VOID Wim Vandekeybus / Ultima Vez
Waar niemand nog om lijkt te vragen: het onaangepaste individu
De domoor slaat zich op de kop en vindt een verbaasd genoegen in de galmende weerklank die dat produceert. Nog eens. Nog eens. Wat is er nog allemaal mogelijk met mijn lege trommelkop? De beginscène van ‘Void’, de meest recente voorstelling van Wim Vandekeybus en Ultima Vez, zet de toon voor een stuk waarin het lege vol blijkt en waarin dwang en genot pijnlijk tegen elkaar aanschuren.
De scène van ‘Void’ ziet er letterlijk leeg uit. Ze is gestript van gordijnen en coulissen, zodat de performers niet veel meer hebben dan zichzelf. Zoals de titel al stelt, benadert Vandekeybus het podium als leegte. Hij doet daar niks wereldschokkends mee, maar omcirkelt simpelweg de grondvoorwaarde voor elk podiumkunstwerk, namelijk: het podium of de theaterscène is een vrijruimte. Die vrijruimte waar alles mag en kan zou dan haaks staan op het dagelijkse leven waar regeltjes en normen onze bewegingsvrijheid inperken en stroomlijnen. ‘I will not go in there!’, huivert de grootmoeder-heks, wijzend naar een doos, een tiende van haar lichaam groot.
Echt ‘vrij’ komen de performers evenwel niet over. Ondanks het feit dat alle obstakels en verbodsborden die de buitenwereld kenmerken hier even niet gelden, stoten ze op één onoverkomelijk obstakel: zichzelf. De regels mogen dan wel tussen haakjes staan, het neemt de effecten ervan nog niet weg.
Een nieuw personage, type stout klein meisje, verschijnt op scène. Ze speelt met borden. Ze breekt de borden. Ze slingert de borden naar het publiek tot ze het podium afrollen – die durft. Vervolgens vraagt ze zich al stampend af wat verder te doen. ‘I don’t wanna be like my parents! I already broke all the plates!’ Stamp, stamp, stamp.
Hoe vrij zijn deze performers, wanneer die vrijheid inhoudt dat ze gedoemd zijn tot de karikatuur van zichzelf?
Het vergt precisie. De vrijheid die Vandekeybus in ‘Void’ opvoert, is geen ‘vrijheid om’, maar een ‘vrij zijn van’. De performers zijn niet zonder meer vrij om zichzelf te bepalen; ze zijn vrij van gedragsvoorschriften. Dat heeft als gevolg dat ze, eerder dan iets uit het niets te creëren, zich ongeremd laten gaan in hun ongepaste neigingen en verontrustende onhebbelijkheden. Dit psychologische vertrekpunt is kenmerkend voor Vandekeybus.
Een karikatuur van zichzelf
De performers leven teugelloos hun fantasieën uit. Waar hun bewegingen soms vast lijken te zitten in een kramp en enkel een geïsoleerd lichaamsdeel of een prutsende vinger uitdrukking geeft aan een frustratie, wordt op andere momenten en met veel kracht het hele lichaam in een grootse beweging meegenomen en bezetten de dansers de volledige ruimte. Voortdurend voelen we een dwingende en ondraaglijke aanwezigheid in hun lichamen. Er moet iets uit. Vandaar de vraag: hoe vrij zijn deze performers, wanneer die vrijheid inhoudt dat ze gedoemd zijn tot de karikatuur van zichzelf? Doen ze wel aan kunst als ze louter hun eigen symptomen ondergaan in plaats van zich erboven te verheffen?
‘Do you think we are all criminals?’, vraagt de grootmoeder-heks aan niemand specifiek. De personages in ‘Void’ delen allemaal iets ongehoords, maar belangrijker lijkt het genot dat ze daaruit putten. Het stoute meisje geniet van haar gestamp, de sekswerkster van het provoceren en vernederen. De heks windt zich op in haar kwaadaardige listen. Opwinden, daar lijkt veel in ‘Void’ om te draaien. De dansers bewegen zoals de grote doeken die als enige attributen zo nu en dan door de ruimte zweven. Het doek dat opgedraaid wordt, zoals frustraties worden opgehouden en opgedreven, tot men ze weer laat gaan. Het doek waaraan wordt gesnokt, als een zweep zijn eigen effect achterna gaat en dan traag, opbollend de beweging afmaakt.
Deze wisselwerking tussen remmen en doorslaan, aanzuigen en afstoten, kenmerkt het ritme van de hele voorstelling.
Deze wisselwerking tussen remmen en doorslaan, aanzuigen en afstoten, kenmerkt het ritme van de hele voorstelling. Daarbij onderscheiden de performers zich volgens een specifiek temperament dat eigen is aan hun bewegingen. De overtuigingskracht van de individuele performances ligt hem precies in de wijze waarop elke beweging, van banaal tot acrobatisch, een inwendig effect lijkt te zijn van dat temperament – niet van een extern opgelegde of ingeoefende score. Eigenheid of individualiteit veruitwendigt zich hier in een unieke wijze van gefrustreerd zijn. De ene danst in termen van woede, bij een andere heeft het iets pervers, bij een derde is het dramatisch of verwaand.
Gewaagde danspartners
Dat de performers niet als slachtoffers van zichzelf verschijnen, schuilt net in het genot dat ze lijken te vinden in hun frustratie. Het stoute meisje roept boos om aandacht en ondervindt dat ze roepen en stampen eigenlijk heel leuk vindt. (Zo ontstaat stampmuziek natuurlijk.) Uit het zich onaangepast laten gaan groeien vanzelf een ritme en dynamiek van genot. Waar de performers hun driften uitleven, stoten ze onvermijdelijk op een bepaalde grens aan dat uitleven. Wat doorslaat raakt ook weer vermoeid. Elke vorm van stilstand leidt op zijn beurt weer tot een nieuwe frustratie en beweeg-reden. De dansers remmen, ze steigeren, het genot raakt uitgeput, het slaat om en vraagt om verandering. Er ontstaat dans.
De dansers remmen, ze steigeren, het genot raakt uitgeput, het slaat om en vraagt om verandering. Er ontstaat dans.
Het is moeilijk niet te delen in het speelse genot van de dansers. Het individu verschijnt hier immers niet in het verlengde van een typische kritiek op het individualisme: het cliché van isolatie. De vervreemde die niet bij de ander raakt, omdat die nog minder bij zichzelf raakt en de ander niet eens meer opmerkt, zelfs niet als ze samen in één ruimte zijn. De individuen in ‘Void’ zijn door zichzelf geabsorbeerd, maar merken de anderen wel degelijk op. Ze zijn, zo door zichzelf bezet, gewoonweg niet door de ander geïntimideerd. Ze laten zich door de anderen niet van hun stuk brengen. ‘Void’ toont zes onaangepaste individuen die zich niet verontschuldigen of inhouden. Dat maakt hen niet tot antagonisten maar eerder tot gewaagde danspartners die, op momenten dat de respectievelijke ritmes en behoeften compatibel blijken, elkaar versterken, al liftend en pirouetterend.
Vandekeybus herinnert ons aan een individualiteit die niet zomaar valt binnen het plaatje van het huidige individualisme, waarin we al aaiend en paaiend door een idee van onszelf zijn geobsedeerd. Daartegenover staat namelijk een in-zichzelf-ondergedompeld-zijn, tot op het punt waarop men eigenlijk niet meer met zichzelf bezig is en er, botsend op de grenzen met de buitenwereld, een geheel eigen dans kan ontstaan.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz