Move on Tg STAN & Kloppend hert

Leven of dood? Bonobo of chimpansee?

‘Move on’ -een voorstelling van tg STAN en Kloppend Hert biedt een kaleidoskopisch beeld van de verwarrende werkelijkheid waarin we vandaag leven. Ieder in zijn bubble. Zouden we niet beter wat meer met elkaar praten? Het verleden laten voor wat het is, en verder gaan? Een superdiverse cast probeert het. Maar een theatrale vorm vinden voor dat gesprek blijkt moeilijker dan verwacht. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Move on
Pieter T’Jonck Kaaitheater, Brussel meer info
16 februari 2020

STAN en Kloppend Hert brachten een merkwaardig ensemble samen voor ‘Move on’. Er zijn enkele dansers bij, zoals de Braziliaan Gustavo Vieira en de Marokkaan Youness Khoukhou. De acteurs komen uit alle windstreken. Evgenia Brendes is van Russische origine, Olga Mouak is een Française, Btissame Bourrich een Belgische actrice en Atta Nasser een naar hier uitgeweken Palestijn.

Wat ze gemeen hebben is dat ze nog jong, of zelfs erg jong zijn. Maar hier staan ze samen op het podium met ‘oude rotten’ als Frank Vercruyssen en Jolente De Keersmaeker van STAN en Haider Al Timimi van Kloppend Hert. Die kennen ze van eerdere producties of omdat ze er les bij volgden.

Die superdiverse groep ging zonder een vooraf bepaald plan samen aan tafel zitten. Jolente De Keersmaeker zegt daarover in een interview met Michaël Bellon in BRUZZ: ‘Het stuk moest het resultaat worden van de verhalen van deze negen mensen. Wat zijn de connecties tussen onze persoonlijke trajecten, en wat hebben we gemeen in een maatschappij waarin alles uit elkaar wordt getrokken’. Maar ook: ‘We wilden wel Arabische literatuur op tafel’.

Het moet een bijzonder levendig, en vaak onthutsend gesprek geweest zijn, zeker voor de oudere leden van de cast. De Keersmaeker zegt het met zoveel woorden in datzelfde interview: ‘Ik ben ervan geschrokken hoe anders de realiteit van velen uit onze groep is’.

Daar gaat het inderdaad ook om in dit stuk. We beseffen allemaal wel dat ‘de toekomst’ er nu veel minder rooskleurig uitziet dan dertig jaar geleden, dat er veel angst, uitsluiting en conflict sluimert in de samenleving. Maar het is iets anders om daarover in de krant te lezen dan om het te horen van iemand waarmee je samen aan tafel zit. Zo’n gesprekken hakken er in.

De vraag is hoe je dat naar het podium kan vertalen. Het ensemble volgde daarin geen eenduidige strategie. Het begint met enkele losse scènes waarin de spelers op een associatieve manier de vragen aanstippen die tijdens het werkproces rezen. Nasser opent zo met een gedicht (vermoedelijk van de Egyptische auteur Alaa Al Aswani) die ‘het leven’ oproept om terug te keren in plaats van zich te verbergen.

Niet veel later heeft Brendes het over geluk. Hoe we er achteraan jagen. Hoe we voor anderen verbergen als het wat minder gaat, omdat het dan lijkt alsof je gefaald hebt. Hoe de jacht op geluk je zo ongelukkig maakt. De anderen voegen daar meer bedenkingen aan toe. Ze draaien rond de vraag wat mensen tot mensen maakt.

Waarom ze zo’n groot brein hebben bijvoorbeeld? De omvang ervan zou gerelateerd zijn aan de grootte van de sociale groep waarin een zoogdier leeft. Mensen leven in grote – vandaag zelfs onoverzichtelijk grote- groepen. Misschien dient dat brein dus niet om na te denken, maar gewoon om te achterhalen wat anderen in hun schild voeren?

Het gaat ook over het verschil tussen chimpansees en bonobo’s. Lange tijd werd gedacht dat de mens het dichtst bij de chimpansee stond, tot bleek dat we nog veel meer gemeen hadden met de bonobo. Maar zou dat wel kloppen, want bonobo’s staan erom bekend dat ze zorgzaam en liefdevol met elkaar omgaan, terwijl de chimpansees een kwaadaardig karakter hebben. Versta: welke kant willen we kiezen?

Al die bedenkingen hangen -op dat moment toch- nog als los zand aan elkaar. Een beetje zoals je inderdaad met vrienden aan tafel over de gang van zaken in de wereld spreekt. Je herkent alle hot issues van vandaag, maar erg diepgravend wordt het niet. Van groter belang zijn misschien wel de dansscènes tussendoor. Youness Khoukhou die stampvoetend op zijn sneakers een ritme aangeeft, Vieira die even voorbij flits in een glitterjurk -genderfluïditeit komt zo ook voorbij als thema- en tenslotte ook een groepsdans waarin tederheid en agressie door elkaar lopen. Frank Vercruyssen is daarbij vanaf dan de DJ van dienst, met een alweer superdiverse mix van muziekvormen, van barokopera over jazz tot hip hop. Zo leer je de performers wel kennen in al hun facetten.

Het is een lange aanloop naar wat de kern van de voorstelling blijkt te zijn. Plots vertelt Frank Vercruyssen badinerend hoe hij teriyaki zalm maakt. Een koud kunstje. Hij is dan ook een gelukzak, zoals zijn partner hem toevoegt. De scène krijgt meteen een vervolg, maar nu met De Keersmaeker en Nasser als Helen en Danny. Ze hebben iets te vieren. Tot Vieira, in de rol van Helens broer Liam, binnen komt met een T-shirt die onder het bloed zit en toch doet hij alsof er geen vuiltje aan de lucht is.

We zijn hier beland in een enscenering van ‘Orphans’, een stuk van de Brit Dennis Kelly uit 2009. Helen en haar man Danny vieren dat Helen pas zwanger is van hun tweede kind. Als Liam binnenkomt beweert hij dat het bloed op zijn T-shirt afkomstig is van een gewonde jongen die hij op straat aantrof. Maar hoe meer Danny en Helen hem op de rooster leggen, hoe meer het vermoeden rijst dat hij een haatmisdrijf pleegde tegen een moslim. Helen dwingt Danny daarop om het slachtoffer te intimideren, zodat hij niet naar de politie gaat. Het is voor haar ‘hen’ tegen ‘ons’. Danny kan daar uiteindelijk niet mee leven

Dat stuk wordt niet rechtlijnig gespeeld. Na enige tijd nemen andere spelers de rollen van Danny, Helen en Liam over. Tussendoor draagt Khoukhou een gedicht voor van Muhammad Al-Maghut, een oproep om een reusachtig dossier samen te stellen over alle onrecht in de wereld dat hij aan God wil voorleggen. Al vreest hij dat God een ongeletterde is. Olga Mouak ontdekt daarna het vreselijk toegetakelde slachtoffer van Liam.

Je ziet dit stuk over grootstedelijk geweld zo door de ogen van de verschillende leden van de cast. Ze voegen er nog meer verhalen van menselijke ellende en dood aan toe. Al Timimi heeft het over een baby die hij uit een vuilnisbelt redt. Mouak speculeert dat er in 1989 een atoomramp was. Die was zo catastrofaal dat mensen bleven doen alsof er niets aan de hand was terwijl ze allemaal dood waren.

Van de oorspronkelijke oproep aan het leven om terug te keren rest zo nog weinig. Het is al dood en verderf. De mensen lijken eerder chimpansees dan bonobo’s. Toch is dat niet de slotconclusie. Het stuk eindigt met een uitgesponnen, voorzichtig-innige dans waar allen aan deelnemen. Als om te zeggen dat we ondanks alles niet moeten opgeven. Contact moeten houden. ‘Move on’.

Helemaal overtuigen doet deze voorstelling niet. In vormelijk opzicht ligt dat aan minstens twee dingen. De dramaturgische spanningsboog die loopt van leven naar dood, met nog een sprankeltje hoop op het einde, is onduidelijk en slap. Dat komt, en dat is het tweede euvel, doordat er teveel en te ongelijksoortig materiaal tamelijk koud naast elkaar staat. Dat geldt zowel voor de speelstijl als voor het onwennige samengaan van dans en theater.  Je begrijpt het wel, maar het pakt je zelden. Daarbij komt een wat naïef geloof dat 'dans' een andere dimensie zou binnenbrengen, zou 'verder gaan waar woorden falen'. Dat is in de realiteit ongetwijfeld waar, maar daarom nog niet op een podium. Daar is het hard werken om de juiste expressie te vinden.

Zo komen we bij een ander heikel punt. Aan het vormelijke probleem van de voorstelling ligt een inhoudelijke paradox ten grondslag. Deze cast wilde een weerspiegeling bieden van hun gesprek over de eigen ervaringen. Na een lange aanloop kanaliseert het stuk van Dennis Kelly de rode draden van dat gesprek. Toch wordt dat stuk niet voluit gespeeld, maar dient het als een springplank om ieder lid van de cast toe te laten zich persoonlijk uit te spreken en te getuigen van de ontmoeting met de anderen. 

Dat is een intrinsiek hartverwarmend concept. Als toeschouwer is het echter moeilijk, zo niet onmogelijk om dat intieme gesprek na te volgen. Ook niet als ze lichamelijk toenadering zoeken in een al bij al wat onbeholpen choreografie. Het particuliere gesprek tussen de spelers wordt op een podium een abstract verslag. Om dat levend te krijgen had het materiaal sterker bewerkt moeten worden. Hadden er scherpere spelkeuzes moeten gemaakt worden. Dat gebeurde niet, of te weinig. Jammer, want er zitten ook erg mooie momenten in de voorstelling. De slotpassage van Olga Mouak, die zich bij nacht verschuilt in een park, is daar wellicht het beste voorbeeld van. 

Ondanks die grote gebreken is dit echter wel een belangwekkend stuk omwille van zijn ambitie om op het podium dingen zichtbaar en bespreekbaar te maken. Dat het niet meteen lukt moet je er maar bij nemen. To be coninued?