Toneel / Performance

SPARE TIME WORK buren

Spelen is weten!

Teveel werk, te weinig tijd, geen vrije tijd, een verstoorde work-life balance: als gesprekken vandaag niet over het klimaat gaan, dan gaan ze daarover. Kunstenaars kaartten het thema al veel vroeger aan, als kanaries in de koolmijn die als eerste detecteren dat er iets ontspoort. buren -met kleine b- recycleert de zwaarwichtige topics van dit grote debat in een verrukkelijk subversief spel : ‘SPARE TIME WORK’. 

SPARE TIME WORK
Pieter T’Jonck Buda Kortrijk
In het kader van Playground Leuven / Next Festival
meer info
20 november 2021

‘SPARE TIME WORK’ is ontegensprekelijk grappig en speels, van het begin tot het einde, maar één van de grappigste scènes is wel die waarin Melissa Mabesoone aan de telefoon hangt met een iemand van een call center. Ze is pas afgestudeerd en sindsdien bestookt die persoon haar elke morgen met oproepen. Alsof ze niets anders te doen had. Haar vraag is, met variaties, telkens dezelfde ‘How are you going to bake your bread?’, soms gevolgd door een omineus ‘today!’.

Terecht vraagt Mabesoone zich af of die vrouw niets beter te doen heeft dan net haar op te bellen, en of ze wel beseft dat er door al dat bellen geen tijd meer overblijft om dat brood gebakken te krijgen, nog los dan van het feit dat ze helemaal geen brood lust. Ze brengt de scène als pure slapstick en speelt daarbij alle rollen. Haar gehannes met een ouderwetse telefoon, met zo’n krulstaartdraad die altijd in een knoop slaat, zuigt daarbij steeds meer aandacht op.

Je vergeet zo bijna dat Mabesoone een reëel probleem ensceneert. Hoe moeilijk het geworden is om vandaag nog vijf minuten geconcentreerd met iets bezig te zijn, met alle vragenlijstjes, meldingen, waarschuwingen en administratieve plichtplegingen die in steeds hoger tempo op je afgevuurd worden. Je moet je brood verdienen, dat is een morele plicht en een dreigende uitdaging, maar eerst wel even deze 87 formulieren invullen, zodat ‘ze’ weten hoe je dat zal doen.

Monitoring heet dat in het jargon van de Vlaamse Overheid, waar het poseert als beleid. We monitoren ons gek. Het neoliberale fantasma dat controle en beheersing op zichzelf nastrevenswaardig zijn.

Op dat punt in de voorstelling besef je stilaan dat het daar al de hele tijd over ging. De twee performers, Oshin Albrecht en Melissa Mabesoone voerden die absurde hocus pocus al de hele tijd op, maar dan alsof ze kinderen waren die het gedrag van volwassenen naspelen, zonder het gewicht van de woorden en handelingen van die volwassenen te beseffen. Ze maken er onbekommerd hun eigen versie van. Maar ze spelen geen doktertje of winkelier meer. Ze enquêteren. Ze monitoren. Dat is voor hen het leven zoals het is.

Het podium lijkt een beetje een rommeltje: Een paar witte blokken hier en daar, palen met een doorschijnende bol erop, een achterdoek dat een gang met veel deuren verbeeldt, een hondje in porselein, kannen, kasten, en dan vergeet ik nog heel wat.  Albrecht komt op als een toverfeetje, met een groen manteltje en een emmer op haar hoofd als toverhoed. Melissa Mabesoone volgt in een sportoutfit: een groen jack met strepen, een wijde korte broek en kekke sportsokken. Ze dragen allebei een pruik: een nuffig kort kapsel, van het soort dat je associeert met uitgebluste secretaresses of vrouwen die zich ‘bon chic, bon genre’ willen voordoen.

Tijd als een vorm van kapitaal, met de 'big spender' als ideaal

In die drollige vermomming hebben ze het over ‘spare time’: hoeveel je ervan hebt en hoe je die kan uitgeven. Tijd als een vorm van kapitaal dus, met de ‘big spender’ als het ideaal. En wat doet een ‘big spender’? Golf spelen. Dat gaan ze ook doen. Tenminste: ze gaan al oefenen door de woordjes te leren. Dat leidt tot een spelletje met woordblokjes zoals je die in de lagere school kreeg om woordjes te leren. Geen ‘aap, noot mies’, maar ‘tee’ en ‘fair way’. Het duo steekt zo de draak met de bizarre socialisatie die erin bestaat vreemde spelletjes van een rijke elite als taal te interioriseren.

Het wordt nog zotter als de twee vrouwen de namen Adult Hood, Mother Hood en Young aannemen. Ze gaan dan aan de haal met het bekende moment waarin oudere mensen, die weten waar het op staat in het leven, jongeren toespreken met de vraag wat ze ervan denken te bakken -de vraag die later terugkeert. Albrecht is hier de strenge Adult Hood, die Young op de rooster legt vooraleer ze een bankkaart kan krijgen.

Maar het blijft kinderspel: het geld dat hier over de toonbank gaat is speelgoedgeld, en geen vraag lijkt helemaal serieus. Maar toch, alweer: in het spel herken je de dwang die in de echte wereld van die vragen uitgaat. De dwang van een maatschappelijk spel dat drijft op de idee dat er winnaars en verliezers zijn. Mensen met ‘spare time’ en mensen met ‘shitty jobs’.

Dat is waar het duo op het einde, vele fantasierijke kostuumwissels later, in belandt. In luizenbaantjes die wel werk zijn, maar geen werk waar je in de Golfstaat, de staat waar golfspelen voor ‘spare time’ staat, mee opschiet. Poetsvrouwen.

Tegen die tijd kwamen behoorlijk wrange vragen kwansuis voorbij. Zoals die wat voor een moeder je wel bent als je je werk als je ‘baby’ beschouwt. Ondanks alle geblaat over familiewaarden, is dat het echte doel van het neoliberaal bestel: de familie, als laatste bastion en als model van niet-lucratieve, niet gemonitorde verbinding onderuit halen.

Niet verwonderlijk dat het vrolijke licht dat de hele tijd over de voorstelling scheen op het einde omslaat in een naargeestig grijze, vale schijn. Ik heb veel zitten lachen maar bleef achter met de nare vraag of we onze kinderen echt willen laten opgroeien in een wereld waarin meten het enige weten is. Waarom zou spelen niet net zo goed weten zijn? ‘SPARE TIME WORK’ is een mooi pleidooi voor dat laatste.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren