the beach Sarah Vanhee / hetpaleis
Een prille exploratie van seks en intimiteit
Toen Sarah Vanhee voor een project samenwerkte met twee Brusselse middelbare scholen, stuitte ze toevallig op het onderwerp van haar nieuwe productie. Op haar open vraag “Over welk onderwerp wil je meer kennis?” was het antwoord unaniem: de jongeren misten naar eigen zeggen inzicht in intimiteit en seksualiteit. Dat werd de basis voor het opzet van ‘the beach’ (15+), dat begin november in première ging in hetpaleis. Wijzer word je er weliswaar niet meteen van want antwoorden krijg je niet. Meer vragen daarentegen wel.
Het antwoord van de jongeren wekt in de eerste instantie geen verbazing. Het hoort bij de tienerjaren dat vragen over seksualiteit en relaties de kop opsteken. Net terwijl ze onderhevig zijn aan grote veranderingen in hun hormoonhuishouding en lichaam beginnen jongeren actief hun eigen identiteit te onderzoeken in de relaties die ze aangaan,. Bovendien leren ze op school weinig over dit soort onderwerpen.
Het verwijt dat er te weinig aandacht uitgaat naar relaties, diversiteit, genot en consent in wat men tegenwoordig in het onderwijsveld ‘relationele en seksuele vorming’ (RSV) noemt, is evenwel niet nieuw. Het gaat er – vaak in de lessen biologie - nog steeds enkel over voorbehoedsmiddelen en anatomie. Recente aanpassingen aan de leerlijnen, die ingingen vanaf 1 september 2025, die meer ruimte zouden bieden om ook andere topics te behandelen, zijn uiteraard nog te nieuw om de effecten ervan te kunnen zien. Maar of scholen ook de moed zullen hebben om veranderingen door te voeren, is af te wachten…
Jongeren blijven aldus voorlopig nog achter met veel vragen over de beleving van seksualiteit en relaties. Typische vragen van jongeren zijn: “Doet een eerste keer seks hebben pijn?” of “Kunnen vrouwen ook ejaculeren?”. Dat soort vragen kwam voort uit de eerste fase van het maakproces van ‘the beach’. Sarah Vanhee werkte een half jaar lang met een groep jongeren aan teksten. Zij kregen schrijfopdrachten die vertrokken vanuit hun eigen vragen en creëerden zo het script van deze voorstelling. Dat script handelt over een groep jongeren die gedurende één dag en nacht bijeenkomen op een strand en ondertussen allerlei gedachten hebben over de intimiteit en seksualiteit.
Mooi en belangrijk daaraan is dat deze voorstelling niet enkel pretendeert een weergave te zijn van wat jongeren bezighoudt, maar dat ook werkelijk is. Het spreekt voor Vanhee en hetpaleis dat ze echt luisterden naar de vragen van jongeren en die ook serieus namen. De vormelijke vertaling daarvan lag dan wel in de handen van het artistieke team, maar de inhoud is door en door een jongerenzaak. Het doel lijkt om zoveel mogelijk adolescenten te betrekken bij deze productie.
Veiligheid als prioriteit
De veiligheid van de betrokken jongeren was daarbij een prioriteit. Om die reden wordt de voorstelling zeer goed omkaderd door verplichte workshops, die mee zijn vormgegeven door BAZZZ, een Berchemse organisatie met expertise in RSV. In die workshops wordt belangrijk werk verzet. De jongeren krijgen kijksleutels om deze voorstelling op een fijne manier te kunnen beleven. Ze worden ook uitgenodigd om mee te denken over de onderwerpen die tijdens het stuk de revue passeren.
Niet alleen werd ingezet op de veiligheid van het jongerenpubliek, maar ook op dat van de betrokken schrijvers en performers. De acteurs die op het podium staan zijn om die reden niet de jongeren die de teksten schreven. De spelers geven bijgevolg niet noodzakelijk gestalte aan hun eigen stem of opinies. De performers verpersoonlijken daarentegen zelfs verschillende stemmen. We are many is dan ook het motto van de maker. De bedoeling is om de diversiteit aan stemmen hoorbaar en zichtbaar te maken.
De scheiding tussen performer en schrijver/stem wordt aan het begin van de voorstelling helder meegegeven in de boventiteling die inherent deel uitmaakt van het scènebeeld. In ‘the beach’ doen de acteurs er immers het zwijgen toe. Ze vormen enkel het beeld op scène, terwijl andere jongeren hen in voice-over via de boxen een stem geven. Die teksten verschijnen ook in het Engels in de boventiteling. Het idee is dat de voice-over uiting geeft aan wat jongeren wel denken, maar niet hardop durven te zeggen. Het voelt aan als een logische vormelijke keuze, die zowel inhoudelijk gemotiveerd is als praktisch steekhoudt. Een gedragen tekstzegging van de jongeren zou mogelijkerwijs immers veel werk vereisen. Dat blijkt zelfs al uit de stemmen in voice-over.
Jongeren en hun seksuele fantasieën als onderwerp nemen van een voorstelling is echt gedurfd.
De audio is namelijk weinig dynamisch ingelezen en gemonteerd. Het zorgt ervoor dat ‘the beach’ bijna de volledige voorstelling lang in hetzelfde tempo ‘afspeelt’. De keuze voor voice-over brengt dus zijn eigen artistieke problemen met zich mee. Het principe ‘Show, don’t tell’, komt erg onder druk te staan. Te vaak hebben voice-over en scènebeeld een te gelijklopende inhoud.
In de eerste twintig minuten van de voorstelling bijvoorbeeld, komen de spelers één voor één op, nemen ze hun plaatsje in op het strand door hun handdoek uit te spreiden op het zand en hun weekendtas ergens neer te zetten. Vervolgens horen we van elk van hen waarover ze fantaseren. Een spot licht telkens die speler uit aan wie die fantasie ontspruit. Elk personage wordt dus op twee manieren ‘gepresenteerd’ aan het publiek: bij opkomst en door voice-over en spotlicht. Het heeft iets uitleggerigs en schools.
Tegelijkertijd weerspiegelt die eerste voice-over ook al de sterkte van ‘the beach’. Jongeren en hun seksuele fantasieën als onderwerp nemen van een voorstelling is echt gedurfd. De voorstelling maakt dan ook het meest indruk wanneer ze de verbeelding vooropzet en genot, plezier en fantasie omarmt. Wanneer ‘the beach’ voorbijgaat aan de anekdotiek, de presentatie en het schoolse realisme, wordt ze echt boeiend als theatervoorstelling.
De tentakels van de scenografie
De prikkelende scenografie van Théo Demans draagt daar al veel aan bij. Die evoceerde met textiel een rijk en suggestief beeld van een strand. In het midden achteraan lijken twee duinachtige vormen ook vaagweg op twee gespreide benen . Ook de scèneobjecten, gemaakt door kunstenaar Toztli Abril de Dio, zijn een schot in de roos. Zo is er de reuzeschelp waar één van de personages in verdwijnt terwijl die zich afvraagt of die niet aangetrokken is tot iemand die ‘raar’ is. Ondertussen zet die een muts op die een fantasie-zeewezen verbeeldt. Zo krijgt een fluïde onderwaterwezen vormt. Memorabel zijn ook de tentakels van een octopus die één personage omhullen in een fantasie waarin dat personage zich identificeert met een octopus. Deze vervreemdende elementen spreken het meest tot de verbeelding.
Met deze troef onderscheidt ‘the beach zich overigens van ‘Q&A’, een recente voorstelling van het Brusselse theatergezelschap TINT die inhoudelijk zeer verwant is met het opzet van Sarah Vanhee. Beide voorstellingen nemen de vragen van jongeren over seksualiteit en relaties immers als startpunt van het maakproces. Zowel in ‘the beach’ als in ‘Q&A’ gaat het erom die vragen zelf te koesteren (als gesloten kamers, zoals Rainer Maria Rilke ooit schreef). De vragen maken inherent deel uit van de voorstelling, en vormen er zelfs het fundament van.
Wat als je van al die verschillende tentakels aparte voorstellingen maakt die wel de diepte in gaan?
Die vragen gaan werkelijk alle kanten op: ze gaan over geaardheid, gender, grensoverschrijdend gedrag, seks,… Het gevolg is dat bijna alle onderwerpen kort worden aangestipt en aangeraakt, zonder dat het gesprek werkelijk kan plaatsvinden op de scène. Op die manier functioneren de beide voorstellingen vooral als ‘conversatiestarters’, een aperitief voor de echte maaltijd. Dat werk moet zeker gebeuren en gebeurt ook vast dankzij de stevige omkadering, maar ik ben ook wel benieuwd naar de volgende stap.
Wat als je van al die verschillende tentakels aparte voorstellingen maakt die wel de diepte in gaan? Vanhee komt met ‘the beach’ dus wel degelijk al zeer ver, zeker wanneer ze het aandurft om in beeld te brengen waar jongeren van genieten en opgewonden van raken. Dan wordt ‘the beach’ bijna een jeugdversie van ‘Peekaboo’ van theatermaker Maxime Dreesen, een maker die het plezier altijd op de eerste plaats zet.
Bij ‘the beach’ blijf ik achter met de vraag of er niet net te veel compromissen gemaakt zijn tijdens het creatieproces, of er niet al te veel rekening werd gehouden met de mogelijke gevoeligheden van het beoogde publiek, waardoor er ergens kansen op verdieping blijven liggen. Het is een vraag waarop ik het antwoord niet heb, maar ik wil ze toch stellen. Misschien leef ik dan, om het nog eens met Rilke te zeggen, “langzaam maar zeker zonder het te merken op een goede dag het antwoord in”.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz