Toneel

De Grap Kim Karssen & Benjamin Abel Meirhaeghe / De Warme Winkel

Familie van de Harlekijn

Kim Karssen is grappig. Dat bewijst ze nog maar eens in haar solovoorstelling ‘De Grap’, waarvoor ze samenwerkte met compagnon de route Benjamin Abel Meirhaeghe. Als volleerde hofnar van de millennials geeft ze inkijk in de chaos van haar, het, ons, leven. Misverstanden, dagdromen en interpretaties (mis)leiden het moment. Kim Karssen zoekt en dwaalt en hallucineert over huishoudartikelen. Zo herkenbaar is haar gevecht met de Grote Vragen, terwijl zelfspot en ironie als excuses voor niet-weten gelden. 

De Grap
Lotte Ogiers Bourla Schouwburg
In het kader van Love at First Sight #6
meer info
27 september 2021

In haar rode Adidas-training en witte sportschoenen lijkt Karssen op een jogger die al uitgelopen is, een student in examen-katermodus, zittend op haar hoge kruk als een cabaretier. Ze is geen van allen en alles tegelijk, zichzelf, en oh-zo (h)eerlijk spelend. Met een extra doek als bochel onder haar trui, tovert ze zichzelf om tot een Quasimodo-achtig figuur. Een hoog opgetrokken wenkbrauw plaatst haar woorden in een ander perspectief.

Kim Karssen toonde al meermaals dat ze niet veel nodig heeft om een performance neer te zetten. In ‘Oorlog & Vrede’ (2019) lieten zij en Florian Myjer ons Tolstoj al spelend vergeten. Tijdens haar stage voor het theatergezelschap De Warme Winkel, met name in de voorstelling ‘De Warme Winkel speelt de Warme Winkel’ (2017), toonde ze zich als speler van een nieuwe generatie. Ook nu zijn het haar gelaatsuitdrukkingen, intonatie en bewegingen die de anekdotes over haar date-ervaringen, grappen en grotere problemen kleuren.

Eén van die anekdotes gaat over een busrit waarin Karssen een aha-erlebnis kreeg. Een vrouw gaf er borstvoeding. Terwijl de actrice vrolijk en vol liefde naar haar medepassagier keek, merkte ze bij de andere reizigers afkeuring. Woedend dacht ze: ‘Wie zijn jullie toch?’. En daarna: ‘Kijk toch, wij zijn één. Een familie die gezoogd moet worden’. ‘Hoi, ik ben je neef.’ ‘Dag oom,’ stelt Karssen zichzelf nu voor aan een man op de eerste rij in de zaal. ‘Ik ben jouw incestueuze harlekijn’, roept ze nu voor het eerst. Deze zin herhaalt ze doorheen de voorstelling nog een paar keer.

In dit zelfopgelegde label schuilt haar hele theaterpraktijk. Karssen is een spelende clown, één die het publiek aan zich bindt door te razen en te onderbreken, door zichzelf voor de voeten te lopen, door letterlijk een plat geknepen tomaat voor haar neus te houden. Het leven is een grap, zij en wij. Dat mag, moet, erkend en benadrukt worden. Er is geen kader, geen groot verhaal in het postmoderne. Dat is een alom bekende boodschap, maar die hoeft niet per sé alle gedachten van een performance in haar greep te houden.

Want Karssen raakt wel degelijk belangrijke thema’s aan. Dat eenzaamheid een collectieve daad is bijvoorbeeld. Dat we elkaars identiteit te veel proberen bepalen. Dat we elkaar meer naar omhoog zouden moeten stuwen dan de grond in duwen. Ze zegt het, toont het, en het wuift het dan als verontschuldiging weg zoals mensen blozend doen wanneer ze per ongeluk iets verstandigs gezegd hebben. Zelfrelativering geldt als de betekenisvolste geloofspraktijk in postmoderne vertellingen. Of is het een vermomming voor een poging die niet geheel overtuigend is?

‘Nou, jullie weten het ook allemaal effe niet hé?’ vraagt de actrice retorisch aan het publiek waarna ze haar broek aftrekt en de billen ontbloot. Ze klopt zichzelf op haar achterwerk in gang. Een paardje in galop in een wijde wereld aan haar voeten. Vanaf dit moment is alles anders. Het enthousiaste gepraat van Karssen stopt. Zwijgend probeert ze in (bewegende) tableaux vivants haar woorden vorm te geven. Een dreunende soundscape en popmuziek vormen de voice-over van haar gedachten.

Waar in het eerste deel de naakte toneelmachinerie te zien was, ontvouwt in het tweede deel een reusachtig, rood doek zich als een kader op het podium. Karssen bevindt zich er middenin. Nu komt ze op als een E.T.-achtig oud vrouwtje dat de hele wereld heeft gezien, dan weer als een Eva (maar met de hoed van Harlekijn) die met zes borsten de hele wereldbevolking liet geboren worden. De moderne mens heeft zichzelf geschapen. Hij/Zij is heel alleen.

Dat de voorstelling zo overslaat van het expliciete naar het impliciete, heeft misschien te maken met de samenwerking tussen Karssen en Meirhaeghe. Waar Karssen heel direct en bijna schaamteloos impulsief communiceert, vindt Meirhaeghe betekenis in het abstracte (dixit Karssen in een interview met Anna Lancry). Het kan een interessante wisselwerking zijn, maar hier pakt ze minder goed uit omdat de voorstelling zo uiteenvalt in deze twee uitersten. Omdat de zelfrelativering en ironie van Karssen zo nadrukkelijk zijn, is het moeilijk om deze nieuwe, duidelijk metaforische, beeldtaal niet weg te zetten als een opvoering van wat Karssen onze grote angst noemde: de zoektocht naar betekenis, zonder ze te vinden.

Dit laatste deel levert wel nog één prangend beeld op. In de duisternis vangt Kim Karssen, terwijl ze drie paar borsten heeft, het eenzame licht op in een spiegeltje onder haar kin. Een zoekend licht, terwijl zij, moederaap, incestueuze harlekijn ons wil zogen. Er is plek voor iedereen. Want eenzaamheid is een collectieve daad.

En ook dit is maar een interpretatie.

NVDR: de voorstelling staat op 14 en 15 oktober in Campo Nieuwpoort. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren