Toneel

Het gezin Van Paemel Valentijn Dhaenens / Skagen

De kameleon-acteur in Valentijn Dhaenens

‘Het gezin Van Paemel’ van Cyriel Buysse (1903) is een unicum. Slechts weinig stukken uit 1900 worden vandaag nog geregeld gespeeld. Deze ‘rasechte’ klassieker vertelt het verhaal van een hardwerkende, rechtschapen boer uit Nevele die de speelbal wordt sociale wantoestanden. Een beeld van Vlaamse gelatenheid. Buysse was nochtans geen boer, maar een welgestelde burger. Zijn stuk is eerder een klacht dan een aanklacht. Valentijn Dhaenens speelt in zijn regie van dit stuk alle rollen zelf, dankzij een videoscherm. In het dialect van Nevele dan nog ook. Een oud verhaal in een boeiende moderne vorm.

Het gezin Van Paemel
Johan Thielemans Vooruit Gent, in het kader van het Theaterfestival meer info
07 oktober 2022

‘Het gezin van Paemel’ toont hoe een sociaal systeem een boerenfamilie op het platteland  in Oost-Vlaanderen verplettert. Van Paemel, een harde werker, pacht grond van de baron waar hij tegen beter weten in al zijn vertrouwen in stelt. Zijn zonen aanvaarden die afhankelijkheid en uitbuiting niet. De ene neemt deel aan de sociale strijd, wat hem een gevangenisstraf oplevert. Als hij vrijkomt emigreert hij naar Amerika. Daar leidt hij, volgens zijn brieven toch, een veel beter leven. De boer wil echter van zijn land niet weg, en ziet met lede ogen ook zijn tweede zoon vertrekken.

Nochtans zit hij zo onder de knoet van de baron en zijn familie dat hij een meer dan lamentabel bestaan leidt. Zijn dochter moet bijvoorbeeld op het kasteel gaan dienen bij de aristocratische zoon. Die maakt haar zwanger en parkeert haar in een gearrangeerd, liefdeloos huwelijk. Maar zelfs dan komt de boer niet in opstand. Hij ondergaat vernederingen. Hij accepteert zelfs dat hij zijn boerderij moet verlaten omdat de baron daar andere plannen mee heeft. Zo blijft hij alleen en berooid achter.

Hoewel Buysse sociaal schandalige toestanden schildert, schreef hij geen politiek stuk. Berusting kenmerkt boer Van Paemel. Het stuk wordt zo één lange klaagzang. De boer wekt onze deernis op, maar komt niet tot politiek bewustzijn. Het ontbreekt hem ook aan de energie om te breken met zijn miserabel bestaan, zoals zijn zonen. Blijven op zijn boerderij en klagen over de wereld geven aan zijn leven zin. Het lijkt een soort noodlot, maar dan een dat het slachtoffer over zichzelf afroept.

Het stuk van Buysse is een mooi voorbeeld van het naturalisme. Dat is de kracht ervan. Het publiek herkent vandaag nog steeds de schrijnende situaties. De zwakte van het stuk is dat het daarbij vaak net te herkenbaar, en vooral te voorspelbaar wordt. Je ziet al heel snel dat het met de boer van kwaad naar erger zal gaan. Als de barones de dochter opeist om voor haar zoon te werken, vermoed je al dat ze zwanger zal worden, en inderdaad… Verveling zou zo kunnen binnensluipen. Toch wordt dat zwakke punt het stuk niet fataal. Buysse verstond immers de kunst om overtuigende personages te creëren. In zijn tijd was dat uitzonderlijk.

Valentijn Dhaenens, die zich met de streek verbonden voelt, wilde het stuk graag op de planken brengen, maar de omvang van de cast maakte dat financieel onhaalbaar. Hij greep daarom terug op een kunstgreep die hij al eerder toepaste: live aanwezige acteurs laten dialogeren met personages op het scherm. Die methode past hij ook hier weer toe. De ware krachttoer is echter dat hij bovendien alle zestien rollen zelf opneemt. Alle zonen, moeder en dochters verschijnen dankzij het videowerk van Jeroen Wuyts op het scherm. In elke transformatie overtuigt Valentijn Dhaenens. Bij elk personage past hij zijn stemtimbre aan, zodat de illusie perfect is. Bij elke scène dialogeert hij live, met een grote natuurlijkheid, met de familie achter hem op het scherm. Zo is hij op het voorplan eerst een opstandige zoon, dan de hautaine barones, de zwakke pastoor of, in de laatste scene, de boer zelf. Bij elke gedaantewissel weet Dhaenens de juiste toon te vatten.

De inzet van techniek geeft deze voorstelling een hedendaagse karakter, maar wat treft is toch iets anders. Valentijn Dhaenens demonstreert een vorm van acteren die lang niet zo gebruikelijk meer is. hij beheerst de oude techniek om ‘in de huid van een personage’ te kruipen, om haast willekeurig van gedaante te wisselen, tot in de details. Het Acteursgilde bekroonde hem daar trouwens voor: zijn collega-acteurs wilden onderstrepen dat deze voorstelling een indrukwekkend voorbeeld van vakmanschap is.

Toch heeft deze aanpak ook zijn problemen. In het eerste bedrijf verbluft Dhaenens de toeschouwers met zijn spel van aan- en afwezigheid. Hij weet de personages op het scherm werkelijk in het spel te betrekken. Gaandeweg vertraagt het tempo van de voorstelling echter, en ontbreekt afwisseling in de stoet personages en het ritme van het spel. Ondanks de bravoure van de speler en de techniek boet de voorstelling daardoor in aan emotionele impact. Je merkt ook dat vooral de boer, met zijn gezaag, gemopper, woede en weeklagen haenens aandacht bezig houdt, ten koste van de andere personages die wat op afstand blijven. Het is alsof deze interpretatie van het werk van Buysse beter de alternatieve titel ‘Boer van Paemel’ had meegekregen. Maar dat neemt niet weg dat Dhaenens dit stuk uit de ‘Vlaamse canon’ met heel veel zorg en inventiviteit afstofte en tot leven bracht. op het toneel gebracht.

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Abonneren Login