This resting, patience Ewa Dziarnowska
What the world needs now, is dance, sweet dance
Gewoon dansen. Met z’n tweeën. Zoals het in je opkomt, maar binnen een strakke vorm, heel dicht bij de toeschouwers. Dat is, in een notendop, ‘This resting, patience’ van Ewa Dziarnowska, een duet met Leah Marojević. Dans verschijnt hier als een kunst die geen andere boodschap dan zichzelf nodig heeft om te overtuigen, en herinnert zo aan de emancipatiedrang van dansers in de sixties. Geen wonder dat een iconische song uit die tijd, ‘What the world needs now is love’ van Burt Bacharach, mee de toon zet.
‘What the world needs now is love’ van Burt Bacharach en Hal David was een hit voor Jackie De Shannon in 1965, en ook voor Dionne Warwick een jaar later maar kreeg pas achteraf eeuwigheidsstatus. Je herkent de song meteen: de trompetstootjes die in driekwartsmaat op kousenvoeten aankomen, de haast gefluisterde eerste woorden, de overgang tussen refrein en strofe van majeur naar mineur, het refrein dat dan onverwacht hevig haast uitgeschreeuwd wordt onder aanzwellende violen, en het slot dat weer in sourdine, als een smeekbede klinkt, met een koor op de achtergrond. Het is de soundtrack van de sixties, maar het nummer klinkt vandaag nog even meeslepend als toen. Het is bovendien perfecte dansmuziek: het nummer heeft een geweldige swing, ondanks het trage ritme. Je zou het eindeloos op repeat willen zetten.
Eindeloos op repeat
Dat is ook hoe ‘This resting,patience’ begint en eindigt: met een live opname van Dionne Warwicks interpretatie van de song eindeloos op repeat, meer dan twintig minuten lang. De rijzige Leah Marojević staat ons met een innemende glimlach al op te wachten op blote voeten. Ze draagt haar half doorschijnend lichtblauw avondkleed met opengewerkte rug en diepe halsuitsnijding met een ontwapenende zelfzekerheid. Klapstoelen staan klaar rondom een vloer bedekt met een felblauw vilttapijt. Dat is meteen het enige decor, op de LED-panelen tegen het plafond na.
‘What the world…’ klinkt voor de eerste keer. Marojević komt nauwelijks van haar plaats, maar duwt zich precies op de maat met haar voeten af, op en neer, met nadruk op de eerste tel en zachtere verende passen op de twee volgende. Die impuls loopt door naar haar zacht kantelende heupen en haar naar voor en achter, links en rechts zwierig zwenkende bovenlijf om te eindigen in armen die openplooien als sierlijke arabesken. Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend dat ze ondertussen moeiteloos oogcontact maakt met de toeschouwers rondom haar.
Marojević beweegt zo vanzelfsprekend dat ze ondertussen moeiteloos oogcontact maakt met de toeschouwers rondom haar.
Even later komt Dziarnowska erbij. Ze is In alles het tegendeel van Marojević: ze is niet alleen kleiner, ze draagt ook een rafelige jeans, sneakers en een vlekkerige en gescheurde – maar alweer doorschijnende – blouse. Ze danst ook anders: martialer, abrupter in haar sprongetjes, maar tegelijk introverter. Ze wisselt meer blikken met Marojević dan met de kijkers.
Zij is het nochtans die in het begin een extra stapel klapstoelen in een cirkel rond Marojević plaatst en dat later ook doet rond de plek waar zij danst. Toeschouwers die tot dan nog rechtop tegen de muur staan haasten zich om dichterbij te komen, zodat de twee vrouwen al snel in het midden van een nauwe kring dansen. Het heeft iets weg van een tafeldans in een nachtclub, zeker door de weinig verhullende kledij van Marojević. Toch wordt het nooit vulgair. Er zit een zweem van erotiek in het directe oogcontact tussen toeschouwers en dansers, maar de dansers houden de touwtjes in handen. Zij leiden de verbeelding. Ze flirten met verleiding maar zijn er zeker geen object van. Wat ze vooral delen is hun begeestering om te dansen. Dat is zo aanstekelijk dat ik zou willen meedoen.
Nooit ophouden
Dat komt niet alleen door de song zelf en door de herhaling, maar ook omdat bij elke herhaling een andere bewegingsintensiteit hoort. In één van de vele herhalingen zwaaien de twee vrouwen hun gestrekte armen heen en weer langs hun kaarsrechte romp als in een militaire parade, in een andere zwieren de heupen zacht heen en weer terwijl de vrouwen door de knieën neigen en de armen vrij wapperen. Het is alsof ze op die manier alle manieren waarop de song hen raakt onderzoeken, en blijven onderzoeken, want de variaties op het thema van dansen op één plek lijken eindeloos.
Dat de muziek in hen ‘leeft’ blijkt ook doordat ze nooit stilstaan, ook niet in stille momenten tussen twee hernemingen. De song is enkele keren ook nauwelijks hoorbaar, alsof de muziek enkel in hun hoofd doorging. Je aandacht wordt dan helemaal naar de beweging zelf toegezogen.
Het gaat in het tweede deel over de precisie waarmee het lichaam zijn grenzen en mogelijkheden opzoekt. Of zichzelf opzoekt.
Plots is deze uitbundige, levendige dans echter voorbij. De twee vrouwen verdwijnen even en keren dan weer. Marojević draagt nu een hemdje en een zo rafelige jeans dat je er zelfs haar billen doorheen ziet. Beide sluipen nu voorzichtig over de grond tussen de stoelen door, en raken de toeschouwers zo één na één bijna aan. Zo belanden ze weer in het midden van een kring.
Uiterst traag voeren ze daar vlak tegen de grond haast acrobatische figuren uit als een spreidstand vanuit zithouding of een achterwaartse rugbeweging tot de schouders de voetzolen raken. Het gaat nu minder over enthousiasme dan over de precisie waarmee het lichaam zijn grenzen en mogelijkheden opzoekt. Of zichzelf opzoekt. In één van de figuren die me bijblijven plooit Marojević helemaal op zichzelf terug als haar handen tussen haar benen door naar elkaar grijpen. Ook het klankbeeld verandert ingrijpend. Na hondengeblaf en rinkelende elektronische geluiden komt een flard punkrock of een nummer als ‘Drums in the night’ van Solanu voorbij in de twee uur durende live mix die Krzystof Bagińsky creëert terwijl hij aan de rand van de vloer gespannen toekijkt.
Trage nabijheid
Toch gaat de dans daardoor niet plots iets illustreren. Deze uitgesponnen scènes zijn geen zinnebeeld dat moet aantonen hoe ver we afdreven van het humanistische ‘What the world needs now’. Het is gewoon anders. Een oefening in trage nabijheid van danser en toeschouwer. Het wordt nogmaals anders als de twee vrouwen unisono dezelfde inspannende grondfiguren vormen en zo samen stilaan weer overeind komen. Er volgen daarna nog meer kostuumwissels. Dziarnowska verschijnt zo plots met een opvallende, wijduitstaande rok in geruite stof met een nog sterker opbollende rok daaronder waarmee ze even rondtolt. Voor dat ene moment bouwen de twee vrouwen samen een soort mini catwalk van twee rijen stoelen die dicht tegenover elkaar staan.
Deze lange suite bereikt een hoogtepunt in twee opeenvolgende solo’s. Voor de eerste verschijnt Marojević weer in haar avondkleed en op blote voeten. Ze brengt zo een wat ondeugende pastiche op balletpassen. Ze houdt bijvoorbeeld geregeld stil bij één of andere toeschouwer, heft zich dan omhoog op de tippen van haar tenen, en vraagt dan met pretoogjes zijn hand. Die gebruikt ze, soeverein onverschillig, als steun en afduwpunt voor bijvoorbeeld een pirouette tussen de stoelen door tot de andere kant van de ruimte. Dziarnowska opent ‘haar’ moment met een ijselijke schreeuw aan het begin van ‘The pleasure principle’ van Janet Jackson. Wat volgt is een clubdance, met verende huppelpassen en wild rondzwaaiende armen en eindigt weer met zo’n schreeuw.
Het bijzondere van deze voorstelling zit enkel en alleen in dat genot van het dansen zelf, met het publiek als partner en deelgenoot.
Daarop krijg je de hele dans die aan deze solo’s voorafging weer te zien maar in omgekeerde volgorde. Daardoor zie je nu beter hoe de dansers figuren opbouwen en laten vervloeien. De quasi-symmetrisch opgebouwde voorstelling eindigt uiteindelijk weer bij ‘What the world needs now’. Het enige verschil: deze keer heeft ook Dziarnowska een weinig verhullend blauw avondkleed met opengewerkte stof en pumps aangetrokken nadat ze doodgemoedereerd haar haar opstak voor een grote spiegel. De energie van deze finale is echter nog intenser dan de openingsscène. Dziarnowska gaat er zelfs zo in op dat ze een paar keer op elke ‘love’ hard met haar hakken stamp als om het ritme te bekrachtigen en voort te duwen.
Het bijzondere van deze voorstelling zit zo helemaal niet in één of ander verhaal, en al zeker niet in één of andere boodschap of gemoedsexpressie, maar enkel en alleen in dat genot van het dansen zelf, met het publiek als partner en deelgenoot. Dat is, hoe vreemd dat ook klinkt, een statement van formaat. Het claimt dat dans er is voor zichzelf, op zichzelf, als een veld van oneindige mogelijkheden, wars van enige theorie, waarin allerlei gedachten, herinneringen, gevoelens, dansstijlen op een sensuele, kinesthetische manier beginnen te resoneren. Bij de dansers zeker, maar ook bij de toeschouwers. Het is wat ons verbindt. Drie uur dans, het klinkt heel lang, maar het was zo voorbij. Ook dat is meer dan opmerkelijk.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz