Muziektheater

Emily – No Prisoner Be Emily Dickinson / Kevin Puts / Joyce DiDonato / Time for three

Zang als verzet in donkere tijden

Anders dan Amerikanen hebben wellicht weinig Europeanen een bundel gedichten van Emily Dickinson (1830-1886) in hun boekenkast, laat staan dat er één op hun nachtkastje ligt. Ik alvast niet. Dat is best jammer, zo blijkt uit ‘Emily – No Prisoner Be’ van Kevin Puts, Joyce DiDonato en het strijktrio Time for three. Zoals zij die gedichten op muziek zetten dompelen ze je meteen onder in Dickinsons merkwaardige taal, denk- en gevoelswereld. De wat overdreven nadruk op politieke en maatschappelijke vrijheid moet je er – gegeven de staat van de VS – maar bij nemen. 

Emily – No Prisoner Be
Pieter T’Jonck Jahrhunderthalle, Bochum, in het kader van Ruhrtriennale 2026
16 september 2026

Emily Dickinson kwam voort uit een familie met Engels-puriteinse calvinistische roots: een echte WASP (White Anglo-Saxon Protestant). Erg devoot was ze desondanks niet. Dankzij haar vader kreeg ze een ongewoon brede intellectuele opvoeding voor een vrouw van die tijd. Ze kende zowel de literatuur van toen als Shakespeare op haar duimpje. Ze ontwikkelde zich daarnaast tot een fervent botanist en natuurliefhebber. Ze was vooral ook een eigenzinnige eenzaat. Na haar dertigste had ze haast geen direct contact meer met haar omgeving. In ruil onderhield ze een geestdriftige, uitgebreide briefwisseling met familie en vrienden én met toonaangevende literaire figuren in de VS.

En dan is er ook nog de mysterieuze relatie met Susan Gilbert, de vrouw van haar broer Austin, en een latere relatie met Otis Philip Lord. We weten er weinig van omdat haar jongere zus Lavinia op Emily’s verzoek het gros van haar correspondentie verbrandde na haar dood. Haar gedichten, meer dan 1800 stuks, grotendeels geschreven tussen haar dertigste en vijfendertigste, bleven wel bewaard. Bij leven werden er daar maar een tiental van gepubliceerd, en een wetenschappelijke uitgave liet op zich wachten tot 1955 door gekibbel tussen haar nazaten.

Eigenzinnig

Wat er ook van zij, ik ontdek op deze avond wel dat Dickinsons omgang met taal toen, maar ook nu nog, zeer eigenzinnig is. De vrijheden die ze zich permitteert in woordassociaties, interpunctie, ritme, rijm en zinsbouw om op suggestieve wijze gedachten en beelden op te roepen blijft opmerkelijk. Zo opmerkelijk zelfs dat Aaron Copland, één boegbeeld van de hedendaagse muziek in de 20e eeuw in de VS, al in 1950 twaalf van die gedichten op muziek zette in een compositie voor stem en piano.

Componist Kevin Puts (°1972) wilde een paar jaar geleden hetzelfde doen, maar dan, volgens het programma, met een rock’n roll attitude van ‘alles kan en alles mag’. Hij had meteen Time for three voor ogen als uitvoerders. Een ongewoon ensemble met uitsluitend strijkers: een contrabas (Ranaan Meyer), viool en altviool (Nicolas Kendall) en viool (Charles Yang). Ze doen me denken aan het Kronos Quartet: ze laveren even ongegeneerd en con brio tussen rock, jazz en hoogtepunten van de klassieke muziek. Bijzonder is wel dat ze ook geregeld zelf zingen, al is geen van de drie leden daartoe opgeleid. DiDonato, die eerder al Coplands ‘Twelve poems’ vertolkte, was een even evidente partner.

Het mooie van de samenwerking tussen Puts, DiDonato en Time for Three is dat het initiatief van de muzikanten en de componist zelf kwam. 

Het mooie van die samenwerking is dat het initiatief van de muzikanten en de componist zelf kwam: ze begonnen er op eigen houtje aan, ver weg van de bewoonde wereld, zonder producent. Dat is toch wat DiDonato beweert na afloop van de voorstelling. Of dat helemaal waar is betwijfel ik wel, want de voorstelling op de Ruhrtriennale is, qua scenografie en kostuums opvallend onopvallend state of the art. Midden op het podium staat een ouderwets bureautje, omringd door slanke pilaren met LED licht die sprekend lijken op kaarsen. Op blote voeten, in een smetteloos wit kleed met hooggesloten kraag – een verwijzing naar Dickinsons geliefde kledij - blaast DiDonato die uit’, één na één.

Daarop zet Kendall in met krijsende snaren de voorstelling in. Het eerste gedicht zet meteen de toon. They shut me up in Prose–
As when a little Girl
They put me in the Closet–
Because they liked me "still–

Still! Could themself have peeped–
And seen my Brain – go round–
They might as wise have lodged a Bird
For Treason– in the Pound –

Himself has but to will

And easy as a Star

Look down opon Captivity -

And laugh - No more have I -

Iedereen een ster

DiDonato is uiteraard de ster van de avond. Ze zuigt alle aandacht naar zich toe, en legt door haar expressieve mimiek en gestiek ook expliciet contact met het publiek, vooral dat op de eerste rijen. Een heel ander personage dan Dickinson dus – en maar goed ook: wat zou je hebben aan een zangeres die zich voortdurend verstopt achter het gaasdoek achter het podium?

Ze is tegelijk ook heel genereus naar de muzikanten van Time for three. Ze zet zich al eens neer op de grond om met de toehoorders in de zaal mee te luisteren naar de muziek en naar de zang van Charles Yang. Die is, uiteraard, veel minder virtuoos dan die van DiDonato maar brengt zo wel een zekere kwetsbaarheid en tederheid binnen in het verhaal, vaak net op die momenten waarop componist Puts strijkersgeweld verruilt voor meer lyrische, soms zelfs ronduit romantische passages. Die momenten vormen een mooie aanvulling bij de krachtige uithalen van de zangeres en de soms wat overladen lichtshow.

Een gedicht van honderdvijftig jaar oud groeit uit tot een instant anthem voor een werkelijk vrije samenleving.     

De voorstelling eindigt met een verrassend moment: de muzikanten leggen hun instrumenten terzijde om samen met DiDonato een lied in sourdine te vertolken. Het is stilte voor de storm, want meteen daarna volgt het meeslepende ‘No prisoner be’, met de catchline “No prisoner be / where Liberty Himself / abides with Thee.” De woorden lijken de muzikanten uit het hart gegrepen: de politieke boodschap over de Verenigde Staten vandaag is niet te missen. Voor wie dan toch niet zou opgelet hebben: na het applaus herneemt DiDonato de song, maar moedigt het publiek aan om mee te zingen. Ze leert ons de melodie aan, regel per regel, en eens iedereen die onder de knie heeft groeit een gedicht van honderdvijftig jaar oud zo uit tot een instant anthem voor een werkelijk vrije samenleving dat door de hele zaal uit volle borst wordt meegezongen. Het klinkt misschien wat pathetisch, maar het werkt. Het bewijst dat muziek en samenzang nog altijd een sterke kracht zijn als het op verzet in donkere tijden aankomt. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven