitgebracht.

Hoe ijdel moet je zijn om je zo te vergissen? Hoe verpletterend moet het zijn om dat achteraf te beseffen? Niet toevallig eindigt de voorstelling met de woorden waarmee ze begon: “de schaamte, de schaamte”. Alleen spreekt Mona Lahousse ze nu uit. Zij vertegenwoordigt het gevoel van het publiek dat – toen, maar ook vandaag – met verbazing kijkt naar het politieke spektakel, naar de absurde tegenspraken ervan, dat zich voor zijn ogen afspeelt.

De democratie is al dood voor ze formeel afgeschaft wordt is één van de gevleugelde woorden van Alkibiades, de man die zelf ijverig laboreerde aan de ondergang ervan. Deze voorstelling is in dat opzicht een alarmsignaal: het is vijf voor twaalf voor onze democratie. Maar tegelijk is ze een pakkend beeld van menselijk falen en de valkuilen van ijdelheid. En een acteerprestatie zonder weerga. Ga dus vooral kijken, want deze voorstelling biedt meer gedachten en beelden dan je in een recensie kan bevatten. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login