Dans

Bartók / Beethoven / Schönberg Anne Teresa De Keersmaeker / Rosas / Ictus / Brussels Philharmonic & Alain Franco

Levend repertoire

‘Bartók / Beethoven / Schönberg’ beleefde zijn première dertien jaar geleden in het Grand Théâtre van Luxemburg. De voorstelling, aangekondigd als ‘repertory evening’, blikte terug op drie sleutelwerken die Anne Teresa De Keersmaeker creëerde tussen 1986 en 1995. Het geheel was meer dan de som van de delen: het bood een perspectief op de evolutie van het totale oeuvre. Dat geldt nog veel meer voor de versie 2019. Die heet niet langer ‘repertory evening’. Terecht, want twee van de drie choreografieën kregen een sterke make-over die de sporen draagt van het parcours dat Rosas sinds 2006 aflegde. De avond bevestigt ook de hoofdrol die muziek speelt in het oeuvre. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Bartók / Beethoven / Schönberg
Pieter T’Jonck Kaaitheater Brussel meer info
19 juni 2019

Dat muziek hier de hoofdrol speelt is zonneklaar. Ze wordt live uitgevoerd, en dat voegt levendigheid en warmte toe aan de dans. Bovendien gaat het niet om balletmuziek. ‘Bartók/Aantekeningen’ uit 1986 volgt de baslijn van het Quatuor Nr. 4 van Belà Bartók. ‘Die Grosse Fuge’, dat centraal stond in ‘Erts’ (1992) weerspiegelt bijna direct dit late quatuor van Beethoven. ‘Verklärte Nacht’ uit 1995 is een interpretatie van de hartstochtelijke compositie van Schönberg uit 1899, hier in de versie voor strijkorkest uit 1017. Ictus tekent voor de quatuors, Alain Franco dirigeert het Brussels Philharmonic bij Schönberg. Ook al sloot je de ogen heb je zo een topavond.

Die composities waren nooit bedacht of gebruikt voor dans. Maar het gaat wel om drie gloedvolle, sterk doorwerkte composities voor strijkers. Hoe sterk ze verder ook verschillen, het intense samenspel van de instrumenten roept intense emoties op. Maar het is alsof niemand zich ooit eerder realiseerde dat de interactie tussen snaarinstrumenten in een quatuor sprekend lijkt op de dynamiek tussen dansende (of zingende) lichamen. Als ze er al niet het model voor was.

Dat is het bindteken tussen de drie stukken. Daar ging De Keersmaeker telkens mee aan de slag. Maar een scenografie die in de originele versies telkens van een sterk betekeniskader voorzag, ontbreekt deze keer. Het podium, de spreekwoordelijke ‘empty space’ van Peter Brook, is de realiteit van de voorstelling. We zien de dansers in al hun kwetsbaarheid én glorie, zonder make believe. Het is wat het is. Maar daarin is het ook een weerspiegeling van de werkelijkheid daarbuiten.

Niet als een reflectie van de waan van de dag, wel in fundamentele zin. Zoals de zon op- en ondergaat wordt het lege podium op elk moment maar belicht door één grote spot, als een zon die in het oosten opkomt rechts, naar het zenit klimt vanuit de zaal, op zijn hoogtepunt komt pal boven het midden van de vloer en dan weer zakt naar links. De spots volgen niet altijd die natuurlijke orde, maar de indruk is er wel een van natuurlijke eenvoud. Niets leidt af van het samenspel tussen dans en muziek. Die aanpak doordesemde haast alle recente werk.

Dat geldt zeker voor de herwerking van ‘Verklärte Nacht’ in 2014. De laatromantische partituur van Schönberg is gebaseerd op een liefdesverhaal van Richard Dehmel . een zwangere vrouw bekent daarin haar liefde aan een andere man dan de vader van het kind. In de originele versie hoedde De Keersmaeker er zich voor om het verhaal onverbloemd te illustreren. In plaats van één man en één vrouw stonden er zes mannen en acht vrouwen op het podium. Je zag niet één, maar vele duetten door elkaar. Het verhaal loste op in die vele variaties op een thema.

Dat bleef zo toen ze het werk hernam als onderdeel van ‘Woud’. Maar in 2014 interpreteerden slechts drie dansers de personages in het stuk. Zelfs met ongewijzigd bewegingsmateriaal ontstond zo een heel ander, schaamteloos romantisch werk. De Keersmaeker herleidde ook de scenografie tot het licht van één enkele reuzenspot in plaats van een decor van bomen. Maar die extreme reductie volstond ruimschoots om een duister woud te evoceren.

Nu, in 2019, reduceerde De Keersmaeker het stuk nog verder: ook het personage van de vader van het kind werd geschrapt. Enkel de minnaars, vertolkt door Yuika Hashimoto en Thomas Van Tuycom blijven over. Zo verdampt de anekdotiek van Dehmels verhaal. Wat blijft is een dansante verbeelding van twijfels en angsten, vreugde en verlangen. De Keersmaeker focust op de vrouw: terwijl van Tuycom lange tijd roerloos wegkijkt, benadert Hashimoto hem steels, vlucht ze net ver weg, of zakt ze door haar benen, verzonken in gedachten over het kind dat ze verwacht. Maar als de twee geliefden elkaar dan ontmoeten is het contact wel ontstuimig: Hashimoto springt, met opgetrokken knieën tot bijna in de hals van Van Tuycom.

Een repertoirestuk is bij De Keersmaeker geen definitieve ‘danstekst’, maar een potentieel 

Hashimoto’s vertolking is van een uitzonderlijke finesse. Haar bewegingen zijn uiterst suggestief, zonder te schmieren. Ze is acrobatisch virtuoos, op het halsbrekende af, maar dat gebeurt nooit zomaar. De verbluffende momenten waarop ze bijvoorbeeld omhoog veert op de brug van haar voeten -hoe doet ze het?- passen altijd precies op de hartstochtelijke uithalen in de muziek. Alleen al dit slotdeel van de avond is daardoor, mede door de uitstekende uitvoering van het Brussels Philharmonic o.l.v. Alain Franco, uitzonderlijk.

Deze versie van ‘Verklärte Nacht’ is al de vierde, grondige revisie van het basismateriaal uit 1995. Het stuk behoort tot het repertoire van Rosas, maar zo merk je wel dat dat woord bij De Keersmaeker een bijzondere lading dekt. Een repertoirestuk is bij haar geen definitieve ‘danstekst’, maar een specifieke combinatie van muziek en bewegingsmateriaal met een bepaald potentieel, die bij elke herneming geactualiseerd wordt vanuit de mogelijkheden die nieuwe dansers bieden of de inzichten die ondertussen ontstonden.

Dat blijkt ten overvloede uit de ‘Grosse Fuge’, versie 2019. Oorspronkelijk werd dit stuk bedacht voor zeven mannen en één vrouw. Al enkele jaren, minstens vanaf ‘Vortex Temporum’, vertrekt De Keersmaeker bij haar choreografieën echter van de idee dat elke danser één instrument volgt of verbeeldt. Die logica bracht er haar toe het aantal dansers te halveren, zodat elke performer voor één stem in het strijkkwartet staat. En ook hier maakt ze dankbaar gebruik van de kwaliteiten van haar performers. ‘Vaste waarde’ Boštjan Antončič staat hier tegenover ‘nieuwkomers’ Frank Gizycki, Robin Haghi en Luka Švajda.

Het effect is alweer verrassend. Gizycki brengt de openingszin solo, terwijl de anderen toekijken: een uitbarsting van kracht, vol spanning van de tegengestelde impulsen en richtingen die in één zin besloten zitten. Daar haken de anderen op in, met variaties die loepzuiver de bewegingen van de muziek volgen. Bruuske val- en rolpartijen wisselen de krachtige verticale poses voortdurend af. Je leest het, in deze beperkte bezetting duidelijker dan in het origineel. Alternatieve thema’s, zoals de landerige momenten waarop de dansers op hun buik, met het hoofd in de handen naar de zaal kijken, tekenen zich scherper af.

Je ziet, kortom, meer de aparte stemmen dan de kracht van de groep. Dat is, voor wie het stuk kende, een ontdekking. Maar ook zonder die kennis is dit een belevenis van de eerste orde, al was het maar omdat ook hier buitengewone virtuositeit -zoals een horizontale pirouette in de lucht- nooit enkel ‘demonstratie’ is, maar deel uitmaakt van een waanzinnig mooie verbeelding van de muziek.