Theater

Bâtir Salim Djaferi

Stedenbouw als racisme

Het verband is tussen sociale woningbouw en segregatie is een sociologisch feit. Dat die ook het gevolg kan zijn van politiek gemotiveerde social engineering, dat is niet altijd even duidelijk. Salim Djaferi legt in zijn documentaire voorstelling ‘Bâtir’ dit racistische beleid bloot, vanuit zijn persoonlijke geschiedenis als Frans-Algerijn. Het is een soms wat schoolse quasi-monoloog, grappig, theatraal zuinig en soms ook queer. Hij speelt wie hij is, en dat is tegelijk schokkend en innemend.        

Bâtir
Klaas Tindemans Théâtre National (Studio), in het kader van het Kunstenfestivaldesarts 2026
29 mei 2026

In 2010 begon theatermaker Simon Allemeersch aan een traject dat hem niet meer los zou laten. Hij bracht ganse dagen door in één van de torens van het Rabot in Gent, om mensen te observeren, met hen te praten, hen te ondersteunen. Dat zou uitmonden in de genereuze lecture-performances ‘Rabot 4-358’ en ‘Rabot II’, waar hij persoonlijke verhalen voorzag van een breed sociaal en politiek kader. Documentair theater over alledaagse en vooral precaire levens waar de meesten onder ons, middenklassers, weinig mee te maken (willen) hebben. Over mislukte progressieve politiek die sociale afgronden vergrootte in plaats van ze te dempen. Over de onroerende speculatiedrift die goede bedoelingen doorkruist, perverteert.

Jeunesse des banlieues

Salim Djaferi, Brussels theatermaker met Frans-Algerijnse roots, loopt een vergelijkbaar traject. Met dit essentiële verschil dat hij opgroeide in zo’n sociaal woningbouwproject, in Les Beaudottes, in de Parijse banlieue, een plek waarvan gemiddeld Frankrijk liefst het bestaan vergeet (of ontkent), behalve als er ergens weer wat auto’s branden en men de ‘jeunesse des banlieues’ met de vinger kan wijzen. In zijn voorstelling ‘Bâtir’, hoofdzakelijk een monoloog, disseceert hij nauwkeurig de politieke mechanismen die dergelijke huisvestingsprojecten beheersen. Die ontleding is genadeloos.

Met een dossierdoos onder de arm verwelkomt Djaferi ons, glimlachend. Tussen lichtgrijze gordijnen, die hij anderhalf uur lang opent en sluit, om zijn theatrale ruimte te ordenen, op een glanzend witte vloer, vertelt hij hoe zijn familie in Les Beaudottes (over)leefde. Begin jaren 1950 is zijn grootvader naar Frankrijk gehaald om nieuwe woontorens en -blokken te bouwen. Woningen waar hij zelf nooit zou kunnen wonen, hoe ‘sociaal’ ze ook geconcipieerd waren. Djaferi’s moeder groeit op in de bidonvilles, tot deze lelijke plekken platgewalst worden en sommige ‘Français musulmans d’Algérie’ (een halfslachtig burgerschap, in de jaren 1950) bescheiden woningen krijgen.

De stedenbouw van de nieuwe stadswijken brengt in Algiers net zoveel segregatie mee als in Frankrijk, en is openlijk racistisch.

Djaferi vertelt het ons op een rustige, sympathieke toon, leest af en toe een archiefstuk, illustreert de stadsplanning met uitgesproken gestes (woontoren, woonblok, boulevard, ringweg, grote of kleine vensters,…), een soort urbane choreografie. Voor de vertolking van de getuigenis van zijn moeder verdwijnt hij achter de coulissen. Sasha Martelli speelt soms mee, helpt hem met de grijze blokken die oprijzen in deze verbeelde banlieue. Hij is zijn partner in dialogen die meer poppenkast dan conversatie zijn.

Martelli slaat gaten in het gips, om zijn hoofd, zijn armen en zijn benen erdoor te steken en de ‘vooruitgang’ te verdedigen. Geestig, maar niet hilarisch, eerder ontnuchterend, omdat het de al te simpele logica van sloop-en-nieuwbouw treffend toont. Naarmate de scène zich vult grijze volumes, gaat Djaferi verder in zijn analyse. Zijn moeder had gezegd dat al die verhuisbewegingen ‘vanzelf’ gebeurden, ‘à tout seul’, maar dat gelooft hij niet. In Algiers ziet hij dat de stedenbouw van de nieuwe wijken in de steden, destijds door de Fransen neergezet, net zoveel segregatie meebrengt als in Frankrijk, en openlijk racistisch. Een wijk met de hilarische (maar ook symptomatische) naam ‘Cité de la Promesse Tenue’ pretendeerde ‘geïntegreerd’ te zijn, maar dat betekende enkel dat de boulevard tussen de Franse buurt (grote ramen, losstaande woningen) en de buurt van de ‘indigènes’ (kleine ramen, woonblokken) smaller was dan elders.

Klassenbewustzijn / rassenbewustzijn

In ieder geval maakt hij duidelijk dat racisme en denken in ‘klassen’ het onderliggende gedachtegoed vormen bij de toewijzingspolitiek van sociale woningen, in de metropool Frankrijk en in de kolonie Algerije. In Frankrijk overleeft deze visie het einde van de 20ste eeuw: ze bepaalt tot vandaag, zij het minder expliciet, de huisvestingspolitiek. Destijds bestonden er criteria die bepaalde hoeveel afstand bepaalde Fransen uit de Maghreb en uit sub-Sahara Afrika moesten behouden. Letterlijk. Wie ‘cultureel’ verder af stond van het culturele centrum (of anders gezegd: geen ‘Français de souche’ was) moest simpelweg ook verder van het geografisch-historische centrum wegblijven. Hoe gedetailleerder die maatstaven, hoe hallucinanter ze klinken.

De hedendaagse politiek van sociale ‘mixité’ creëert enkel de illusie dat die ‘racialisering’ verdwenen is. De charmante eloquentie van Salim Djaferi maakt dat deze boodschap soms wat zoeter klinkt, het kil abstracte decor (Justine Bougerol en Silvio Palamo) draagt bij tot die vervreemding. Tot een incident dat Djaferi in Brussel overkwam alle oppervlakkige schoonheid definitief besmeurt. Hij vertelt, zittende op een krukje tussen resten kapotgeslagen muur – de uitgewoonde torens zijn afgebroken – over de brutale behandeling door veiligheidsagenten in de metro. Wachtend op de tram werd hij plots tegen de grond gewerkt. Hij wil klacht indienen, hij geeft zelfs toe dat hij zwart reed (de agenten hebben dat niet gecontroleerd), maar hij wordt weggelachen, de politieman dringt hem een fout verhaal (vluchtpoging) op, hij druipt af. Op een ander kantoor is er meer empathie, maar doet men cynisch over slaagkansen: een hand in zijn broekzak, zichtbaar op de bewakingscamera, is genoeg om hem als messentrekker te beschouwen.

Wat eerst leek op een jongensachtig avontuur is nu een duistere getuigenis over mechanismen van ontmenselijking geworden.

Dit donkerzwarte verhaal over alledaags racisme laat sporen na in de rest van het betoog en werpt ook een schaduw op wat hij eerder vertelde. Wat eerst leek op een jongensachtig avontuur, een zoektocht in ambtelijke archieven, is nu een duistere getuigenis over mechanismen van ontmenselijking geworden. Iets wat een witte cisman als mijzelf nooit overkomt, dus ook nooit kan navertellen. Djaferi vraagt zich, in het begin, af of hij ‘une personne racisée’ is, en wat dat dan betekent. Heel simpel, dat is een persoon die ooit op zijn vermeend ‘ras’, zijn afkomst is aangesproken, brutaal of vriendelijk (‘waar kom je écht vandaan?’). Dit geweld is institutioneel (politie, huisvestingsmaatschappijen) en politiek gemotiveerd (onoverbrugbare cultuurverschillen).

Tegelijk heeft Djaferi, anderhalf uur lang, zijn bewegingstaal verfijnd en zo abstract gemaakt dat de illustratie van woningbouw en stadsplanning verandert in dansante  bewegingen, die helemaal thuishoren in de queer ballroom sfeer. Vogueing en planologie, een merkwaardig samengaan. Dat maakt de vertelling niet zonder meer vrolijk, het laat wel zien hoe persoonlijk het relaas (en de analyse) van Salim Djaferi is. Dat een groezelig, gewelddadig stuk actualiteit in theater vertaald wordt met abstracte, grijs-witte vormen, dat is niet uniek. Denk aan het werk van Hans-Werner Kroesinger over blauwhelmen in Rwanda, of over huurlingen van Halliburton, dodelijk geweld in een zeer cleane vormgeving, met maatpakken. Maar hier is die abstractie heel persoonlijk. De innige band tussen architectuur en (sociale) politiek is al wel vaker behandeld, artistiek (Allemeersch) en academisch (bijv. Eyal Weizman). maar de intieme inkijk in de persoon Salim Djaferi maakt ‘Bâtir’ bijzonder trefzeker. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz