Muziektheater / Toneel

Brute passie SKaGeN & De Studio

Passie zonder praal, maar niet minder prachtig

Vergeet ‘Hamlet’ en ‘De Kersentuin’. Het summum van repertoire is Jezus’ lijdensverhaal. Honderdvoudig is het geschilderd, vele malen is het verfilmd en verklankt, maar zelden wordt het vandaag nog op toneel gebracht. Valentijn Dhaenens, alweer hij, neemt dat kruis op zijn schouders in ‘Brute Passie’, een theatrale bewerking van Bachs ‘Mattheüspassie’ met accordeoniste Sara Salvérius. Kan Jezus’ lijden meer beduiden dan Jezus’ lijden?         

Brute passie
Wouter Hillaert De Studio, Antwerpen
22 maart 2025

Dat je naar de kerkdienst en de katholieke liturgie kan kijken als een vorm van theater, is al genoeg beschreven. Kan je omgekeerd ook theater maken van het Evangelie? Kerst- en passiespelen zijn natuurlijk al vaak gedaan, van de middeleeuwen tot katholiek schooltoneel. Alleen zijn dat dan re-enactments in de religieuze geest van het origineel. Dhaenens en Salvérius beogen iets helemaal anders: een herinterpretatie van het eigenlijke verhaal van Jezus’ laatste dagen, hedendaags en gedesacraliseerd. Daarvoor putten ze niet rechtstreeks uit de Bijbel, maar nemen ze een artistieke omweg via een andere interpretatie: Bachs befaamde ‘Matthäus-Passion’ uit 1727. Hun programmablaadje is helder over hun inzet en interesse, of toch als vraag: “Kan een oud meesterwerk met ons communiceren over de situatie waarin we ons vandaag bevinden?”

Wanneer Dhaenens en Salvérius hand in hand opkomen als twee onschuldige schoolkinderen, duidt Dhaenens die hedendaagse conditie als een overweldigende chaos waarin vele schapen als hijzelf niet weten waarheen en zich dan maar schichtig verbergen in de kudde. “Ik ga Jezus dus niet spelen”, onthult hij meteen. Zijn ontwapenende intro zet meteen de toon voor de hele voorstelling. Enerzijds schetst hij Christus weer als een gewoon personage, gek genoeg geboren in het jaar 6 voor Christus om als leraar rond te trekken met een kleine schare volgelingen en zich met zijn wonderen de woede op de hals te halen van de heersende macht. Anderzijds zoomt Dhaenens in op hoe buitengewoon dit personage wel is. Met zijn ideologie van eeuwige vergiffenis propageerde hij zelfs de boodschap om je vijand lief te hebben. Daar ligt zijn fascinatie, maar ook zijn onbegrip. “Ik zou het niet kunnen. Voor mijn eigen kinderen kan ik me opofferen, maar voor al de rest? 

Er zou met Jezus makkelijk te lachen vallen, maar Dhaenens heeft duidelijk besloten om diens radicaliteit serieus te nemen.        

Er zou met deze Jezus dus makkelijk te lachen vallen, maar Dhaenens heeft duidelijk besloten om diens radicaliteit serieus te nemen – zoals hij dat eerder ook al deed met het meewarig bekeken Vlaamse oerdrama ‘Het gezin Van Paemel’. Vergiffenis, lotsaanvaarding, het eeuwige goede, de zonden van de wereld op je nemen: dat is de afwijking die ‘Brute Passie’ wil proberen te begrijpen, in de hoop dat ook de zaal ze wil heroverwegen. Net door die waarden uit het religieuze register te halen, kunnen we er mogelijks weer connectie mee krijgen. Een verraderlijke operatie blijft het wel: geen verhaal is meer bekend, terwijl steeds minder mensen er geloof en waarde aan hechten. Dhaenens houdt van dat soort onmogelijke uitdagingen.

Niet alleen in zijn inleiding, ook in zijn eigenlijke passiespel neemt hij vooral de rol op van geleider, door (naar gewoonte) op zijn eentje alle personages rond Jezus te spelen: de falende zielen waarin we onszelf wél kunnen herkennen. Judas de verrader, Petrus de ontkenner, het joelende volk, de apostelen die beloven wakker te blijven en toch indommelen, zelfs de haan die drie keer zal kraaien: Dhaenens speelt ze met passie als in een hoorspel dat je ook kan zien, eerder met uitroepen dan met replieken. Zijn immer dienstbare spel vertaalt vooral de sonoriteit van de Matteüspassie naar theater. Ze wordt minder vol, minder heiligend, meer direct als in kinderspel. Net zo ruw en ongelikt, kortom, als de titel van zijn passie aankondigt.

Toch komt ‘Brute Passie’ veeleer spiritueel dan bruut over. De voorstelling ontvouwt zich op een wit tapijt van lange linnen linten die kruiselings door elkaar gewezen zijn: een piëteitsvol patchwork van smart, zuiverheid en verzoening, dat herinnert aan het reinigen van de doden. Drie opstaande boomtakken suggereren de kruisen op Golgotha, maar opvallend genoeg zal Dhaenens zowel de kruisweg als de eigenlijke kruisiging overslaan. Jezus wordt duidelijk ‘onvoorstelbaar’ bevonden, toch zeker in zijn doodsstrijd, ook al is daar al eeuwenlang zoveel spektakel van gemaakt.

Hoogstens wordt zijn aanwezigheid sereen belichaamd door Salvérius, die centraal op scène in losse interludia de accordeon bespeelt, als een verre echo van Bachs volle koor en orkest. Wat Dhaenens aan aardsheid creëert, compenseert haar louterende muziek door hogere troost. Maar samen dragen ze allebei de basiskeuze achter hun bewerking: ze strippen het passieverhaal van Bachs praal, maar niet van zijn zoektocht naar het bovenzinnelijke.

Misschien is dat nog wel het mooiste aan ‘Brute Passie’: het harmonieuze samenspel tussen spel en muziek, terwijl ze soms net bewust schuren. Salvérius is evenveel speler als muzikant, zonder echt te acteren. Dhaenens van zijn kant is net zoveel zanger als speler, zonder echt te kunnen zingen. Zijn tussengeschoven hoge liederen zijn zo ijl en breekbaar dat ze ons net weer in contact brengen met wat lijden doet met mensen, en hoe dat te verwerken valt. Als synergetisch muziektheater is dit een voorbeeld voor veel andere meerstemmige creaties.

Wat vooral blijft hangen van ‘Brute Passie’, is de sfeer van verloren piëteit, die je tegelijk raakt en meteen weer ontsnapt.        

Of beide makers daarmee ook slagen in hun opzet om iets te vertellen over ‘onze situatie vandaag’, of om ons te verzoenen met de onvertelbaarheid ervan? Er zijn zeker pogingen toe. Valérius citeert halfweg de opgemerkte speech van de Amerikaanse bisschop Mariann Edgar Budde tijdens Trumps inauguratie, waarin zij hem in naam van God om mededogen vroeg voor alle queer personen en niet gedocumenteerde inwoners van de natie. Dhaenens van zijn kant ruilt de foltering van Jezus in voor een pakkend alternatief in de vorm van publieke besmeuring.

Alleen spreekt uiteindelijk toch vooral de glazen kast die aan het eind over Salvérius/Jezus komt neerdalen: het passieverhaal blijft een geïsoleerd eigen universum, museaal onder een stolp. Je kan het tentoonstellen in al zijn stille pracht. Je kan er zelfs de authentieke adem weer van oproepen door er alle godsvrucht van af te schrapen. Maar het is zoals Dhaenens bij aanvang al zei: Jezus valt niet te spelen. Of toch niet op zo’n manier dat zijn verhaal vanzelf iets gaat vertellen over pakweg onze relatie tot Gaza, onze kijk op geweldloze radicalen of onze ethische omgang met elkaar in de eigen gemeenschap.

Milo Rau presteerde het wel met ‘The New Gospel’, maar hij koos dan ook de meer evidente weg: een film met focus op Jezus’ politieke rol als verzetsstrijder, verplaatst naar het Italië van vandaag. Dhaenens daarentegen trekt de ethische kaart, gericht op Jezus’ buitengewone waarden. Vanzelf wordt zijn lijdensverhaal ook meer een zwijgend mysterie in zichzelf dan een mystiek exempel voor onze onttoverde tijd. We blijven de schapen die we bij aanvang al waren.

Zo wordt ‘Brute Passie’ vooral een mooie en betekenisvolle repertoirevoorstelling, getrouw aan zijn origineel én toch eigenzinnig grensverleggend. Wat er vooral van blijft hangen, is haar sfeer van verloren piëteit, die je tegelijk raakt en meteen weer ontsnapt. Die poging tot gedeelde transcendentie in een wereld die vraagt om harde cijfers, bewezen daden en reële wapenkracht, is al een prestatie op zich. Je ziet ze in ons theater nog zelden.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login