Musical

Rebel, Rebel Ivo Van Hove, Sidi larbi Cherkaoui, Henry Hey, Jan Versweyveld / Ruhrtriennale 2026

Be-Ruhr-de rebellen

Het concept van ‘Rebel, Rebel’, de derde muziektheaterproductie van Ivo Van Hove voor de Ruhrtriennale, is net als zijn voorgangers een jukebox musical: een reeks popsongs van één artiest die samen één verhaal lijken te vertellen. Na PJ Harvey, Frank Sinatra en Nina Simone is het nu de beurt aan David Bowie (1947-2016). Ook nu suggereren vooral de dans en videobeelden, als in een extreem lange videoclip, een eenheid in de veelheid – betekenis dus – . Van Hove wil zo aantonen dat popmuziek meer is dan amusement. Kunst in vermomming zeg maar. Een nobel streven, dat helaas jammerlijk strandt in een soort queer versie van ‘West Side Story’.

Rebel, Rebel
Pieter T’Jonck Jahrhunderthalle, Bochum (DE), in het kader van Ruhrtriennale 2026
25 augustus 2026

De voortekenen waren niet goed. ‘I want absolute beauty’, Van Hove’s eerste proeve van een juke box musical, gebaseerd op de songs van PJ Harvey, kon me niet bekoren. Het verhaaltje dat de songs verbond was me te gekunsteld. Een overdaad aan effecten kon dat nauwelijks camoufleren, ondanks een indrukwekkende Sandra Hüller als PJ Harvey, ondanks een gastoptreden van Isabelle Huppert, ondanks de indrukwekkende band van Liesa Van der Aa. Ook Johan Thielemans had er toen zijn bedenkingen bij. De opvolger, ‘I did it my way’, op muziek van Frank Sinatra en Nina Simone, kon evenmin op veel genade rekenen van Thielemans.

Een avond met songs van David Bowie, dat is natuurlijk andere koek, alleen al omdat Van Hove de regie deed van ‘Lazarus’, een juke box musical, waar Bowie zelf kort voor zijn dood in 2016 nog intens aan meewerkte. Hij vatte die musical op als een vervolg op ‘The man who fell to earth’, de film van Nicholas Roeg waarin Bowie de rol van alien Thomas Jerome Newton speelde. Voor iemand die toen met één voet in het graf stond is dat een opmerkelijke keuze: een man die weder opstaat uit het graf – Lazarus – als een alien -iemand die buiten de aardse ‘realiteit’ staat.

Bloeddorstige honden

Tien jaar later kiest Van Hove voor een andere ingang: zijn vertrekpunt is ‘Diamond Dogs’ (1974). Bowie speelde voor die LP met de idee om ‘1984’ van George Orwell tot een musical te bewerken, maar diens weduwe stak daar een stokje voor. Dat neemt niet weg dat het album zeer overtuigend een dystopische wereld oproept. De parlando openingssong alleen al, ‘Future legend’, is als een koortsdroom van een wereld waarin al het menselijke moet wijken voor bloeddorstige honden. Met als slotzin “This ain’t rock’n roll, this is genocide”.

Het is echter aan de luisteraar om de songs die daarop volgen betekenis toe te kennen. Evoceert het verbod op seks waarop de A-kant zinspeelt de broeierige gay scene van het Londen van die tijd (homoseksualiteit voor de leeftijd van 21 was er toen nog strafbaar)? Gaat de hit ‘Rebel rebel’ daarover? Hoe kan je de erotisch geladen onderwerping aan de macht van ‘Big Brother’ op de B-kant lezen? Daar valt geen stichtend verhaal uit te distilleren. Daar had Bowie wellicht ook lak aan. Hij opende, niet voor het eerst, een doos van Pandora met de vraag wie we zijn we als alle vaste ‘waarden’ een lege doos blijken en de welvaartsstaat op wankelen staat? Niet lang na ‘Diamond dogs’, in 1975, zegden de Sex Pistols de gevestigde orde definitief de wacht aan. Maar Bowie deed het eerst, en veel subversiever.

Al van bij de eerste scène verdampt de duistere magie van ‘Diamond Dogs’ helemaal.

Niets daarvan in ‘Rebel, rebel’ van Van Hove. ‘Future Legend’ schalt wel door de boxen als de voorstelling begint. Roestige containers aan beide zijden van het enorme podium van de Jarhunderthalle in Bochum suggereren de wereld in verval waar de Diamond Dogs heersen. Een zootje ongeregeld (dansers van Sidi Larbi Cherkaoui’s ensemble Eastman) overspoelen de vloer meteen. Ze leven zich onder leiding van een woeste gangleader (Daniel Donskoy) met zichtbaar genoegen uit op een weerloze jongen (Diego Rodriguez). Gelukkig is er de girl (Ari Notartomaso) die hem motiveert om zich een weg te banen uit dit universum van zinloos geweld.

Al van bij die eerste scène verdampt de duistere magie van ‘Diamond Dogs’ helemaal. In ruil volgt een slappe versie van ‘West Side Story’ met als moraal: liefde heelt alle wonden en overbrugt alle grenzen. Sidi Larbi Cherkaoui doet hier wat hij kan met zijn dansers, maar struikelt vaak over de beperkingen van de drie hoofdpersonages: behoorlijke zangers, maar duidelijk geen dansers. Wat evenmin helpt is dat het ‘geweld’ dat Van Hove opvoert zo overduidelijk fake is dat het ongeloofwaardig wordt.

Af en toe wordt het gewoon gênant. Tijdens ‘Rebel, rebel’ houden Rodriguez en Notartomaso elkaar bewegingsloos, handjes in elkaar, in evenwicht terwijl Donskoy rond hen ‘rebelleert’. Het is een soort romantiek die haaks staat op een song vol wilde, genderfluïde energie. Tijdens ‘Heroes’ huppelt Notartomaso onhandig vrolijk rond alsof de wandeling langs de Muur in Berlijn een gezondheidswandeling was. Moeilijk om je daar nog iets bij voor te stellen.

Helemaal bizar is Notartomaso’s interpretatie van ‘Life on Mars’. Terwijl ze het zingt bovenop een container als een luchtig liefdesliedje – en dat is het beslist niet – laat scenograaf Jan Versweyveld op het scherm achter het podium beelden van het oppervlak van de planeet Mars opdoemen. Alsof de song over Mars gaat. Op zo’n momenten stoort het ook dat Notartomaso’s – overigens vlekkeloze – zang door zijn lichte, heldere klank nooit de volheid en pathos haalt van Bowie. Eigenlijk komt alleen Rodriguez in de buurt van Bowie’s manier van zingen en croonen. Gelukkig brengt de band onder leiding van Henry Hey het er meer dan behoorlijk vanaf.

Verhalenverteller

Als de voorstelling een verdienste heeft, dan wel dat ze in flitsen onthult dat Bowie een echte verhalenverteller en theatermaker was, dat elk van zijn songs een – cryptisch – drama in een notendop is. Hoe langer de voorstelling duurde, hoe meer ik daardoor terugdacht ‘EVOL’, de dansvoorstelling die Claire Croizé (ECCE) in 2016 creëerde op muziek van David Bowie.

Van Hove plakte een concept op een verzameling songs, maar die komen daarmee nog niet tot een eenheid.

Bowie dook pas laat in het creatieproces van die voorstelling op. Croizé zocht aanvankelijk met haar vier dansers naar een lichaamstaal die elk van hen als gegoten zat, maar tegelijk geïnspireerd werd door het gevoel van verlies en desillusie van de ‘Duineser Elegien’ van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke. Tijdens dat proces bedacht ze zich dat de muziek van Bowie wel eens de perfecte soundtrack bij dat gevoel kon zijn. Het bleek een schot in de roos: zijn songs pasten perfect bij het bewegingsgedicht van Croizé omdat ze eenzelfde gevoel van verlorenheid opriepen. Het gevoel een “man who fell to earth” te zijn. Het was een organische verbinding tussen twee werelden.

Dat is wat ontbreekt aan ‘Rebel, rebel’. Van Hove plakte een concept op een verzameling songs, maar die komen daarmee nog niet tot een eenheid die je plots een licht doet opgaan over wat kunstenaar hors catégorie David Bowie kwijt wou. Hij vermorzelt dat raadsel onder een topzware productie en een al te simpel verhaaltje. Als de hele groep het stuk besluit met vrolijke huppelpasjes op ‘Golden years’, na twee uur pseudo-somberen, geloof je haast je ogen niet. Een beroerd eind goed, al goed. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz