Performance

SUN-SET Bosse Provoost, Ezra Veldhuis + Oshin Albrecht

The world as WE know it

‘SUN-SET’, een project van Bosse Provoost en Ezra Veldhuis, bijgestaan door Oshin Albrecht, was al een eerste keer te zien op Playground 2019 in Leuven. Een try-out in V36 in Antwerpen liet zien dat het project sindsdien een hele weg afgelegd heeft: op wat gordijnen en een lichtinstallatie na ontbreekt nu elk decorstuk. Het maakt deze verkenning van de manier waarop we ons een voorstelling maken van de wereld er alleen maar betoverender op.

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
SUN-SET
Pieter T’Jonck V36 Antwerpen
Toneelhuis
meer info
06 februari 2020

Wie van plan is naar ‘SUN SET’ te gaan kijken, kan nu beter even niet verder lezen. Het effect van de voorstelling berust immers voor een deel op verrassende wendingen en effecten die je aan het denken zetten. Als je al weet wat er volgt verknoeit dat het plezier een beetje.

Zo. De titel 'SUN-SET' verklapt de opzet van de voorstelling eigenlijk al: het gaat over 'sunset', over ondergaande zon dus, maar het gaat vooral over een voorstelling, 'a set',  daarvan. De voorstelling begint in de loge achter het podium van V36. In het schemerduister geeft Oshin Albrecht, die ook de rest van de avond onze gids zal zijn, een kleine toelichting. ‘Wie bang is voor het duister kan zich nu nog terugtrekken’. Daarop volgt een beschouwing over wat het duister ons te bieden kan hebben. Hoe het zijn eigen beelden produceert -of tenminste: hoe onze hersens als vanzelf beelden maken als er rondom ons niets te zien is. Of sterker nog: hoe we misschien maar iets zien omdat we al beelden in ons hoofd hebben die de buitenwereld confirmeert. Wat dat allemaal betekent besef je pas later.

Het publiek wordt nu in kleine groepjes de zaal binnen geloodst en daar voor een hele tijd in het duister achtergelaten. Geruis van wind en andere geluiden vullen de visuele leegte. Als je je ogen sluit zie je sterretjes en vlekken -kopfkino noemen de Duiters dat heel toepasselijk. Kunstenares Ann-Veronica Janssens maakte er ooit een werk mee.

Tot, en dat is echt een vondst, de ruimte die kopfkino lijkt te beantwoorden. Her en der in het plafond lichten kleine twinkellichtjes op. Ze zijn eerst nog heel vaag, zodat je twijfelt aan je waarneming, maar dan worden ze helderder en talrijker. Dat creëert een bizarre sensatie: door het duisternis lijkt ook het besef van je eigenlijk deels weggevallen, zodat je de indruk kan krijgen alsof de hele ruimte samenvalt met je eigen oogbal. Alsof je enkel nog maar oog en geest was.

Het doet denken aan de man in ‘L’ innomable’ van Samuel Beckett. Die probeert het hele boek lang wanhopig te achterhalen of dat wat aan zijn geestesoog voorbijtrekt werkelijkheidswaarde heeft, of alleen maar het product is van een ‘ik’ zonder lichaam, een soort pure geest.

Daarna volgt een tweede verrassing: ergens in de ruimte opent zich plots een spleet waar licht uit valt. Met die zwakke lichtstraal wordt ook de vloer plots zichtbaar, en enkele toeschouwers. Het is alsof er ruimte, een wereld ontstaat vanuit het totale niets. Naarmate de spleet groter en breder wordt krijgt ook de ruimte steeds meer contouren. Aanzwellende muziek versterkt de dramatiek van het moment.

Een uiterst theatraal en barok chiaroscuro effect

Het is een uiterst theatraal en barok chiaroscuro effect. Dat is geen toeval, want het was in die periode dat ‘lichtstralen’ de ‘waarheid’ en de ‘goddelijke orde’ gingen verbeelden. Waarheid en wereld werden een theater. Dat wordt ook in dit stuk met nadruk gesuggereerd. Je ontdekt al snel dat de spleet ontstaat doordat twee gordijnen uit elkaar schuiven. Zo stel je ook vast dat je je al die tijd op het podium van de theaterzaal bevond, want achter het gordijn zie je een lege publiekstribune. Albrecht nodigt je uit daarop plaats te nemen.

Ook hier keert de logica van Becketts verhaal, dat sterk beïnvloed werd door barokke filosofie, weer: voor hem was het theater een verbeelding van de werkelijkheid die we onszelf inbeelden, eerder dan een weerspiegeling van de ‘echte’ realiteit, die we niet kunnen kennen. Provoost en Veldhuis haalden de mosterd echter vooral bij de mij onbekende Amerikaanse kunstenaar-cineast  Stan Brakhage. Het persdossier vermeldt dat licht het belangrijkste onderwerp van zijn films was. Ze schipperen tussen kleurvlekken en herkenbaar beeld. Volgens Brakhage kijken mensen doorgaans op een ‘voorgeschreven’ manier. Ze zijn getraind om licht te zien als iets dat weerkaatst op objecten, maar vergeten dat elke waarneming een scheppende daad is.

Dat is wat ‘SUN SET’ je vanaf nu verleidt om te doen. Met nauwelijks meer dan wat licht suggereert de voorstelling in wat volgt het ontstaan van de wereld. Oshin Albrecht helpt je daarbij heel af en toe nog op weg, maar het echte werk moet je zelf doen.

Het is opmerkelijk hoe sterk de voorstelling evolueerde sinds november. Waar toen nog complexe props nodig leken om een wereld te suggereren, doen de makers het nu met niets meer dan gordijnen en licht, maar merkwaardig genoeg doet dat je verbeelding veel meer op hol slaan dan die props.

Dat moet je echter zelf meemaken, want vermoedelijk zal niemand in dit tweede deel van de voorstelling nog hetzelfde ervaren of onthouden. Het briljante van de voorstelling is dat ze vertrekt van oude, bekende beeldformules waarin ‘licht’ voor een theatraal idee van ‘waarheid’ en ‘schepping’ staat om elders uit te komen. Ze laat ons zien dat we die werkelijkheid zelf produceren. Elke gelijkenis met bestaande personen of feiten is hier louter toevallig. In zekere zin toch.