Jeugdtheater

Boeman Loekepee Barbara Claes / Kopergietery

Kinderen en ratten: één (ongedierte) front

Met ‘Boeman Loekepee’ lijkt de Kopergietery zich te wagen aan zeer ouderwets kindertheater: een theaterbewerking van een sprookje van Grimm. Auteur en co-regisseur Barbara Claes zou echter zichzelf niet zijn als ze geen behoorlijk krankzinnige draai gaf aan ‘De rattenvanger van Hameln’. Het verhaaltje wordt serieus door de mangel gehaald. Twee ratten die de verdelging door de rattenvanger blijkbaar overleefden zijn nu de hoofdfiguren. Zij voorzien de fatale, onopgeloste verdwijning van een honderdtal kinderen van een nogal dubbelzinnig happy end. Opwindend spel en een heerlijk lawaaierig publiek.        

Uitgelicht door Klaas Tindemans
Boeman Loekepee
Klaas Tindemans Het Pand, Gent
17 maart 2026

‘De rattenvanger van Hameln’ is geen echt sprookje. Het is de geromantiseerde versie van een legende, opgetekend door de gebroeders Grimm. Een ingehuurde rattenvanger verlost het stadje Hameln van een rattenplaag. Het gierige stadsbestuur betaalt hem echter niet. Hij keert terug om de kinderen te vangen en sluit die op in een rots. Er werd van de kinderen nooit meer iets vernomen. Ook in de versie van de gebroeders Grimm loopt dit verhaal dus slecht af. Al voegt de toverfluit, het alom aanwezige verleidingsinstrument van de rattenvanger, een zoete klank aan de legende toe, in de kern blijft ook Grimms vertelling duister en uitzichtloos.

Voorspel en naspel

Barbara Claes bewaart in haar bewerking voor de Kopergietery die fabel, en vertelt ze, voor haar doen toch, vrij rechtlijnig. Ze bedacht echter wel een voorspel en een naspel dat van die duidelijkheid niet veel heel laat. In haar handen waarschuwt dit volksverhaal niet meer tegen vrekkigheid, laat staan tegen (fluit spelende) vreemdelingen. Ze herschept het tot een bevrijdend gebeuren, zowel voor de ratten als voor de kinderen. Alleen de rattenvanger komt er niet mee weg.

De moralistische intenties van Grimm worden omgedraaid: de rattenvanger is nu de prooi van diegenen die hij heeft verleid, vernietigd of opgesloten. Maar toch niet helemaal, want hij staat weer op en trekt zijn rattenkostuum weer aan. Zo heb ik het toch onthouden, al was door de heerlijke chaos mijn waarneming niet altijd even nauwkeurig. In ieder geval trekken ze met zijn allen een vrolijke toekomst tegemoet. Vrolijk? Dat zal natuurlijk nog moeten blijken.

Ongeveer iedereen heeft de pest aan de weggelokte kinderen, dat zal snel blijken.

Twee ratten, herkenbaar aan een lange, dikke staart, vallen het publiek al lastig als het binnenkomt. Leen Roels is ‘Veratataaler Tolk’. Zij spreekt verstaanbaar Nederlands. Ze klautert over de banken, ruikt aan de oksels of doet iets anders onwelvoeglijks. Nicolas Delalieux als ‘Unterbrigadier Ratzenkopf’ schreeuwt van op de scène naar iedereen in een taaltje dat voor Duits moet doorgaan – de mededeling is niet echt duidelijk. Ze willen aan hun verhaal beginnen, maar eerst is er een kortsluiting: lichtflits, knal, donkerte, en dan weer welgezind doorgaan. Na wat gekibbel over de naam van hun voorstelling – Mosselman Loekepiet? Bosjesman Koekendrie? Boeman Loekepee! – maken ze duidelijk dat het jonge publiek moet meespelen. Zij zijn de weggelokte kinderen.

Ongeveer iedereen heeft de pest aan hen, dat zal snel blijken. De luidruchtige ouverture wordt wel doorkruist door Boeman Loekepee, een schaduw op de achtergrond die in een barak woont, een figuur waarover ze liever niet veel zeggen. Dit decor van stevig knutselwerk (Wim Piqueur) zorgt, samen met de weelderige kostuums vol namaakbont (Leentje Kerremans) van bij de aanvang voor een absurdistische omgeving. Een soort hippiewereld die vijftig jaar lang is blijven stilstaan en nooit afgestoft werd, zo ziet het eruit.

Poppenkast

Dat is een uitstekende omgeving voor deze poppenkast, figuurlijk maar ook letterlijk. Ze hebben een poppenkast gebouwd, een rijdend meubel met lichtjes, waar de burgers van Hameln aan het woord komen, met als hoogtepunt de burgemeester. Roels en Delalieux spelen zelf al die burgers, met brillen, pruiken en andere van de pot gerukte accessoires, en met alle lokale accenten die de Nederlanden rijk zijn. Het verhaal van Grimm wordt eigenlijk keurig naverteld, flink aangedikt met de woordspelige of gewoon onnozele taalfratsen die het handelsmerk van Barbara Claes zijn. Geen enkele ‘normale’ zin dus hier. De spelers overschreeuwen zich de hele tijd, zonder ruimte voor subtiliteit. Dat hoort nu eenmaal bij ouderwetse poppenkast, ook al zijn er geen poppen. Meebrullen is toegelaten, en wordt soms zelfs aangemoedigd.

Dat de ratten opgeruimd zijn is geweldig, maar het verdwijnen van de kinderen is net zo goed een opluchting.

In het voorspel was het al voelbaar, en in het poppenspel is het zonneklaar: dat de ratten opgeruimd zijn is geweldig, maar het verdwijnen van de kinderen is net zo goed een opluchting. ‘Kinderen zijn de pest’, zo luidt een spandoek dat de burgers omhoog houden. De burgemeester, megalomaan boven zichzelf uitgegroeid, verkondigt plechtig een ‘pestmanifest’, met franskiljonse tongval: “geen slekte rapporten / vol buizen / er is daar ken wachtrij in de pretpark / vek met de buggie / en de spaarvark / meer geld voor fatsoenlijk dingen / keen bakfiets en bijtringen”. Zo gaat hij nog een tijdje door. Grappig, maar op de keper beschouwd een macabere demonstratie van de retoriek van de dehumanisering, zoals die aan genocides voorafgaat. Barbara Claes komt dan dicht in de buurt van ‘Ubu Roi’ (1896) van Alfred Jarry. De taal is slechts in schijn onschuldiger.

Het dove kind

Ondertussen zitten we wel allemaal te wachten, en de geviseerde kinderen in de zaal zeker, op de verschijning van Boeman Loekepee zelf. Zijn schaduw schuifelt in de barak, maar eerst moeten er nog kinderen geronseld worden voor de gevangenis van de rattenvanger. De ratten-vertellers (‘retties’ heten hier) rekruteren met groot gemak jongens en meisjes. Dan opent Boeman Loekepee (Philippe Flachet, een ancien van Eric De Volder’s Ceremonia) zijn deur. Met een groot doodshoofdmasker schrijdt hij traag vooruit. De kinderen deinzen even terug, tot hij hen teken geeft dat ze hem mogen volgen. Ze hebben de brillen en de pruiken van de hatelijke burgers opgezet.

Boeman ontmaskert zichzelf en de rattenvanger. ‘Veratataaler Tolk’ heeft zijn levensverhaal verteld. Boeman was het dove kind dat de toverfluit niet hoorde en thuis bleef. Hij is eenzaam oud geworden – anders dan de ontvoerde kinderen – en wachtte geduldig op zijn kans. De ‘retties’ hebben daarvoor gezorgd: het tumult op de scène en in de zaal hebben hem gewekt. De aanjager van al dat lawaai is jazzdrummer Giovanni Barcelli, prominent in beeld met witte (namaak)bontjas, die moeiteloos schakelt van free jazz naar hoempapa. De ‘retties’ laten ook geen kans onbenut om absurde schlagers én marsliederen te zingen, het hele stuk door, want de sfeer moet altijd overeind blijven.

De kinderen keren veilig terug naar hun familie, maar hoe gemakkelijk was het om hen te verwensen en uit te sluiten.

Tussen Roels en Delalieux is er veel chemie voelbaar, zij de spring-in-‘t-veld met klare stem, hij de onhandige, ongewild clowneske mompelaar (dat pseudo-Duits helpt niet). Hun drukdoenerige speelstijl is opmerkelijk complementair. Gelukkig is er, als contrapunt, Boeman, een bewegende schim die af en toe rust brengt en in de slotscènes melancholie laat voelen. De kinderen keren veilig terug naar hun familie, maar hoe gemakkelijk was het om hen te verwensen en uit te sluiten. Het is minstens ironisch dat we ratten nodig hebben om ons die eenvoudige vaststelling – ‘kinderen’ staat dan voor iedereen die kwetsbaar is – nog eens in te peperen. De kinderen in de zaal hebben alles begrepen, hoe on-Nederlands de woorden ook klinken. Barbara Claes en co-regisseur Ineke Nijssen sluiten geen compromissen, ze ontdoen het volksverhaal van elk misplaatst respect. De rattenvanger verdwijnt niet gewoon, hij wordt in zijn hemd gezet door ratten en kinderen. En dat verdient hij, net als dat misbaksel van een burgemeester.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz