Theater

Centroamérica Lagartijas Tiradas al Sol

Ethiek en schaamte

‘Centroamérica’ van het Mexicaanse theatercollectief Lagartijas Tiradas al Sol begint als een half grappig, maar al snel terneerdrukkend verslag van hun verkenning van de Centraal-Amerika. Het eindigt, na een kleine thriller, als een ontnuchterende conclusie over de macht van theater om iets te veranderen. En als een blijk van schaamte daarover.         

Centroamérica
Pieter T’Jonck Beursschouwburg Brussel, in het kader van Kunstenfestivaldesarts 2026
17 mei 2026

Wist je dat Centraal-Amerika zeven landen telt? Of dat één ervan, Belize, zich pas in 1981 van het Verenigd Koninkrijk afscheidde en tot dan Brits Honduras heette? Of dat de andere zes tot rond 1820 onder de knoet van Mexico zaten en daarna voor korte tijd de Verenigde Staten van Midden-Amerika vormden? Wellicht niet. We horen hier weinig over deze landen, ondanks hun geostrategische belang. Omwille daarvan willen de Verenigde Staten – volgens de Monroe Doctrine – er nog altijd een stevige vinger in de pap hebben.

Het Noorden van het Zuiden

Het enige wat we wel beseffen over Centraal-Amerika is dat het er een komen en gaan is van dictators, dat bloedige staatsgrepen er elkaar geregeld opvolgen en dat drugscriminelen er de wet stellen. In dat laatste verschillen ze dan weer niet zoveel van sommige streken van Mexico waar – denk aan het recente nieuws – drugscriminelen ook de plak zwaaien.

Raar maar waar, als je Luisa Pardo en Lázaro Rodríguez van Lagartijas Tiradas al Sol (Hagedissen in de zon) mag geloven zijn de Mexicanen ook niet bijzonder goed op de hoogte van wat er gaande is in Centraal-Amerika . Zij in elk geval niet, geven ze ruiterlijk toe bij het begin van ‘centro-américa’. Dat neemt me wel voor ze in. Ze hebben gevoel voor humor en zelfrelativering. Welk gezelschap zou zich trouwens anders ‘Hagedissen in de zon’ noemen?

Ze leggen subtiel de vinger op de problematische manier waarop het ‘Noorden’ het ‘Zuiden’ vastpint op afkomst, traditie etc.

Wat me nog meer voor ze inneemt is deze aankondiging: “We wilden het over iets anders hebben dan onszelf. Van kunstenaars uit het Globale Zuiden wordt doorgaans verwacht dat ze het over zichzelf hebben. Het is een algemeen geldend principe: kunst moet verbonden zijn met de identiteit van de kunstenaar om een stem te hebben”. Daarmee leggen ze subtiel de vinger op de problematische manier waarop het ‘Noorden’ het ‘Zuiden’ vastpint op afkomst, traditie etc. maar zichzelf daarboven verheven voelt.

Ramptoeristen

Gek genoeg maken ze in dit stuk dezelfde vergissing. Op verkenning in Centraal-Amerika komen ze langs Guatemala, El Salvador, Belize, Nicaragua, Honduras, en Costa Rica. Ze merken tot hun verbazing dat de Centraal-Amerikanen vinden dat Mexicanen tot het ‘Noorden’ behoren en er veel beter aan toe zijn dan zij Zuiderlingen. Onze twee reizigers beseffen echter al snel dat ze inderdaad als ramptoeristen het gebied doorkruisen, zonder enige verantwoordelijkheid op te nemen.

In deel 1 van het stuk laten ze dat alweer met enige ironie en zelfrelativering blijken. Ze blijven maar lakentjes uitspreiden over de vloer alsof ze op een eeuwigdurende picknick in een exotisch paradijs waren. Links achter hangt een naïef idyllisch schilderij van een tropisch landschap waar Henri ‘Le Douanier’ Rousseau voor had kunnen tekenen. Vooraan maken ze met grof zand een strandje waar ze nepfruit en een fles cola uitstallen. Later, als hun de schellen van de ogen vallen, blijkt een altaartje voor een fles whisky meer welgekomen.

Het daagt onze reizigers stilaan dat ze als theatermakers weinig vermogen tegen die wantoestanden.

Op een scherm rechts achter verraden steeds meer nieuwsflashes en andere beelden ondertussen dat het zeker in Guatemala, El Salvador of Nicaragua niet prettig leven is. In Nicaragua heeft de voormalige Sandinist Daniel Ortega, toen hij na een lange onderbreking in 2008 weer aan de macht kwam, zelfs een schrikbewind ingesteld. De pers is er monddood.  en de vrije pers monddood gemaakt.

Het daagt onze reizigers stilaan dat ze als theatermakers weinig vermogen tegen die wantoestanden. Luisa Pardo noteert in haar dagboek haar wanhoop. Lázaro Rodríguez leest het voor omdat zij zich teveel schaamt. Bij een nachtelijke ontmoeting met rebellen in El Salvador barst ze zelfs in (duidelijk gespeelde) tranen uit.

Een hachelijke taak

Dat is de aanloop naar deel 2 van het stuk. Het verhaal dat de Lagartijas daarin opdissen is waarschijnlijk fictief, maar zegt veel over de vreemde combinatie van schaamte en zelfoverschatting waar ze als mensen uit het ‘Noorden’ onder lijden. In Costa Rica, het enige min of meer goed functionerende land van Centraal-Amerika, ontmoeten ze Maria, die om politieke redenen vluchtte uit Nicaragua. Tijdens de pandemie stierf haar broer die nog in het ouderlijk huis woonde. Op de filmbeelden die we van haar zien is ze onherkenbaar door een weelderige pruik, en dat wil ze zo houden om veiligheidsredenen. Ze heeft wel een verzoek voor de acteurs. Of ze niet er niet voor kunnen zorgen dat haar broers lijk bijgezet wordt in het graf van haar moeder? Nu ligt het immers in een massagraf.

Theater maken als een ethische opdracht – of een blijk van diepe schaamte.

Eindelijk kunnen de acteurs zo iets concreet helpen om iets recht te zetten. Luisa is vastbesloten dat te doen, ondanks de begrijpelijke bezwaren van Lázaro. Veel filmbeelden volgen er niet meer, want in Nicaragua staat op filmen, zelfs met een telefoon, een zware straf. De acteurs spelen wel overtuigend hoe ambtenaren van dit regime in een kat- en muisspel iedereen intimideren, al gaat het dan nog om een zo menselijk verzoek als dat van Maria. Of Luisa haar opdracht tot een goed einde brengt wordt nooit helemaal duidelijk. Het laatste wat we vernemen is dat ze niet terugkeerde naar Costa Rica en naar Maria, maar via het noordelijke El Salvador afdroop.

Het is een einde in mineur: zelfs als fictie komt dit stuk tot de conclusie dat theatermakers heel weinig vermogen tegen de kwalijke gang van zaken in hun deel van de wereld. Toch laten ze blijken dat ze het niet zullen opgeven. Ze schreven zelfs een kleine studie over hun wedervaren in Centraal-Amerika. Theater maken als een ethische opdracht – of een blijk van diepe schaamte. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz