Jeugdtheater

Don Quixote de la Mancha Theater FroeFroe

Wint spektakel van dramaturgie?

Don Quichot, de dolende ridder van la Mancha, is een goed bedoelende idealist die vecht tegen windmolens, die hij voor het kwaad aanziet. Door te veel ridderromans te verslinden verliest hij op tragische wijze zijn grip op de werkelijkheid. Dat is in een notendop het clichébeeld van deze literaire figuur dat na vier eeuwen nog steeds standhoudt. Maar wat kan Don Quichot ons vandaag vertellen? FroeFroe neemt het publiek mee op toer doorheen de Blikfabriek, maar verdwaalt in het eigen doolhof.

Don Quixote de la Mancha
Elke Huybrechts Blikfabriek, Hoboken (Antwerpen)
03 september 2025

Welk appel doet het vervagen van de grenzen tussen fictie en realiteit op dit tijdsgewricht? Met haar bewerking van Miguel de Cervantes’ werk slaagt theater FroeFroe erin om de waanzin van “el caballero de la trista figura” in enkele rake scènes en beelden te vatten, maar ze dreigt zich evenzeer in die waanzin te verliezen. Het is immers vruchteloos zoeken naar betekenis in dit groots opgezette familiespektakel.

De vindingrijke scènebeelden zijn in ‘Don Quixote de la Mancha’ van FroeFroe legio. Wanneer Don Quichot (Tom Van Dijck) en Sancho Panza (Willem Herbots) zich voor de zoveelste keer met een tegenstander geconfronteerd weten, staan ze hem van een afstandje te monsteren. Ze beraadslagen zich over een plan. Don Quichot fluistert Sancho Panza zijn strategie om die tegenstander te slim af te zijn in het oor. Aan Quichots ernstige gezicht te zien is het hem menens met zijn queeste om de wereld te bevrijden van dit kwade sujet. Maar terwijl hij doodernstig plannetjes bekokstooft, staat Don Quichot met zijn hakken in de stront van zijn eigen paard te draaien. De paardenstront op scène is met andere woorden een hilarische én betekenisvolle vondst om het cliché van de idealist met het hoofd in de wolken te vatten.

Het heeft iets aandoenlijks, iets infantiels zelfs. De zelfverklaarde, mannelijke ‘wereldverbeteraars’ die zich vastklampen aan hun fantasieën.

Een ander, al even veelzeggend beeld is dat van een bijna naakte Don Quichot, met uitzondering van een witte tailleslip en laarsjes. Hij heeft het plan opgevat om zijn geliefde edelvrouw Dulcinea voor zich te winnen: op deze plek gaat hij gek worden en zichzelf verliezen, zo verklaart hij plechtig. Oh, pijnlijke ironie! Don Quichot is zich niet bewust dat hij allang verloren is. Schildknaap Sancho Panza wordt er door Don Quichot op uitgestuurd Dulcinea te overtuigen van zijn liefde door over zijn gekte te verhalen. Alleen achtergebleven voegt de ridder de daad bij het woord. Hij wordt gek: hij maakt rare bokkensprongen en vecht tegen de lucht. Wie de consequenties van dit beeld doordenkt, ziet het ideaal van de mannelijke held plots met de broek op de enkels staan. Het heeft iets aandoenlijks, iets infantiels zelfs. De zelfverklaarde, mannelijke ‘wereldverbeteraars’ die zich vastklampen aan hun fantasieën, willen niet volwassen worden, lijkt het beeld te zeggen.

Tegen de kinderlijke tirannie van de witte man rebelleert een jongere generatie die dit niet langer pikt. Voor deze productie werkte FroeFroe samen met een groep van wel zes stagiaires, bestaande uit Kobe Debie, Astrid Cox, Nora Poppe, Arjan Schepers, Michiel Neirynck en Roisin Callaerts. Zij kruipen steevast in de rol van de ‘tegenstander (soms tegen wil en dank), die Don Quichot op zijn queeste tegenkomt. Naar analogie met Cervantes’ relaas van Quichots eerste avontuur, wordt de edelman afgerost door cafégangers in strak maatpak omdat hij zijn schuld niet wil betalen. Dit avontuur zet meteen de relaties op scherp: Don Quichot ziet het café aan voor een kasteel en zegt dat ridders volgens de riddercode niet hoeven te betalen. Quichot zal zijn onbuigzame houding met een stevig pak rammel moeten bekopen.

De overtuiging waarmee dit jonge geweld in deze scène komt interveniëren, is kenmerkend voor hoe de zes studenten van LUCA Drama zich in de voorstelling als geheel handhaven: vloeiend en vlekkeloos. Ze zetten knappe vechtscènes neer en spreken vlot Spaans, ze creëren vaart en zijn goed op elkaar ingespeeld, ook bij de overgangen. In die eerste confrontatie tussen de oudere generatie van de infantiele Don Quichot en de arbeidzame jongeren met realiteitszin lijkt het dus wel alsof de laatsten hier de echte helden van het verhaal - of althans van het stuk - zijn.

Maar deze rolbeschrijving en -verdelingen kloppen niet met wat volgt. De avonturen van Don Quichot van la Mancha worden nadien nog lang en breed uitgesmeerd. De hoogtepunten van de duizend pagina’s tellende roman passeren in tweeënhalf uur de tijd de revue. De machtsstrijd tussen generaties, met als streefdoel de heerschappij over de waarheid, zou een interessante sleutel zijn tot deze regie van Dries De Win. Maar deze interpretatie houdt in het verdere verloop van de voorstelling totaal geen stand. Wat vertelt deze bewerking dan wel? Even terug naar het begin…

We krijgen een zwart masker aangereikt en dolen anoniem rond de hangar die zich achter de boekenmuur bevindt.

Alvorens we het verhaal van de edelman voorgeschoteld krijgen, worden we als publiek meegenomen in een resem scènes en installaties die moeilijker leesbaar zijn dan de scènes uit het verhaal zelf. De figuur van Don Quichot wordt eerst geïntroduceerd als onderwerp van verschillende acts tijdens een free podium avond of iets dat op een variétéavond gelijkt. Bij het begin van de voorstelling doet de jonge cast een kitscherige openingsdans op het disconummer “Don Quichotte (No Estan Aquí)’ van Magazine 6. Het levert in energie één van de meest aanstekelijke eerste vijf minuten van een voorstelling op. Daarna volgen andere, korte acts elkaar in een sneltempo op.

Een stand-upcomedian maakt van Don Quichot het mikpunt van spot in al zijn grappen, maar slaagt er niet in om zijn publiek echt op zijn hand te krijgen. Daarvoor zijn de grappen veel te ver gezocht en intellectueel. Vervolgens komt een jongeman in kletsnatte zwembroek hooi uitstrooien op het podium. Hij begint vol overgave in het hooi te rollen. Tegen het einde van zijn performance staat hij vervaarlijk met zijn armen te wieken. Na het applaus legt hij uit wat het publiek in al die handelingen had moeten lezen. Ook dat klinkt allemaal te vergezocht. Er ontstaat er een directe band tussen Don Quichot en de kunstenaar: ze hebben geen grip op de realiteit. De kunstenaar verliest zich in de waan. Dat is best een controversieel standpunt om in te nemen aan het begin van een voorstelling over deze figuur. Maar is dat ook werkelijk waar het hier om draait? Blijkbaar niet, want deze stelling wordt niet verder uitgewerkt in het verdere verloop van de voorstelling.

Wanneer een gepassioneerd dichter tijdens zijn act op de woorden ‘Niets is wat het lijkt’ zowel het podium als een volledige boekenkast achter zich doet instorten, wordt het publiek door een opening in een muur geleid. We krijgen een zwart masker aangereikt en dolen anoniem rond de hangar die zich achter de boekenmuur bevindt. De sfeer die in deze ruimte hangt is op zijn minst unheimlich te noemen. Een man met een zwarte kap murmelt onverstoorbaar een Spaanse tekst door een microfoon. In het midden van de ruimte hangt een opgeknoopt poppenlijkje. Niet ver daarvan staat de rijzige gestalte van Gert Dupont een koets te lassen. Door ramen en gaten in de muren heb je uitzicht op de ruimte waarin een vrouw danst tussen omgevallen, kale bomen. En er hangen opsporingsposters uit met daarop een foto van Tom Van Dijck, Don Quichot geportretteerd als een gevaarlijke gek op de dool. Dit is een mysterieuze wereld, waar zich vóór de komst van het publiek duidelijk iets vreselijks heeft afgespeeld. De Blikfabriek dient zich voor deze desolate en omineuze sfeerzetting overigens uitstekend.

De sfeerzetting doet denken aan de koortsdromen in de films van David Lynch

Een verdieping boven de hangar bevindt zich nog een museumkamer, waar het publiek ook vrij mag rond snuisteren. Daar staan verschillende artefacten tentoongesteld die rechtstreeks uit de verhaalwereld van Don Quichot komen, een zwaard, het afgebeten oor van de held... De artefacten worden vreemd genoeg voorgesteld alsof het historische voorwerpen zijn, alsof het verhaal van Don Quichot werkelijk heeft plaatsgevonden. Dat wijst op een boeiende radicalisering van Don Quichots waanideeën. In deze wereld achter de boekenmuur zijn we in een volledige fictie terechtgekomen. De gebeurtenissen die er plaatsvinden presenteren zich aan ons als in een koortsdroom. De sfeerzetting doet denken aan de koortsdromen in de films van David Lynch en is in dat opzet meer dan geslaagd. Zijn we dan intussen zo ver heen dat er niet meer zoiets kan zijn als ‘een realiteit’? Toont de bewerking ‘Don Quixote de la Mancha’ dat we gezamenlijk in een illusie leven?

Toch is de bewerking van FroeFroe niet kritisch voor de macht van het spektakel. Integendeel, ze bevestigt die macht. In het laatste deel van de voorstelling worden immers nog eens alle middelen ingezet om die illusie te vergroten. We maken nog kennis met een nieuw personage, La Duquesa. Omdat ze de avonturen van Don Quichote heeft gelezen kan de spot drijven met hem en Sancho Panza. Ze voedt hun waanzin door erin mee te gaan en zet hen voor haar groteske hovelingen te schande. Hier zijn we in de diepste krochten van de fictie geleid. Het spektakel viert hoogtijd: prachtige kostuums voor de hovelingen van Leentje Kerremans en Rio De Bie passeren de revue. Beklijvende, dromerige en ijzige muziek van Michaël Lamiroy & Laurens Dierickx komt tot een hoogtepunt. Een slotconcert van straatfanfare Reutel als kers op de taart en knappe decorstukken en poppen worden nog aangedragen. De scène staat aan het einde letterlijk in vuur en vlam… Dat is allemaal zeer knap, maar de decadentie is niet ver af. En ik volg niet meer. Het verhaal duurt té lang. Er wordt geen uitweg geboden uit dit groots opgezette spektakel, dat enkel nog ter wille van zichzelf lijkt te bestaan. Zoveel middelen… waarvoor?

Het blijft voor mij namelijk een raadsel wat die overdadige waanzin, die Lynchiaanse sfeer juist kan vertellen of naar kan wijzen. Dat ze tot in de kleinste details en met veel ambacht en middelen doorgedreven is, kan met zekerheid gesteld worden. Cervantes formuleerde met zijn werk een kritiek op de gangbare idealen en opvattingen in de zeventiende eeuw. FroeFroe doet dat niet voor deze tijd en dat is – in deze tijden des te meer – een gemiste kans. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz