Muziektheater

Siddhartha Lisaboa Houbrechts / Herman Hesse / Caroline Shaw / Koor van de Letse Radio

Hesse volgens Houbrechts

De Ruhtriennale gaf Lisaboa Houbrechts de grootste middelen om het boek ‘Siddhartha’ (1922) van Nobelprijswinnaar Herman Hesse te vertalen naar een muziektheaterproductie. Het boek weerspiegelt Hesses interpretatie van Oosterse spiritualiteit. Het gevaar is dan niet denkbeeldig dat zo’n superproductie eindigt in pseudo-mystiek gezwijmel. Houbrechts trapt echter niet in die val. Haar Siddhartha verbindt de wereld van Hesse met haar eigen werkelijkheid op een verrassend authentieke manier. 

Siddhartha
Pieter T’Jonck Maschinenhalle Zweckel, Gladbeck, DE, in het kader van de Ruhrtriennale
14 september 2026

Hesses ‘Siddhartha’ was, net als ‘Steppenwolf’ (waar een rockband zijn naam aan ontleende) zo’n boek dat je moest gelezen hebben in de lange jaren 1960. Het werd, decennia na publicatie, immens populair als gids naar een ander, verlicht bestaan. Ik las het als tiener, gloeiend van nieuwsgierigheid naar dat grote inzicht. Dat bleek ijdele hoop (in de dubbele betekenis van het woord): het verhaal is snel verteld, maar Hesse doorspekt dat met inzichten die allerminst als hapklare adviezen te consumeren zijn. Zo herinner ik het me toch.

Het boek vertelt hoe Siddhartha afstand doet van de voorname rol die hij in zijn gemeenschap van Brahmanen krijgt om zijn eigen waarheid en verlichting te zoeken. Hij leeft eerst als een bedelmonnik en volgeling van de Buddha, maar ook dat schenkt hem geen voldoening. Hij trekt dan naar de stad waar hij door zijn geliefde Kamala het genot van seks en geld ontdekt. Ook die verdrijven de innerlijke leegte niet. Verlichting vindt hij pas bij een veerman die eindeloos, zonder zich te beklagen of te bevragen, mensen overzet van de ene oever naar de andere.

Vrouw of man? Who cares?

Houbrechts volgt dat verhaal in grote lijnen, maar voegt er haar eigen levenservaring, met name met haar interseksualiteit aan toe. Ze is geboren als één van die mensen die niet passen binnen het harde onderscheid tussen man en vrouw. Haar ‘Siddhartha’ wordt zo, meer nog dan bij Hesse, een verhaal over ambiguïteit en twijfel. Wie ben je dan eigenlijk? Waarop word je aangekeken? Hoe vind je toch jezelf? Of lukt dat maar als je jezelf vergeet? Haar Siddhartha zweeft daarom tussen man en vrouw, al ligt de nadruk op de vrouwelijke kant. Ook andere belangrijke personages, zoals de Buddha, vertolkt door de Indische zangeres en accordeoniste Ustadma Zila Khan, worden hier als vrouw voorgesteld.

Houbrechts vond voor de rol van Siddhartha de ideale vertolker in Meskerem Mees. Zoals ze hier verschijnt in een strak pakje met stoere laarzen of later ronddwaalt in een boxershort en ‘marcelleke’, is ze niet duidelijk man of vrouw, ondanks haar prachtige sopraanstem én ongewoon soepel lijf. Net zo androgyn is Samuel Mariño, een Venezolaanse zanger met een ongewoon hoge stem, een zuivere sopraan. Hij speelt hier Góvinda, de beste vriend en metgezel van Siddhartha in het verhaal van Hesse.

Houbrechts vertelt de spirituele zoektocht van haar Siddhartha vooral aan de hand van zang, dans en beweging. Lichaamstaal dus.

Houbrechts maakt aan het verhaal nog veel minder woorden vuil dan Hesse destijds. Ze vertelt de spirituele zoektocht van haar Siddhartha vooral aan de hand van zang, dans en beweging. Lichaamstaal dus. Betoverende muziek van Caroline Shaw ondersteunt die, in een prachtvertolking door het koor van de Letse Radio en solisten als Mees, Mariño,Khan, Claron Mc Fadden en Casper Clausen (de frontman van de band Efterklang). Clausen en Brecht Beuselinck voegen daar een spaarzame, maar sfeerrijke soundscape aan toe.

Ook de locatie op de Ruhtriennale zet Houbrechts subtiel maar krachtig in. De eindeloos lange en hoge historische machinehal van de koolmijn van Gladbeck is een cadeau op zich. De speelvloer op de eerste etage, onder een hoog spantendak, is wel vijftig meter lang. Ze kijkt met grote ramen en een bordes uit op een park van ruwe grassen. Houbrechts stelde de tribune niet dwars op, zoals gebruikelijk, maar in de lengte. Zo zwiept je blik voortdurend van links naar rechts mee met de eindeloze reis van Siddhartha van de ene zijde van de speelvloer naar de andere.

De scenografie van Sammy Van den Heuvel begrenst die speelvloer aan de uiteinden met een symbolisch geladen constructie. Links staat een trap met steeds hogere en smallere treden tot ze meters boven de vloer bijna onbegaanbaar wordt. Rechts glooit een enorme vloer steeds steiler omhoog om dan achter de einder te verdwijnen. Tussen beide in ligt een speelveld dat nog steeds groter is dan dat van een forse schouwburg. Twee werelden met een niemandsland tussenin.

Idolatrie

Het leidt tot treffende scènes. Het begint als het koor Mees, de uitverkorene van de Brahmanen, in priesterlijke gewaden - prachtige kostuums van Oumar Dicko - de trappen op leidt, tot een hoogte waar ze geen kant meer uit kan. Kaspars Putniņš laat zijn koor zinderen op de atonale compositie van Shaw terwijl Mees hulpeloos toekijkt. In processie begeleidt het koor haar dan naar het midden waar de zangers-Brahmanen bewonderend om de kleine, frêle vrouw draaien. Het is een krachtig beeld van de verwarring die Siddhartha overvalt bij zoveel eerbetoon: wie is zij om dat te dragen of zelfs maar te aanvaarden? Maar ook: wat willen die Brahmanen van haar als ze zelf toch al zo heilig en verlicht zijn? Waarom bidt haar vader nog elke dag als hij toch de ‘Atman’ bezit? Wat die ‘Atman’ is weet ik niet, maar met enige verbeelding besef je dat dit tafereel toont hoe mensen steeds weer hun verlangens projecteren op het eerste, het beste idool: verlossing zonder kosten.

Bijzonder is hoe overtuigend dit koor mee het verhaal belichaamt. De koorleden glijden daarom nog niet, zoals Mees dat voortdurend doet, soepel van de ene dansfiguur en bewegingsstijl in de andere, maar Houbrechts geeft ze toch vleugels door precieze opdrachten die ze overtuigend kunnen neerzetten.

De Buddha blijkt een goedlachs personage dat zich vrolijk maakt over de adoratie die haar ten deel valt.

Interseksualiteit komt, als thema, volop naar boven in de volgende scène. Siddhartha vraagt haar moeder (een rol van Claron Mc Fadden) de toestemming om haar eigen weg te zoeken. Spectaculair is hoe het koor daarna als bedelmonniken of Samanas terugkeert vanuit het park voor het gebouw. De muzikale taal wijzigt hier dramatisch: ze is nu gebaseerd op heftige ademstoten die stilaan tot een litanie samenklonteren. Mariño en Clausen nemen het nu op voor de uitgeputte Siddhartha. Ook Buddha, de leermeester van de Samana, maakt hier haar opwachting. Anders dan je zou verwachten blijkt zij een goedlachs personage dat zich vrolijk maakt over de adoratie die haar ten deel valt. Op haar manier lijkt ze zo op Siddhartha: ze wantrouwt de puriteinse idolatrie van haar volgelingen. Dat ze zelf maar hun eigen waarheid ontdekken, denkt ze. Houbrechts is in die keuze daar trouw aan Hesse, want ook die had een hekel aan idolatrie die niet gegrond is in eigen ervaring.

Verlichting en schoonheid

Al die tijd is zweeft de Indische danseres Shantala Shivalingappa over het podium als een geest, een engelbewaarder of misschien wel een voorafbeelding van Siddhartha’s verlichting. Ze verdwijnt even als Mees haar strakke jasje verruilt voor een bomber jack en een jeansbroek en zich in het woelige stadsleven stort. Dat situeert zich op de helling rechts van de scène. In een uitgesponnen duet met Kamala (Milěna Miěkěviča) komt interseksualiteit terug, en zeer dramatisch, bovendrijven. Siddhartha kan Kamala daardoor, anders dan in het boek, geen kind schenken. De soundtrack biedt hier een verrassing van formaat: plots herken je in de smartelijke koorzang ‘Lay all your love on me’ van Abba.

Siddhartha vlucht daarop terug naar de steile trappen en pleegt – symbolisch – zelfmoord door achterover van de hoogste treden te vallen, ondanks wanhopige reddingspogingen van Kamala. Na dat dieptepunt van ellende volgt echter – het is een soort sprookje merk je nu – de verrijzenis.

Siddhartha beseft, in de voetsporen van Nietzsche, dat je je moet overgeven aan de ervaringen die het leven biedt.

Shivalingappa bepaalt de laatste ‘statie’ van dit sprookje, als de veerman die op een reuzenwiel (een rad van Fortuin?) eindeloos heen en weer pendelt tussen de twee kanten van het speelveld. Of dus, zo je wil, tussen de heilige sfeer van de Brahmanen en de verdorven stad. Net als Hesse weifelt het libretto tussen cryptische, soms wat ‘verdachte’ gedachten (Je moet niet te veel denken is er zo één) en een evocatie van de uiteindelijke verlossing. Eind goed, al goed. Siddhartha beseft, in de voetsporen van Nietzsche, dat je je moet overgeven aan de ervaringen die het leven biedt. De pijl en de boog van de liefde staan daarvoor hier model.

In dat einde is Houbrechts mij even kwijt: het lijkt me een al te lichte versie van de Nietzscheaanse tragiek om geloofwaardig te blijven. Toch stoort het me niet werkelijk. ‘Siddhartha’ zet de grootst mogelijke middelen in voor een op het eerste gezicht wat simpel verhaal van bevrijding en verlossing. Dat doet bij mij doorgaans alle rode lichten branden. Maar deze keer niet. De voorstelling eindigt immers niet als een doortimmerd verhaal, maar eindigt gewoon, met beelden die kunnen doorgaan als een boodschap, maar dat eigenlijk niet zijn. Helemaal op het einde mengt de Buddha zich immers weer met het verhaal om het op losse schroeven te zetten. Dit is niet ‘waar’, maar enkel een waarachtige poging om tot waarheid (of toch tot iets dat erop lijkt) te komen. Dat voelt authentiek aan. De vele treffende beelden in de voorstelling bevestigen dat ook. We zwalken allemaal richting de waarheid, maar we arriveren zelden, of nooit.

Ik nam nog iets anders mee van deze voorstelling. Het gaat Houbrechts niet alleen om waarheid of verlichting, het gaat haar ook om de schoonheid van de mensen op het podium, van de zang en de dans. Ze toont die in de vele nuances van het leven die buiten harde grenzen en overtuigingen vallen. Haar waarheid is die schoonheid. Die brengt ze overtuigend over.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz