Muziektheater

Zelle. When es dunkel wird. Jamie Man / Peter Stamm

Wanneer duisternis vaagheid wordt

‘Zelle. Wen es dunkel wird’ is een muziektheatervoorstelling, gecomponeerd en geregisseerd door de Londense componiste Jamie Man, naar een tekst van de  Zwitserse auteur Peter Stamm. Wat het werk wil zeggen zou ik niet heel precies kunnen zeggen. Ik lees achteraf dat het verhaal gaat over een politieagente die vermoedt dat een vrouw haar kinderen vermoordt heeft tot blijkt dat de gebeurtenissen zich vooral in haar hoofd afspeelden. Wat je vooral meekrijgt is een unheimliche sfeer, een bad van ongewone stemmen, klanken en beelden. 

Zelle. When es dunkel wird.
Pieter T’Jonck De Singel, Antwerpen meer info
10 oktober 2021

De voorstelling opent met beeld dat intrigeert, omdat het zowel spectaculair als ingetogen is. Het podium is gehuld in schemerduister. Je ziet net genoeg om vooraan een zittende figuur, gehuld in een wollige deken, te ontwaren. In de achtergrond schuiven plots grote koperplaten met afgrijselijk gekraak en geschuur omhoog en lichten dan op in het duister. Personages in latex pakjes schuiven tegelijk kleine klankkasten over het podium heen en weer. De figuur vooraan staat op, werpt zijn deken af en sleept een overstuurde elektrische gitaar met veel gedreun over het podium. Visueel en akoestisch is dat een donderslag, maar als performance blijft het heel klein: de spelers doen niets meer dan demonstreren hoe dat overrompelende geluid ontstaat.

Later ben je steeds minder zeker waar het geluid -van white noise tot percussie en gezang- vandaan komt, want technologie bemiddelt na dat eerste moment alles wat er gebeurt in de voorstelling. Dat werd voor mij, als toeschouwer, een soms onoverkomelijk probleem.

Er is namelijk een tekst, en die lijkt niet zonder belang. Je hoort een Duitse man -dat dacht ik toch, maar het zou dus om een vrouw gaan volgens de toelichting bij de voorstelling- mummelen over een verwaarloosd huis. Dan gaat het over kinderen die verdwenen zijn in de Karst, een bijzondere geologische formatie op de grens tussen Italië en Slovenië. Daar boomt de tekst vaak op door.

Die tekst is, zelfs als je Duits machtig bent, zo onverstaanbaar dat je aangewezen op het minuscule tekstpaneeltje bovenaan het podium om te begrijpen wat er gezegd wordt. Maar dat is zo moeilijk leesbaar dat het alle aandacht opzuigt. Zo kan je nauwelijks volgen wat er op het podium zelf gebeurt, zeker niet als een personage dan Japans spreekt.

Na korte tijd gaf ik het dan maar op om naar dat tekstpaneeltje te turen. Ik concentreerde me op het scènebeeld, de soundscape en de zang. Dat was zeker een boeiender ervaring, al was het maar omwille van de intrigerende lichtconstructies van Ezra Veldhuis: lichtbundels die snijden door dichte pakken rook, nevel en zelfs miezerige regen of getemperd worden door opblaasbare objecten. Je hoort ook vele stemregisters: de keelklanken van Jackie Janssens, de quasi vrouwelijke stem van contratenor Steve Katona en het dramatisch afgemeten, soms schrille Japans van Ryoko Aoki. Geluid dat in dicht opeen gepakte formaties van ruis en percussie op je afkomt. Met dan af en toe een flard verhaal die je via dat tekstpaneeltje toch meepikt.

Dat alles samen schept een troebele, verwarrende sfeer, ook al omdat de stemmen haast compleet losgekoppeld zijn van de performers en wegzinken in het klanktapijt. Slechts heel zelden kan je genieten van een moment waarop een zanger een letterlijk in zijn/haar lichaam te lokaliseren stem krijgt. Call me oldfashioned, maar voor mij werkt dat niet. Als de tekst niet te volgen valt wordt de uitvoering de essentie van de ervaring, toch? Als die dan oplost in veel duisternis, veel rook en tonnen technologische hocus pocus, wat blijft er dan over?

Ik bleef zitten met het vervelende gevoel dat deze voorstelling over alles en nog wat, gaat. Over ‘inbetweenness’, over ‘gekte’, of over de condition humaine. Of simpel uitgedrukt: over het feit dat we allemaal maar doen alsof we iets van het leven begrijpen, maar er uiteindelijk heel weinig vat op hebben. Dat is uiteraard waar, maar het is zo’n vaag programma dat het vage kunst oplevert. Daar heb je niet veel aan. Kunst moet scherp kiezen. Hoe progressief woorden als ‘inbetweenness’ ook klinken, dit is te vaak erg brave esthetiek om de esthetiek.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren