Toneel / Performance

Anatomie van pijn Lies Pauwels / NTGent

Cirkels van pijn

‘Anatomie van pijn’ van Lies Pauwels lijkt een onmogelijke onderneming. Hoe verbeeld je iets als pijn, die zo individueel en lichamelijk ondergaan wordt dat woorden niet volstaan om die ervaring over te dragen. Het antwoord levert bovenal een uitdagende voorstelling op. 

Uitgelicht door Siebren Nachtergaele
Anatomie van pijn
Siebren Nachtergaele NTGent, Gent meer info
17 december 2019

Sinds ze zich in 2001 ontpopte tot regisseur kende Lies Pauwels grote successen. Opmerkelijk is dat ze nochtans doorgaans, zoals in het ‘Hamiltoncomplex’ (2013) of ‘Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar’ (2018) werkt met niet-professionele performers. Meer zelfs: in dat laatste stuk traden psychisch kwetsbare jongeren aan naast fashion modellen en een priester. Een ongewone cast om ‘ongewone’ levenservaringen ter sprake te brengen op het podium.

In ‘Anatomie van pijn’ is dat weer het geval. In haar eerste regie voor NTGent staan ‘pijnpatiënten’ op het podium. Die zijn hier minder acteur dan ervaringsdeskundigen. Niet toevallig dus dat ze voor deze productie samenwerkte met Samana, een organisatie die chronisch zieken ondersteunt.

Centraal op het podium hangt er een trapeze. Links achteraan hangt een retro billboard op een houten stelling. Rechts achteraan zie je twee afficheborden. Het voorste is beplakt met afbeeldingen van beroemde historische schilderijen, de meeste op hun kop, maar daaroverheen kwamen andere advertenties en een foto van cannabisbladeren. Het achterste is een reuzenadvertentie voor lippenstift. Her en der zie je goudkleurige ‘Maneki neko’s’: Japanse ‘gelukskatjes’ die voorspoed en rijkdom beloven.

Door een reclamezuil, met daarop in krullerige letters ‘Joyland’ weet je dat we ons bevinden in een pretpark. Aan de voet van de zuil draagt een lichtpaneel het motto ervan uit: ‘Only true intent is all for your delight’. Dat motto is een parafrase op John Hinde’s fotoboek ‘Our true intent is all for yor delight’. Hij verbeeldde daarin in foto’s met felle kleuren de wereld van Engelse pretparken rond 1970. Een wereld waarin voor pijn en verdriet geen plaats is.

De performers komen een na een op, en vormen zo een lijn vooraan op het podium. Ze dragen allemaal een zwart kostuum en een Goofy-masker. Je denkt niet alleen aan het Disney-figuurtje -dat ook in ‘Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar’ opdook, maar ook aan het ‘Anonymous’ masker dat recent in zoveel protestbewegingen opdook. Als de spelers hun maskers afzetten, stiften ze hun lippen rood. Vervolgens trekken ze hun jas uit, en laten de rug van hun witte hemd zien. Op elk ervan staat een citaat uit het boek ‘Our true intent is all for your delight’.

Muziek -een vast onderdeel van de verbeeldingswereld van Pauwels- zet in. Raspende en feestelijke jungle-blues loeit door de boksen. Het lokt niet spontaan een enthousiaste dans uit. Pas als een performer een kazoo bespeelt, wordt de dans gretiger en overtuigder. De muziek gaat daarna alle kanten op, van klassiek naar chanson, popmuziek en weer terug. De genres vloeien naadloos in elkaar over, als een muzikale ruggengraat die ook emotionele ondertiteling van de scènes levert.

Melissa Mabesoone is de stewardess die aanvankelijk alles in goede banen leidt. Kostuums wisselen elkaar in sneltempo af. Even later geeft ze als spreker van een liefdadigheidsorganisatie een speech over chronische pijn. Het is een onhandige vertoning, niet enkel omdat de ervaring van pijn zo moeilijk te verwoorden is, maar ook omdat ze er zelf geen ervaring mee heeft.

Dat lukt Vincent Glasmacher wel. Hij goot zijn ervaring in poëtische taal in het ontroerende gedicht ‘La Lune’. Olga Kunicka raakt de kern van de zaak dan weer in een postmodern sprookje, een associatief gedicht dat zowat uitspuwt.

Joyland: een wereld waarin voor pijn en verdriet geen plaats is

De voorstelling handelt echter ook over een andere vorm van pijn. Psychische pijn. Twee performers-ervaringsdeskundigen ervaren immers dagelijks niet alleen fysieke, maar ook psychische pijn, vertelde Lies Pauwels in een interview bij Pompidou (Klara). Dat krijg je niet rechtstreeks te zien of te horen. Ervaringsdeskundigen hadden een grote inbreng in dit stuk, en staan mee op het podium, maar hun verhaal wordt daarom nog niet letterlijk of door hen zelf verteld. Het gaat om het universele gegeven van de pijn waar ieder van ons onder lijdt, niet om het anekdotische individuele verhaal. Het is wellicht ook daarom dat maskers de performers bij aanvang anonimiseren, en het onderscheid tussen professionals en ervaringsdeskundigen uitwissen. Dat geeft het stuk extra kracht.

Als de vierde wand voor één keer doorbroken wordt volgt een belangwekkend moment. Enkele performers gaan met een rinkelende collectebus met het opschrift ‘First Aid Shop’ langs de rand van het podium geld inzamelen voor liefdadigheidsinstelling voor pijnpatiënten. Het is een verkapte kritiek op de manier waarop zelfs liefdadigheid een markt kan worden, en in de plaats komt van reguliere steun.

Daarna trekt de voorstelling zich weer terug achter het voetlicht. Het trapezenummer van Laure Oosselin dat volgt vormt nu een voorstelling binnen de voorstelling. Ze slingert zich op de trapeze, en ontbloot haar schouders vol wonden. Als ze haar schouderbladen laat rollen lijkt ze zo wel een engel met gekneusde vleugels. Het belet haar niet de hoogte op te zoeken, waar ze rond cirkelt aan de touwen. Plots geeft ze echter aan dat ze dreigt te vallen. Inderhaast slepen anderen een valmat aan.

Veel meer interactie met de andere spelers is er niet. Het wordt stilaan duidelijk dat deze voorstelling door een collage van scènes probeert scherp te stellen op een schuw fenomeen, pijn, dat je er vooral inhakt waar het zichtbaar aanwezig is als wond of litteken, maar zich lastig laat benoemen.  Op de duur lijkt het net zo goed te gaan over de angst voor pijn als om de pijn zelf, bijvoorbeeld in de scène waarin Oosselin vreest dat ze neer gaat tuimelen.

Die angst om te vallen keert weer als de performers zich achterover laten vallen op stoelen die soms al omgekiept zijn. Ze doen dat een voor een, heel traag. Uit die val ontstaat een ruggelingse choreografie van armen en benen. Het hoge tempo van de voorstelling zakt hier plots in elkaar. Plots krijg je een adempauze om stil te staan bij de vele vormen van pijn die het stuk er eerder door joeg. Ontroerend, maar ook esthetisch erg mooi.

Daarna gooit de voorstelling het weer over een andere boeg. Pijn verschijnt nu als personage. Onmogelijk zou je denken. Pijn kan je zo toch niet voorstellen? Maar als deze ‘Pijn’ met vervormde stem zegt ‘Ik spreek alle talen, ik sluit niemand uit’ heeft hij de lachers op zijn hand. Het lucht de sfeer even.

Daarna is het weer tijd voor ernst met een rondje ideologiekritiek. Het neoliberalisme en de consumptiesamenleving worden als grote boosdoener neergezet, omdat ze pijn en verlies negeren. Hoezo gaat alles steeds beter, hoezo is alles perfect vraagt een performer zich af met de slagzin ‘Alles in stijgende lijn, als oplossing voor de wereld’. In één beweging door wordt ook de over-medicalisering van zorgvragen gehekeld. Pijn heeft zijn experts, en houdt de farma-industrie draaiend. Reclames van pijnstillers op een van de billboards laten daarover geen twijfel bestaan.

Wat blijft is de ervaring dat pijn een mallemolen is waarin mensen gevangen zitten. ‘We’re going in circles’ zeggen performers meermaals. De snelle opeenvolging van scènes die zichzelf in de staar bijten is daar de uitdrukking van. De voorstelling overstelpt je met zoveel indrukken, muziek, kostuum- en decorwissels dat je het nauwelijks kan behappen. Je raakt verstrikt in een wirwar van draden en aanknopingspunten.

Het is de sterkte en de zwakte van de voorstelling. Door de vele invalshoeken, talen en expressievormen biedt het stuk een rijkdom aan interpretaties. Maar soms wordt veelheid ook gewoon teveel. Humor moet de zaak dan verteerbaar houden, maar neemt soms onnodig de overhand. Het is één ding om onze samenleving te bekritiseren als een fake ‘Joyland’, vol ‘happy faces’, waar voor pijn geen plaats is, het is een ander ding als die suiker invreet op het stuk zelf. Gelukkig zijn er genoeg momenten die tegengewicht bieden. Het stuk blijft hangen, als een pijn die niet wijken wil.