Eight (or maybe nine) universal truths about human nature Lotte Boonstra
De zachte alertheid van de wereld die ons omringt
‘Eight (or maybe nine) truths about human nature’ maakt woordeloos invoelbaar wat in taal algauw zweverig of belerend zou worden: mens, dier, ding, aarde, we zijn allemaal één en hetzelfde. In Lotte Boonstra’s sculpturele performance worden de materialen die ons omringen – zand, steen, plastic – even lichaamseigen als onze huid.
De weg naar de zaal voelt als een afdaling in een grot, langs onverlichte coulissen, met de waarschuwing ons hoofd niet aan het plafond te stoten. De vogels fluiten, de wind ruist en er klinkt een herhalend gezoem. Natuurlijke geluiden, in een loop net iets te snel herhaald, voeren ons mee naar een parallele natuurwereld, waar het licht net anders is.
Boonstra, opgeleid als scenograaf en kostuumontwerper en al langer werkzaam op het snijvlak van theater en beeldende kunst, onderzoekt in haar werk hoe lichamen, objecten en materialen in elkaar overvloeien. In deze nieuwe performance neemt ze een publiek van alle leeftijden, waaronder veel jonge kinderen, mee in een wereld waarin het materiaal evenveel ruimte inneemt als de mens.
Levende sculpuren
Centraal in de ruimte en prominent uitgelicht staat een sculptuur. Het publiek neemt plaats waar het wil, zittend op de vloer, leunend tegen de muren. De rest van de ruimte is donker. De belichte sculptuur is een mensenlichaam dat met handen en voeten vastzit in een symmetrisch vlak van beton. Of is het zand? Het materiaal is niet thuis te brengen, net als het bouwwerk. Het heeft een romp, kuiten, een torso en schouders. Er zit een hoofd aan vast. In dat hoofd zijn ogen die nu eens naar jou kijken, dan naar de persoon naast je. Deze ontmoeting mag duren, lang genoeg om aan te komen in de ruimte en te wennen aan deze realiteit.
Het publiek beweegt door de ruimte. Kinderen gibberen, trekken hun ouder of grootouder mee. “Kijk, kijk!” roepen ze uitgelaten.
Een oranje spot glijdt over het omringende publiek en begeleidt de blik door het verzwelgende zwart van de ruimte naar een tweede sculptuur: een vrouw hangt anderhalve meter boven de grond in een zwarte, amorfe massa, zwevend als foetus in de baarmoeder. De onthulling van haar aanwezigheid, die tot zojuist verborgen bleef in het donker, doet het hart sneller slaan. Ze draagt geen schoenen. Haar voeten geven licht en hun onverhuldheid maakt haar zo wezenlijk, zo raakbaar.
De geluidsband wordt ondergrondser, inwendiger. Het publiek beweegt door de ruimte. Kinderen gibberen, trekken hun ouder of grootouder mee. “Kijk, kijk!” roepen ze uitgelaten. De sculptuur die net nog met handen en voeten vastzat in beton, ligt nu op de rug in de ruimte, het beton blijkt schuim. Een nieuwe lichtstraal schijnt. Een strandganger ligt begraven onder een enorme kubus zand. Enkel de onderbenen en voeten steken uit. Dan komt een enorme plastic bal de zaal binnengerold die rumoer en ravage veroorzaakt. Als de bal tot stilstand komt, stapt er een meisje uit. Ze tilt haar plastic omhulsel op en neemt het mee.
Samen één
De groep van spelers is zo groot en divers dat het onmogelijk is te weten wie tot het publiek behoort en wie deel is van deze surreële wereld. Zo staat er plots een man in regenjas tussen ons in. Uit zijn mouwen stroomt zand langzaam de vloer op, waar het ophoopt als tijd die hem ontglipt. Hij kijkt met een zachte blik om zich heen. Zijn traagte, de schijnwerper op hem gericht, de wijzende kindervingers, "kijk, kijk! ", enkele mensen die een smartphone bovenhalen om foto’s van de man te maken... Het is alsof we niet samen naar een mens staan te kijken, alsof het over iets anders gaat. En dan is daar die aanwezigheid die alle performers bezielt, de zachte alertheid in de blik van de man. Hij is wakker. Hij is levend en wel. Kinderen strijken neer aan zijn voeten en spelen met het zand. Een van hen strekt een hand uit om het zand op te vangen. De man richt zijn mouw op de hand van het kind.
De foetus van eerder wiegt iets in haar armen. Het lijkt wel een stuk meteoriet, nog rokend van de val uit de ruimte. Het kind van net is nu moeder geworden. Ze neemt plaats bij de sculptuur waar ze aanvankelijk uitkroop en wacht rustig tot haar kind is uitgerookt.
Hun prachtige, bevreemdende silhouetten, met in de lucht boven onze hoofden een lichte lus als van een vraagteken: waaruit bestaan wij? Hoe hangen we aan elkaar?
Een van de sculpturen valt uit de toon. Twee doorschijnende outfits worden aan touwen neergelaten vanaf het plafond. Ze zijn gemaakt uit doorschijnend, glad plastic en gedetailleerd afgewerkt. Af en toe leunt een van de twee figuren op de andere en deinst de andere terug. Hoewel ook tot de verbeelding sprekend, komen de figuren uit een andere wereld en materie dan die waarmee we inmiddels vertrouwd zijn geraakt. Gezien de fragmentarische aard van de performance, waarbij elementen terugkeren zonder een eenduidig verhaal te vertellen, zorgt deze wisseling voor een versnipperde ervaring. Dat is jammer. Bovendien laten deze twee figuren ons niets zien dat niet elders op een mooiere manier wordt verteld.
Zoals bij de wezens uit papier-maché met hele lange nekken en hoofden als luciferkoppen. Ze mengen zich onder de menigte. Ze bewegen traag door de ruimte en kijken met ons mee. Ook zij dragen geen schoenen; een van hen heeft roodgelakte teennagels. Hun prachtige, bevreemdende silhouetten, met in de lucht boven onze hoofden een lichte lus als van een vraagteken: waaruit bestaan wij? Hoe hangen we aan elkaar?
De performers zijn tegelijkertijd persoon en sculptuur, mens en materiaal. Het is subliem gedaan.
Boonstra kiest ervoor om veelal met synthetische materialen te werken en zet die op zo’n manier in dat ze levend worden. De wezens die eruit ontstaan zijn beweeglijk, aanraakbaar, vervormbaar. De performers zijn tegelijkertijd persoon en sculptuur, mens en materiaal. Het is subliem gedaan. Een performance die de impact van de mens op de aarde wil belichten, waarbij veel met plastic wordt gewerkt, dreigt al snel illustratief te worden. Hier is dat allerminst het geval. Boonstra weet met ongelofelijke intimiteit taferelen neer te zetten die het leven benaderen doorheen materiaal en lichamelijkheid.
Tijdens deze performance is het een waar feest om levend wezen te zijn. Er zindert een tinteling door de ruimte. Je kan de plastic dieren aaien die zich als miereneters een weg door de ruimte banen. Je kan ze aaien tot ze op twee benen gaan staan en weer mens worden. En weer laat een lichtstraal je iets bijzonders zien. Je draait je om en vlak voor je staat een ouder koppel dat je met een oogverblindende zachtheid aankijkt. De ontspanning in hun gezichten is ontwapenend. Ze dragen stenen op hun hoofd.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz