Excuses voor het ongemak *VANWEGE
Boertig burlesk
Met ‘Excuses voor het ongemak’ zet gezelschap *VANWEGE zich meteen op de kaart als een ploeg met lef en branie. Het gezelschap belooft de volwassenen in de zaal een 'ongemakkelijke' avond te bezorgen. De opzet: net dát voor het voetlicht plaatsen waar de volwassen mens liever van wegkijkt. Alles wat wij ‘vies’ vinden, mag in ‘Excuses voor het ongemak’ in de spotlight staan. Een pikant en prikkelend uitgangspunt, met, zo blijkt, ook enkele valkuilen.
*VANWEGE is een voorlopige samenwerking tussen Nicolas Delalieux, Annelore Crollet en Nathalie Goossens, aangevuld met Jeroen Stevens, Lucas van Haesbroeck en Tina Schott. De kern wordt gevormd door Delalieux, Crollet en Goossens. Per project scharen zij, naargelang de noden, telkens een ander artistiek team om zich heen. Het initiatief ontsproot aan de behoefte van het artistieke trio om een jeugdtheatervoorstelling te maken. ‘Excuses voor het ongemak’ richt zich tot kinderen vanaf vier jaar en hun families. Onder de ouderlijke vleugels van onder andere productiehuis Ouroboros kon dit ei vol uitgebroed worden.
Niet zo lang geleden ontfermde datzelfde productiehuis zich ook over de jongste vrucht van theatermaker en actrice Goele Denil. Van haar hand is de familievoorstelling ‘Woest’, waarin de onderdrukte emotie woede tot onderwerp wordt verheven. Interessant is de gedeelde fascinatie van deze makers voor zaken die eigenlijk het daglicht niet mogen zien. Door ze in het theater wél zichtbaar te maken, wordt het theater een plek waar taboes sneuvelen. Een bevrijdende insteek. De invloed van wegbereider Theater Artemis (Jetse Batelaan) op het Vlaamse jeugdtheaterlandschap is onmiskenbaar. Theatermakers zetten hun medium in om de overtuigingen en gewoonten die volwassenen opleggen in vraag te stellen, en profileren zich op theatrale wijze als bondgenoot van het kind, dat zich evengoed kritische vragen stelt bij die vreemde conventies. Zo wordt theater een vrijplaats om conventies op de helling te zetten. Het uitgangspunt van ‘Excuses voor het ongemak’ alleen al verraadt het lef van deze nieuwe theaterploeg, en de inhoudelijke noodzaak van deze voorstelling.
‘Excuses voor het ongemak’ is vormgegeven als een burleske show waarin onder meer stront(vliegen) en snottebellen een hoofdrol opeisen.
In ‘Excuses voor het ongemak’ betreden net die lichamelijke ongemakken die mensen doorgaans zo snel mogelijk wegmoffelen, de scène. En dat ‘de scène betreden’ wordt letterlijk genomen: één voor één komen ze uit de coulissen om de spotlight op te eisen. ‘Excuses voor het ongemak’ is dan ook vormgegeven als een burleske show met uiteenlopende komische acts, waarin onder meer stront(vliegen) en snottebellen een hoofdrol opeisen. Links op de scène troont muzikant Jeroen Stevens, bloemblaadjes rond zijn hoofd, in zijn muzikale decor. Hij en zijn muziek zijn minstens zozeer hoofdpersonage als de rest.
Een shitshow
Het kaderverhaal van ‘Excuses voor het ongemak’ is een compleet uit de hand gelopen pianoconcert. Zodra de poetsman van dienst (Nicolas Delalieux) de scène blinkend en speelklaar heeft gemaakt, verschijnt de chic geklede pianiste (Annelore Crollet) ten tonele. Ze stapt van achter het mobiele achterdoek, dat aanvankelijk is vormgegeven als het achterdoek van een theater. Een buiging, en ze neemt gehurkt plaats aan een piepklein pianootje, zowat in het midden van de scène. Net wanneer ze de toetsen wil aanslaan, klinkt het irritante gezoem van een vlieg. Het gezoem windt haar zichtbaar op, en voor ze aan haar concert kan beginnen, wil ze eerst dat beest een kopje kleiner maken.
De aanklampende bromvlieg die een mens tot waanzin drijft, is op zich een komisch cliché, maar wat er dan volgt, verrast. Door zich zo hard in te spannen om de vlieg dood te meppen, kakt de pianiste per ongeluk op de grond. Wanneer de kinderen in de zaal dat zien, joelen ze voor het eerst van afschuw, en hun ouders evengoed. Dat zal niet de laatste keer zijn. Ongemak verzekerd. Beschaamd vlucht de pianiste terug de coulissen in, haar drol achterlatend… in de spotlight.
Het voelt alsof het doelpubliek overschat wordt. Of het de kinderen zelf deert, is natuurlijk een andere kwestie.
Vanaf dat moment wordt het publiek meegesleurd in een reeks schaalwissels. In de volgende ‘act’ wordt ingezoomd op de drol: een gigantische versie valt uit de lucht, precies op de plek waar de kleine lag. Die perspectiefwissel wordt nog eens extra benadrukt doordat de kleine microfoon die eerst op de piano stond, wordt ingeruild voor een exemplaar van formaat. Ook de vlieg, tot dan toe enkel hoorbaar, duikt plots op vanuit de coulissen (vertolkt door Crollet). Toch blijkt die inzoombeweging voor sommige kinderen behoorlijk abstract. Overal om mij heen hoor ik ouders uitleg geven bij de schaalverandering. Ook dat zal niet de laatste keer zijn. Het is jammer dat die extra uitleg nodig is. Het voelt alsof het doelpubliek overschat wordt. Of het de kinderen zelf deert, is natuurlijk een andere kwestie.
Hoe dan ook, de burleske show draait onverminderd door, nu met de vrouwtjesvlieg in de hoofdrol. Terwijl ze vrolijk staat te zoemen, ontdekt ze dat de grote microfoon haar stem versterkt. Meteen zoemt ze een tikje zangeriger. Ze nestelt zich op de grote drol, waaraan ze af en toe likt, en trekt zo de aandacht van een mannetjesvlieg (Delalieux), die haar verleidt en stevig vastpakt. Samen rollebollen ze door de stront. Zodra hij zijn ding heeft gedaan, blijft zij achter. Al snel beseft ze dat hun avontuurtje niet onschuldig was: ze is zwanger! Uit een heuptasje laat de vrouwtjesvlieg een stroom pingpongballetjes ontsnappen, haar eitjes. Maar voor ze daarvan bekomen is, staat de poetsman alweer achter haar, gewapend met een gigantische vliegenmepper. Het schouwspel glijdt af naar nóg een komische gemeenplaats: het kat-en-muisspel. Ook nu weet *VANWEGE die moeiteloos naar zijn hand te zetten. De underdog wint niet, maar wordt zonder pardon doodgemept. Exit vlieg. Enter: de volgende schaalwissel.
Balorig publiek
Die schaalwissel vertrekt bij de poetsman, die zo hard niest dat hij helemaal onder het groene, kleverige slijm komt te zitten. Zodra hij in de coulissen verdwijnt, verschijnen er twee levensgrote, dansende snottebellen. Ze brengen een knap ingestudeerd, synchroon tapdansje, dat uitmondt in een interactief momentje: de ene snottebel zingt iets voor, en de kinderen moeten het nazingen in de grote microfoon die de andere snottebel het publiek voorhoudt. Het is een van de weinige momenten waarop ‘Excuses voor het ongemak’ het jonge publiek echt aan het woord laat. De voorstelling werkt namelijk met weinig tot geen woorden. Op stille momenten hoor je kinderen in de zaal dingen roepen, maar de spelers gaan daar niet op in. Een geldige keuze, maar het onderwerp van de voorstelling maakt het publiek zo gretig om te reageren, dat het er bijna balorig van wordt. Kiezen de makers ervoor om die inbreng niet in te bouwen, uit angst dat het helemaal zou escaleren? Of is het omdat kinderen nu eenmaal vaak niet gehoord worden door volwassenen?
Het is een genot om spelers te zien die zich zo lelijk en vies durven te tonen.
Wanneer alle vieze lichamelijke smurrie de revue is gepasseerd, heb ik vooral veel gelachen. Door de grappige gemeenplaatsen onverwacht te doorbreken, slaan de makers de nagel op de kop. Crollet en Delalieux, die zich volop in het schmieren gooien, genieten zelf ook zichtbaar. Het is een genot om spelers te zien die zich zo lelijk en vies durven te tonen. Meermaals betrap ik mezelf erop dat ik uit puur ongemak mijn hand voor mijn ogen of mond sla. De makers maken hun belofte dus waar: het wordt ongemakkelijk. Toch blijf ik achter met de vraag waartoe dat specifieke ongemak mij eigenlijk brengt. Bij momenten voel ik oprechte plaatsvervangende schaamte voor wat er op het podium gebeurt. Iemand die aan kak likt… Ja, het kan, maar waarom? Wat wekt het op, behalve walging en een onderdrukte braakneiging? Als dat het enige is wat deze voorstelling teweegbrengt, is dat toch wat mager, en misschien is ze niet zo bevrijdend als het uitgangspunt deed vermoeden. Waar is de schoonheid die de makers ook beloofden?
Een scène waarin de poetskar wordt omgetoverd tot een draaiend universum, met her en der planeten opgehangen aan bezemstelen en ander poetsgerief, lijkt naar die schoonheid te zoeken. In plaats van in te zoomen en zo de details uit te vergroten, zoomen de makers hier voor één keer uit. Ze tonen het universum waarvan al die viezigheid integraal deel uitmaakt. Een mooi idee, maar de vormelijke en inhoudelijke link met de rest van de voorstelling is te dun om die boodschap echt te laten landen. De schoonheid zit vooral in de dramaturgie van de burleske show zelf: hoe de makers erin slagen dat genre naar hun hand te zetten en het te gebruiken als kaderverhaal rond een microkosmos, waarin op hun beurt kleine burleske voorstellinkjes van viezigheid plaatsvinden. Dát is pas echt bewonderenswaardig.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz