Faust theater arsenaal / DE MAAN / deCompagnie
Grapdwang en grotesk spel nekken poëzie
Voor hun bewerking van ‘Faust’ (14+) spaarden theater arsenaal, DE MAAN en deCompagnie kosten noch moeite. Helaas jagen de grapdwang en het groteske spel haast elke sprankel poëzie het podium af.
Er is het klassiek ensemble van deCompagnie (inclusief harpiste), er zijn de fenomenale poppen gemaakt door Paul Contryn en Lotte Boonstra en er is de straffe cast, met onder anderen de echtgenoten Koen De Graeve en Ariane van Vliet. Een geweldige equipe dus, met een nobel streven bovendien: de klassieker ‘Faust’, het belangrijkste werk van de Duitse schrijver Johann Wolfgang von Goethe uit begin de negentiende eeuw, nieuw leven inblazen en toegankelijk maken voor een Nederlandstalig publiek vanaf 14 jaar.
Helaas geldt in theater hetzelfde als in voetbal: elke match moet worden gespeeld, en kan dus ook worden verloren. Enkele keuzes van de makers vallen goed uit. De inhoudelijke vernieuwingen zijn knap gevonden, trekken het eeuwenoude verhaal in het ‘nu’ en maken het herkenbaarder voor een hedendaags en jong(er) publiek.
De voorstelling lijdt fel onder een overdosis letterlijkheid en oppervlakkigheid.
Zo is Faust hier geen man die streeft naar onuitputtelijke kennis, maar een vrouwelijke professor die alles al weet maar vruchteloos blijft zoeken naar de zin van het leven en in een burn-out belandt. Dit ondanks de slaafse bewondering van haar overijverige student, een rol waarvoor Greet Jacobs meesterlijk een van de poppen bespeelt. Op haar eentje zorgt Jacobs met haar vakmanschap en humoristisch acteertalent (dat accent!) voor voldoende ‘comic relief’, maar schijnbaar oordeelden de makers dat dat niet voldoende was om een zaal vol pubers aan boord te houden.
Tenenkrullend
Om zich van hun aandacht te verzekeren, voorziet ‘Faust’ dan maar in een tekst met te veel geforceerd hippe passages (‘yippie yee god, thanks a lot!’), een pak momenten waarop onnodig grotesk wordt gespeeld en intermezzo’s die komisch zijn bedoeld maar ergernis wekken, zoals de nonsensicale muzikale interventie van twee acteurs verkleed als darm (‘ik ben een twaalfvingerige darm / ik heb twaalf vingers / dat zijn er twee meer dan jullie’).
De personages zijn te veel karikaturen om te beroeren. Neem nu de uiterst vrome Geert (de mannelijke versie van Goethes Gretchen) en diens broer-soldaat met Rambo-allures. De voorstelling lijdt ook fel onder een overdosis letterlijkheid en oppervlakkigheid. Af en toe breekt een scheut poëzie doorheen de kolder (zoals bij het gezichtsloze masker van Geert of de sterfscène waarin Faust een kleine kwetsbare pop wordt), maar lang houdt die het meestal niet vol.
Mag theater voor scholieren van de tweede graad en ouder echt alleen maar leukig zijn?
Het helpt niet dat de makers het verhaal vertellen in één rechte lijn, van Fausts ontmoeting en pact met de Duivel tot aan haar dood. Die keuze voor een transparante chronologische vertelling voedt vooral de verveling en voorspelbaarheid. Ze voelt als een tweede onderschatting door de makers, dit keer van de capaciteiten van het (jonge) publiek om een meer complexe verhaalstructuur te volgen.
Is het echt zo slecht gesteld met de aandachtsspanne van de Vlaamse jeugd? Mag theater voor scholieren van de tweede graad en ouder echt alleen maar leukig zijn? Mag het niet schuren, verwarren, een stomp in de maag geven? Misschien niet (meer), al hopen we van wel. Deze ‘Faust’ speelt in ieder geval op veilig. Net daardoor maakt de voorstelling haar potentieel niet waar, net zo min als de belofte om ook oudere kijkers te boeien.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz