Theater

Bowling Buffalo Compagnie Cecilia

(Wat meer) pijn is fijn

Vier dertigers, vastgelopen in hun leven, verschuilen zich met elkaar in de bubbel van de bowling: hét glitterende en schitterende icoon van de optimistische jaren 1990. Tot ver in de voorstelling houdt ‘Bowling Buffalo’ van Compagnie Cecilia de belofte in van een broeierige en stekelige zoektocht naar zingeving, maar halverwege kantelt het stuk, verliest het zijn spankracht.

Bowling Buffalo
Evelyne Coussens Compagnie Cecilia, Gent
31 mei 2026

Die personages, je kijkt er je ogen op uit. Vier fysieke bommetjes zijn het, elk met hun uitgesproken (maar niet karikaturale) karakter. Jasmijn (Kiana Porte) komt Mia Wallace-gewijs de bühne opgetuimeld, uitgedost als Uma Thurmans personage uit ‘Pulp Fiction’ – bij gebrek aan een eigen ‘kern’ komt ze elke dag werken als een ander filmpersonage uit de jaren negentig. Ze stuit onverwachts op collega Suzanne (Annelore Crollet), die al drie weken in de bowling slaapt om haar man en verbouwing te ontvluchten. Enter de flamboyante Ramona (Hanne Timmermans) die zich sensueel heupwiegend en met een duolingo-Spaanse tongval op de werkvloer beweegt, in afwachting van haar vertrek naar Cuba. Tenslotte arriveert Lorelei (Lien Thys), een opgefokte jonge moeder die haar permanente stress en bijbehorende agressie alleen de baas lijkt te kunnen met een bol, door Ramona gul van uit haar sacoche tevoorschijn getoverd. Vier collega’s, vier vriendinnen, samen opgegroeid en verkleefd geraakt in dat anachronisme waar de Coen-broers ooit die cultfilm over maakten: de bowling. 

Back to the future

Het opzet van ‘Bowling Buffalo’ is klassiek: de bowling is de metafoor voor de stilstand in het leven van de personages. Ze klampen zich al jaren vast aan de vermeende veiligheid van een ander tijdperk, waar ze met nostalgie op terugkijken. In de bowling vind je terug wie je gisteren was. Wie ze morgen willen zijn? Die vraag gaan ze vakkundig uit de weg. Heel vaak is in zulke besloten gemeenschappen de komst van een nieuweling de trigger voor verandering, in ‘Bowling Buffalo’ doet het omgekeerde zich voor: er wil er eentje weg, en dat vormt het bommetje onder de plot.

    In de schets van hoekige karakters en menselijke dynamieken is ‘Bowling Buffalo’ op zijn best.     

In de exposé zet auteur en regisseur Daan Borloo de pionnen vaardig uit. Binnen het half-realistische decor van Gilles Polak (Dat lelijke roze neonlicht! Die flikkerende schermpjes!) krijgen we in de eerste plaats zicht op de onderlinge relaties tussen de vrouwen. Zoals vaak in het geval van lange (vrouwen)vriendschappen zijn die dubbelhartig: er is liefde en zorg, maar er spelen ook jaloezie, dominantie, gekonkel. De vrouwen troosten elkaar en in één adem door verklappen ze elkaars diepste geheimen. Ze zijn grillig, gelaagd, onvoorspelbaar – dit zijn spannende personages. In de schets van hoekige karakters en menselijke dynamieken is ‘Bowling Buffalo’ op zijn best. Benieuwd wat er gebeurt als deze vrouwen van het padje af geraken, de weg naar binnen durven te gaan om uit te breken. 

Maar dat gebeurt niet. Op het moment dat ‘Bowling Buffalo’ de sprong moet nemen van de flitsende dialogen en de fysieke hilariteit naar drama – naar de pijn, naar het ongemak, voor personages én publiek – lijkt Borloo terug te schrikken. De oppervlakkige luxeprobleempjes van de dertigers (‘Ik heb alles om gelukkig te zijn maar ik ben dat niet’) blijven bijgevolg steken op dat punt: in oppervlakkigheid. De existentiële laag die eronder ligt wordt niet écht aangeboord. Bovendien maakt ‘Bowling Buffalo’ na de onthulling van het nakende vertrek van Ramona de kanteling van uitbundig fysiek spel naar praattoneel, waarin de metafoor van de bowling letterlijk wordt uitgelegd en elk personage nog eens ten overvloede diens verhouding tot nostalgie mag toelichten, in anekdotes van het type ‘Ik herinner me…’. De drang naar inhoudelijke transparantie vreet bovendien aan de vooral lichamelijk opgebouwde identiteit van de personages. In een poging om Jasmijns dagelijkse verkleedpartijen te duiden geven de coole bowlingvrouwen plots een lesje in twintigste-eeuwse cultuurtheorie (‘Alles is een kopie’) waarin ze kenners blijken van het werk van Bowie én Jean-Luc Godard – nou nou. Zo’n ruige personages hadden op dit punt een stuk minder tekst verdiend.

Tussen hoofd en buik zit het hart

Dat is misschien de essentie: dat mensen niet op deze manier praten over hun essentie, tenzij misschien in de spreekkamer van de analist (Jasmijn: ‘Als kind heb ik gezien hoe dat is, verantwoordelijkheid nemen.’) Wat er dan wél gebeurt? Mensen voelen dingen, ze raken elkaar aan, ze leggen een hand op elkaars schouder. En zelfs in fictie schuilt het echte drama nooit in het benoemen van het drama. Of het nu nostalgie is naar een gemythologiseerd verleden of de afwezigheid van een vaderfiguur: altijd schuilt tragiek in de manier waarop het thema vorm krijgt tussen de woorden door, in blikken en gebaren. Dat is, zonder de voorstellingen verder naast elkaar te willen leggen, de kracht van een voorstelling als Testament: dat de personages op een gegeven moment stil durven zijn. Even zie je het ook in ‘Bowling Buffalo’, wanneer de buffala’s elkaar stevig vastpakken. Maar daarna dient er dan toch weer iets gezegd, iets opgelost, de pijn weggenomen, met een liedje en een dansje. 

   Het is intussen Cecilia’s keurmerk: toegankelijk spelerstoneel voor een breed publiek.     

Wat mij betreft is dit de stap die dit soort toegankelijk verteltheater nog kan maken – moét maken, wil het zijn bestaansreden legitimeren ten aanzien van zowel commercieel als liefhebberstoneel: het moet zijn publiek waarlijk pijn durven doen. Om duidelijk te zijn: ik ben fan van theater als ‘Bowling Buffalo’, in dit geval gemaakt onder het ‘Wildcard’-label van Compagnie Cecilia, waarbij de Gentse compagnie productionele kansen geeft aan projecten die beantwoorden aan wat intussen Cecilia’s keurmerk is: toegankelijk spelerstoneel voor een breed publiek. Daar is op dit moment (en zeker in Gent) nood aan, grote nood. Maar dan moet dit theater, onder alle hilarische dialogen en uitbundig spel, wel voluit durven kiezen voor het ongemak. ‘Bowling Buffalo’ blijft ongevaarlijk, en dat is voor een kunstwerk onvergeeflijk. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz