Blue skies forever Collectief Buren
Subtiele esthetiek, esthetische subtiliteit
Kijken mag. Zolang het maar om esthetische subtiliteiten of subtiele esthetiek gaat. Maar wat als andere gedachten onwillekeurig die blik vertroebelen? Theatercollectief Buren (Melissa Mabesoone en Oshin Albrecht) brengt met ‘Blue Skies Forever’, een herneming van een voorstelling uit 2018, een ingewikkelde wisselwerking op gang tussen blik en gedachte. Met vrouwbeelden als thema.
‘Blue Skies Forever’ vertrekt van het plagiaat dat Beyonce
in de videoclip bij ‘Hold Up’ (2016) pleegde op de video ‘Ever is Over All’ (1997)
van de Zwitserse kunstenares Pipilotti Rist. In dat werk slaat een vrouw in een
lichtblauwe jurk en rode pumps de ruiten van een auto kapot met een metalen
reuzenbloem terwijl een politieagente, in een donkerblauw uniform, glimlachend
voorbij wandelt.
De video zit vol subtiele esthetiek: elke beweging is
afgemeten, over elk detail is nagedacht. Het werk verrast me nog steeds. Hoewel
de vrouw in de lichtblauwe jurk onschuldig lijkt, komt ze toch vol
zelfvertrouwen en zelfs machtig over. De subtiele lach van de politieagente,
die maar enkele seconden duurt, komt ook krachtig over. Ze glimlacht bij de
uitspatting van de andere vrouw: ze laat het niet alleen toe, ze keurt deze
verzetsdaad zelfs goed. Met een esthetische subtiliteit maakt Rist haar punt,
ze gebruikt enkel kleine acties. Buitengewoon fascinerend.
Beyonce’s versie steekt daar flauw tegen af. Ze heeft haar
eigen vorm van activisme. Zo komt ze vaak op voor vrouwenrechten of kant ze
zich openlijk tegen Trump. Maar haar herneming komt commercieel over. De vrouw
die de ruiten inslaat is niet liefelijk maar uitdagend, de politieagente
overdreven sexy. Rist toont met haar video net het probleem met dit soort blik
op vrouwelijkheid, met een subtiele esthetiek en een suggestieve eenvoud.
‘Blue Skies Forever’ van Buren pikt die esthetische
subtiliteit wel op en kaart er het probleem van de blik mee aan. Al terwijl het
publiek plaats neemt, ligt Mabesoone met haar rug naar het publiek op de vloer.
Ze heeft een lichtblauwe jurk en rode schoenen aan. Zij speelt naïeve
personages, zowel Dorothy, uit ‘The wizard of Oz ‘als de vrouw uit ‘Ever is
Over All’. Albrecht speelt de politieagente, in passend donkerblauw uniform. Ze
komt autoritair over.
Hoewel die twee performers nooit direct op elkaar reageren,
spelen hun personages wel op elkaar in. Ze spelen bijvoorbeeld beiden de hele
voorstelling met de kleuren van hun kleren en de hoogte van hun stem. Lager en
donkerder straalt meer gezag uit, hoger of lichter klinkt naïever, liefelijker.
Vanuit die twee prototypische personages – meisje/vrouw en
agent – vertrekt een spel van associaties. Buren steunt niet op een tekst of
verhaal maar spelen enkel met de persoonlijkheden van verschillende vrouwen. De
Dorothy uit ‘The Wizard of Oz’ en de vrouw uit de video van Rist, maar evengoed
Playboy Bunny – actrice Dorothy Stratten, Margaret Thatcher of de Dolores
uit de HBO serie Westworld en nog veel anderen.
Enkel over Dorothy Stratten verneem je meer informatie via
een nieuwsbericht. De andere modelvrouwen worden vooral geïmiteerd. Allemaal
vrouwen in verschillende tinten blauw. De naïevere personages in het lichtblauw
voor Maabesoone, de autoritairdere in het donkerblauw voor Oshin.
Dit spel van tekens is subtiel esthetisch. Links van het
podium staat een rek met kleren. Rechts ligt een gitaar. Het podium is bezaaid
met blokken bekleed met groene badkamertegels. Vooraan suggereren twee
zachtblauwe balkjes een kabbelend wateroppervlak. Op de achterwand van het
podium is een collage van uitvergrote knipsels over de figuren waar het stuk
naar verwijst. In dit vredig, zorgeloos landschap ontwikkelen de twee vrouwen
hun vele ‘personae’.
Het lichtplan van Frouke Van Gheluwe brengt de simpele
setting indrukwekkend tot leven. Soms laat ze de hele scène rood oplichten, soms
licht ze maar enkele objecten uit. Ook de muziek, gecomponeerd door Benjamin
Dousselaere & Ferre Marnef, speelt telkens mooi in op nu eens de naïviteit,
dan weer net de autoriteit van de personages. Zelfs de fijne details van de
kostuums van de acteurs versterken de personages subtiel.
Het esthetisch spel van tekens bereikt een climax als er mechanische konijnen worden bovengehaald. Ze verwijzen zowel naar de Alice uit ‘Alice in Wonderland’ als naar Playboy Bunny Dorothy Stratten. Maar ook als je de verwijzing niet meteen vat, hindert dat niet. Het esthetisch spel werkt ook op zichzelf, en draait – bij nader inzien – om een herkenbare issue.
Naarmate het stuk vordert kan je er immers steeds minder
omheen dat dit stuk de (mannelijke) blik op vrouwen analyseert, maar dan in de
vorm van een spel, geen manifest. De hele voorstelling lang betrapte ik mezelf
erop dat ik mijn eigen blik in twijfel trok. Is dit een misplaatste blik? Is
mijn aantrekking tot hoe Mabesoone met haar rok beweegt of tot de autoriteit
van Oshin verkeerd? Doordat alles mooi is, val je vaak in de val. Kijken mag,
maar hoe moet je je verhouden tot wat je ziet? De voorstelling brengt geen
antwoorden, ze toont alleen die moeilijke verhouding tussen blik en gedachte.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz