Performance

Tractor Rapsodie Louis Vanhaverbeke

Eigen en aardig op een veld van mogelijkheden

Performer Louis Vanhaverbeke, acht jaar van het toneel verdwenen, staat er weer. In 2018 viel hij fysiek en mentaal uit, om uiteindelijk zijn energie terug te vinden op het veld, boerend met de seizoenen. Precies van die regeneratie brengt hij nu visueel en poëtisch verslag uit in ‘Tractor Rapsodie’. Artistiek blijkt hij de oude, speels met spullen en woordkunst op muziek, tot zelfs een drumstel van boerderijdieren. Inhoudelijk toont zich een meer bezadigde ziel, maar niet minder puur natuur.

Tractor Rapsodie
Wouter Hillaert De Kriekelaar, Schaarbeek, Brussel, in het kader van Kunstenfestivaldesarts 2026
05 juni 2026

Ooit, ruim tien jaar geleden, werd Louis Vanhaverbeke omarmd als een ongeslepen diamant die ‘het had’. Na zijn studies mixed media aan Sint-Lucas in Gent (2010) en zijn alternatieve dansopleiding aan SNDO in Amsterdam (2014) voldeed hij aan het droombeeld van wat toen gold als een echte artiest. Hij presenteerde zich multidisciplinair in zijn zoektocht naar de verbeeldingsvolle wisselwerking tussen banale objecten, muziek en beweging. Zijn werk was toegankelijk, maar met veel interpretatiemogelijkheden. Zelf bleek hij een authentiek solo-schepper van een heel eigen taal en universum, waarin een platenspeler een pannenkoek kon draaien (‘Multiverse’, 2016) en Heras-hekkens met elkaar aan het dansen gingen (‘Mikado Remix’, 2018). Tegelijk was hij fijn bevrijd van het grote ego van vorige generaties echte artiesten.

Zoals dat bij echte artiesten gaat bleek onder die natuurlijk creatieve aanleg een grote kwetsbaarheid te schuilen.

Met zijn rijmpjes en zijn drumcomputer, zijn jongensachtigheid en oprechte verwondering verscheen Vanhaverbeke zo ten tonele: door en door ontwapenend. Een bricoleur als Benjamin Verdonck. Een speelvogel als Maxim Storms. Een klankentovenaar als Mauro Pawlowski. Een chouchou, kortom. Meerdere prijzen hield hij aan zijn debuutjaren over.

Maar zoals dat bij echte artiesten gaat – of toch in ons romantische beeld ervan – bleek onder die natuurlijk creatieve aanleg een grote kwetsbaarheid te schuilen. “Ik heb na ‘Mikado Remix’ verschillende periodes gekend van mentale ontwrichting, met ook meerdere opnames in de psychiatrie”, getuigt Vanhaverbeke op de site van Kunstenfestivalsdesarts, dat zijn comeback meteen een plek gaf voor het oog van Europa. “Het heeft jaren geduurd om opnieuw een soort evenwicht te vinden, om weer grond onder mijn voeten te voelen.”

Kunstmatig moestuintje

Net die grond spreidt ‘Tractor Rapsodie’ uit over de speelvloer, ook letterlijk. Nadat Vanhaverbeke eerst bijna ambachtelijk een kleine bijeen geknutselde tractor in gang gezwengeld heeft, waarmee hij krappe rondjes rijdt als een koning over zijn kleine rijk, kiepert hij een grote bak potaarde over de scène uit, in een dwarse streep. Met een zware rol achter zijn tractor egaliseert hij die uitgestrekte hoop tot een bedje, een belofte op groei.

Hij plant er vervolgens ook groenten op, van wortels tot kool, in een kleurige zee van crêpepapier. Haasten doet hij zich niet meer. We kijken naar de gestage aanbouw van een kunstmatig moestuintje. Vanhaverbeke boert. Hij cultiveert zijn speelveld, richt het opnieuw in naar eigen welbevinden.

Onze plaatsing als publiek maakt daar vanzelf een semi-ritueel gemeenschapsgebeuren van: we zitten aan weerszijden op twee tribunes, met zicht op een kleine vierkante vloer met aan de zijkant een wit tentje. Dat heeft iets weg van een serre van plastic, een schutplek tegen de elementen. Af en toe verdwijnt Vanhaverbeke erin, al dan niet op zijn tractor, om met een ander tuig of nieuwe hulpstukken weer tevoorschijn te komen.

Met zijn achterwaarts gedraaide pet en zijn korte jeansbroek komt hij ook zelf zo van het veld gestapt. De sfeer is ongedwongen, de tijd één met de handelingen. ‘Tractor Rapsodie’ is meer performance dan theater. De performer speelt niet, hij voert uit. Hij boert en vervoert, pot en plant, knutselt en frutselt. Zijn T-shirt afficheert John Deere, het merk van zijn tractor.

Memorabele naaktslak

Twee auditieve ingrepen vullen intussen de ruimte en de tijd. Enerzijds horen we af en toe opgenomen interviewquotes van twee andere kunstwerkers die ooit de diepere geneugte van het ecologisch boeren hebben ontdekt: Merel Van De Gehuchte van bloemenboerderij en kunstenaarsresidentie ‘weder’ in Mariakerke en KASK-docente Bauke Lievens, die een artistiek onderzoek voert naar herstel op het kruispunt van artistieke praktijk, handicap en landbouw.

Allebei delen ze hun inzichten over de circulaire waarheid van de natuur, de noodzaak van rust om te bloeien, het contact met de aarde als introspectie in onze band met de kosmos. Hun korte – soms in loop gemonteerde – belijdenissen geven diepere duiding en grond bij wat zich op scène voltrekt. Ze injecteren ‘Tractor Rapsodie’ zowel met een vleugje documentaire als met een scheut manifest.

Anderzijds voorziet Vanhaverbeke zijn fysieke handelingen zelf live van spoken word op eigen elektrobeatjes, gewoon van op zijn tractor of met de schoffel in de hand. De vorm van zijn woordkunst is luchtig, met halve rijmpjes en een dwingend ritme als in kinderwijsjes. Zijn vertelling daarentegen varieert op dezelfde ecosofische thematiek: de rondgang van de seizoenen, de kunst van zaaien en oogsten, de evidentie van herstel en herbronning.

Een kunstenaar die in het boeren terug schepper wordt, maar nu nog meer doordrongen is van zijn bescheiden plek in het universum.

Tegelijk spreekt er in zijn karamellenverzen ook een ‘ik’ tot zichzelf: een kunstenaar die in het boeren terug schepper wordt, maar nu nog meer doordrongen is van zijn bescheiden plek in het universum. ‘Als boer verbouw ik voedsel, de basis van ons bestaan. Als artiest verpats ik lucht, concreet is daar niets aan.” Tegelijk dienen zijn riedels als sterkende mantra’s voor zichzelf en als biografisch portret voor ons. Steeds meer komt zijn zwarte gat daarin de kop opsteken: het moment dat alles plots vastliep. “Iets duwt naar boven, ik ga eronder door.”

Op scène vindt die uitval zijn pendant in een memorabel visueel moment: een gigantische bruine naaktslak – al even ambachtelijk bijeen geknutseld – die traag aan een touwtje door zijn frisgroene veldje komt schuiven, en in haar slijmspoor dood en vernieling achterlaat. Precies in die combinatie tussen ironie en ontzetting, bricolage en poëzie, toont Vanhaverbekes poëtica zich het meest eigen. Het is erg, maar het is niet erg. Er is iets heiligs aan de natuur, maar laten we ze vooral niet te veel heiligen. Geen vertelling zonder relativering.

Een cadeau voor KFDA

Als er iets veranderd is aan dit oeuvre, na zijn gedwongen herbronning, is het dat er minder vragen en meer antwoorden zijn. ‘Tractor Rapsodie’ is meer een statement dan een onderzoek, zelfs al blijft dat in de mededeelzame vorm van een persoonlijke (be)vinding. Ook Vanhaverbekes debuut ‘Kokokito’ in 2015 eindigde al op snerende liedjes over de blinde verbruikscultuur van het neoliberalisme, maar hier zijn die indrukken meer gebald tot een analyse: zoals de pesticiden op het veld de winstmarges moeten boosten, zo levert ook de farmaceutische industrie continu productiedoping voor de immer presterende mens. Het is allemaal te weinig en wordt ons allemaal te veel, vertelt hij.

Wat zijn solo doet, is het alternatief vormgeven: een trage, repetitieve flow op het ritme van de dingen die nodig zijn om het bestaan te blijven voeden. Diep uitgewerkt is het allemaal niet, maar ergens is dat ook precies Vanhaverbekes punt: het is wat het is, en precies daar moeten we ons mee leren te verzoenen. Ook op mij als toeschouwer heeft het een rustgevende, bijna heilzame werking.

‘Tractor Rapsodie’ toont eens te meer hoe algemeen het ecologische perspectief zijn wortels in de kunsten heeft vastgeklonken.

Zo toont ‘Tractor Rapsodie’ eens te meer hoe algemeen het ecologische perspectief zijn wortels in de kunsten heeft vastgeklonken. Als er één denken in geslaagd is om het postmodernisme af te wisselen als onderliggende huisfilosofie van de kunsten, dan wel deze overtuiging dat mens en natuur één zijn. Zowat in één op vier voorstellingen zie je er uitgesproken flitsen van – bijna als een evidentie. De klimaatbeweging mag dan wel de indruk hebben dat haar grote opstoot van een paar jaar geleden uiteindelijk weinig zoden aan de dijk heeft gezet, in de kunsten geldt het tegendeel. Ecologisch en anti-antropocentrisch denken is het leidende mensbeeld van kunstenaars geworden.

Vanhaverbeke brengt daarover niet echt nieuwe inzichten bij, hoe nieuw ze ook lijken voor hemzelf. Sommigen zullen dit te weinig kunst vinden, te licht, te snel in het KFDA-programma geïnjecteerd om de verdaagde creatie ‘In Future Hands’ van Silke Huysmans en Hannes Dereere te vervangen. Toch is ‘Tractor Rapsodie’ artistiek doorwrocht, alleen al door de keuze om de natuur kunstmatig te verbeelden, om te boeren met een tractor, techno over de scène te laten dreunen en uiteindelijk zelf te musiceren met een toren boerderijdieren die van onder het tentje opduiken. Precies in die spanning tussen naturel en kunstmatigheid, tussen aarde en plastic, zit de slimmigheid van de voorstelling. Lang niet alles is wat het lijkt.Was het voor Vanhaverbeke geen cadeau om op KFDA in première te gaan? Ik vind ‘Tractor Rapsodie’ in elke geval wel een cadeau voor het festival. Dit lijkt me daar de eerste KFDA-creatie ooit die zo op een tournee kan langs de cultuurcentra, licht en fris als een regenvlaagje in de lente. Zo beladen het onderwerp, zo speels de uitwerking. Die combinatie werpt een heel ander licht op depressie en psychologische uitval: het is niet een individueel probleem, maar de vrucht van een heel verknoopt systeem. Deze rapsodie is een must see.          

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz