Theater

De kersentuin tg Stan

Zoveel stemmen, zoveel stemmingen

Met ‘De Kersentuin’ brengt Tg STAN een herneming van hun voorstelling uit 2015 van Anton Tsjechovs laatste toneelstuk. Meer dan een eeuw na de première blijft de vraag die door de kerselaren waait dezelfde: hoe verhoudt een mens zich tot verlies, verandering en de tijd die onverbiddelijk verder tikt? Tg STAN zoekt het antwoord niet in grote verklaringen, maar in een veelstemmig samenspel.

Uitgelicht door Emilie Pariel
De kersentuin
Emilie Pariel Toneelhuis, Bourlaschouwburg, Antwerpen
16 juni 2026

“Niet wenen, boerenventje. ‘t Gaat wel over voor ge trouwt,” zei de moeder van rijke koopman Lopachin toen hij klein was. Als boerenventje nooit trouwt, gaat het dan over? Worden de grillen van het leven ooit makkelijker te verdragen? En wat met de verstrijkende tijd, de lange jaren met de kerselaren? Lang kan hij er niet over nadenken, want daar steekt alweer iemand anders van wal. Waar de ene zich verliest in verdriet, staat de ander op met een grap, een ergernis, een verlangen of een persoonlijke waarheid.

Oude Firs (Stijn Van Opstal), de lakei die terugverlangt naar de tijd van het lijfeigenaarschap, neemt het publiek mee in het verhaal. Hij beschrijft de geluiden in het huis op de dag dat het adellijke gezin na vele omzwervingen weer thuiskomt. “Ik ga zitten,” zegt hij terwijl hij gaat zitten. “Moment van stilte.”

“Eén, twee, drie.”

Dan barst een salvo aan stemmen los en verschijnt het voltallige gezelschap in de “lieve, mooie, kleine kinderkamer”. De eigenares van het landhuis, Ljoebov, is buiten zinnen van vreugde om weer thuis te zijn en om haar kersentuin te zien door de hoge ramen. Ze keert na vijf jaar terug uit Parijs, waar ze met haar minnaar heenging nadat haar huwelijk sneuvelde en haar zoontje verdronk op het landgoed. In de twee uren die volgen, zoent ze ieder familielid uitvoerig op de mond en schrikt van die vertrouwde gezichten. “Je bent oud en lelijk geworden,” schreeuwt ze.

De verstrijkende tijd brengt een genadeloos lot met zich mee: het geld is op, de familie is bankroet.    

De verstrijkende tijd brengt een genadeloos lot met zich mee: het geld is op, de familie is bankroet. Veertig jaar geleden bracht de tuin nog rijkdom voort. Bovendien heeft de vrouwe des huizes een gat in haar hand. Haar minnaar joeg in Parijs al haar geld erdoor en verliet haar. Nu stuurt hij haar brieven waarin hij haar smeekt terug te komen. Ze houdt van deze man die haar naar de diepte trok en scheurt als daad van liefde zijn brieven in duizend stukken.

Jolente De Keersmaeker toont een Ljoebov die heen en weer slingert tussen buien van uitbundigheid en van neerslachtigheid over alle verlies. Ze geeft ze evenveel gewicht: haar Ljoebov verdrinkt niet in zwaarmoedigheid, maar lost ook niet op in aanstellerige affectiviteit. In iedere staat van zijn is De Keersmaekers Ljoebov geloofwaardig, hoe snel haar stemmingen elkaar ook afwisselen. Hetzelfde valt over de andere spelers te zeggen. Ze zetten een stuk neer vol humor en hartzeer, waarin het ene het andere geen moment belemmert.

Een huis vol stemmen

De grote ramen die de kamer omlijsten, suggereren voorbij wat getoond en gezegd wordt ook het verborgene, dat wat niet gezegd wordt. Dat bevindt zich aan de andere kant van de jaloezieën. De zorgvuldige enscènering veruitwendigt zo de innerlijke strubbelingen van de personages. Ze lopen heen en weer met stoelen en tafels. Het zijn harde oppervlakken. Even kunnen ze gaan zitten, maar echt neerkomen en rusten zit er niet in. Ze staan altijd aan. Zelfs Ljoebovs vrolijke dochter Anja, die vol hoop zit voor de toekomst, is al dagen wakker. Het decor is evenwel niet sober. Achter de ramen gaan rode lichten aan en breekt een dansfeest los. Een schitterende Evgenia Brendes danst als Varja de machteloosheid van haar onbeantwoorde liefde voor Lopachin weg in steeds compulsievere bewegingen. De gouvernante Charlotta (Minke Kruyver) brengt met haar goocheltrucs letterlijk vuur mee. Het beeld van Charlotta die, los van de anderen, aan kleurrijke heliumballonnen door de achtergrond zweeft, komt recht uit een droom.

Een gevoelige constellatie: verhalen over de ondoorgrondelijkheid van leven en dood in een komedie.

Het is een gevoelige constellatie: over de ondoorgrondelijkheid van leven en dood verhalen in een komedie. Tg STAN hoedt zich ervoor van Ljoebov een tragische figuur te maken en blijft zo trouw aan Tsjechovs idee van ‘De Kersentuin’ als komisch stuk. “Heerlijk spelen op de mandoline,” zegt Semjon de onhandige boekhouder, tokkelend op een gitaar. “Er is een filosoof die mensen adviseert van het dak te springen,” zegt Boris de arme grootgrondbezitter. De personages vallen continu door de mand. Het is onmogelijk je niet te hechten aan deze uitgelaten, goedlachse, gepijnigde en soms een beetje belachelijke bende.

Ook in de dialogen weet Tg STAN Tsjechov op een gevoelige manier te interpreteren. Zo bewonderen de personages het huis door de dingen simpelweg aan te duiden: “De ramen! De muren! De tuin!” Meer woorden hebben ze niet nodig. Al dat gepraat is stom en overbodig, herhalen ze. Voor iedere zin die ze zeggen, zeggen ze een heleboel niet. Een boodschap overbrengen in de witregels, het is een kunst. De acteurs zijn eveneens spaarzaam in het geven van context en het aankondigen van gebeurtenissen. Een enkele goedgeplaatste zin is voldoende. Het publiek krijgt daardoor het vertrouwen om zelf signalen op te pikken en heeft de ruimte om dingen gewoon langs zich heen te laten gaan.

Niet wenen, niet wenen, niet wenen

“Dat leunende boompje […] lijkt op een vrouw.” Ljoebov kijkt uit het raam naar de kersentuin en deinst achteruit, ze denkt haar overleden moeder te zien lopen. Al snel zijn de anderen er om haar tot bedaren te brengen. “Niet wenen” wordt tot in den treure herhaald. Zo worden intense gevoelens de kop ingedrukt, maar er gebeurt ook iets anders: in hun meerstemmigheid en tegenstrijdigheden, herinneren de personages elkaar eraan dat er altijd andere houdingen tot het leven en tot verlies mogelijk zijn en dat zelfs grote, ondragelijke gevoelens niet zelden van gedaante veranderen.

Simpele conclusies bestaan niet in de complexe wereld die Tg STAN schept.

Zo is niets in ‘De Kersentuin’ eenduidig: het intellectualistische relaas van de eeuwige student Trofimov (Lukas De Wolf) over het morele verval van de rijken en het belang van hard werken, zou het thema van de voorstelling kunnen worden, maar dat wordt het niet. In een vlakkere vertolking zou de verklaring daarvoor zo eenvoudig zijn als: Trofimov werkt niet, dus hij heeft geen recht van spreken. Simpele conclusies bestaan niet in de complexe wereld die Tg STAN schept. Steeds zijn daar de andere personages om tegengewicht te bieden.

De zakenman Lopachin, die wél hard werkt, is ook degene die de kersentuin wil omhakken om er winstgevende zomerhuizen te bouwen. Waar Trofimov zichzelf boven de liefde plaatst, wijst Ljoebov hem erop dat hij zichzelf iets wijsmaakt, dat hij niet weet wat leven is tot hij weet wat het is om lief te hebben. En dan is daar de goochelende gouvernante Charlotta, die niets heeft met de conventies van de anderen, met hun kwaaltjes en hun hebbelijkheden. Haar eigenzinnigheid plaatst haar buiten de drukte van de anderen, maar ze voelt zich alleen.

De kersentuin wordt omgehakt, boerenventje trouwt niet, Ljoebov keert terug naar de liefde die haar de dieperik in sleurt, dochter Anja gaat studeren, de oude Firs blijft achter op het landgoed. Dit alles gebeurt, de tijd gaat voorbij, er valt niets aan te doen. Welk gevoel overheerst? Welke levenshouding biedt verlossing? ‘De Kersentuin’ suggereert niets en neemt het publiek daardoor, hoewel met veel spelplezier opgevoerd, doodserieus. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz