Dans

Repeatclub Danaé Bosman / fABULEUS

Aanstekelijke energie

In ‘Repeatclub’, een voorstelling van Danaé Bosman voor fABULEUS geldt maar één regel: wie enthousiast is mag meedoen, met of zonder beperking, met of zonder ervaring. De energie van de voorstelling is, ook al door de score van Dijf Sanders, aanstekelijk. Zo aanstekelijk dat de idee van inclusie en verbinding wat uit beeld verdwijnt. 

Repeatclub
Pieter T’Jonck STUK, Leuven
19 april 2026

Dans was lang het domein van fysiek begenadigde performers die schijnbaar moeiteloos het onmogelijke aankunnen. Niemand zag de genadeloze discipline die dat vereiste. Dans stond zo model voor een samenleving die zweert bij normering en disciplinering. Wie niet aan de norm voldoet staat buitenspel. Het effect werkt zelfs door onder kinderen: wie niet op de speelplaats niet meekan, blijft aan de kant staan.

In de sixties groeide het verzet daartegen. Dansers als Steve Paxton of Yvonne Rainer maakten dans met alledaagse bewegingen. Iedereen welkom, of toch bijna iedereen. Pas recent wordt die logica tot in zijn uiterste consequentie doorgetrokken. Performers met een ‘beperking’, van welke aard ook, krijgen steeds vaker een plek op ‘echte’ podia. Organisaties als Platform K of het Scheldeoffensief zijn daarvan voortrekkers in Vlaanderen. Het leverde al sterke en ontroerende producties op, zoals recent ‘Ben & Vero’ van Benjamin Vandewalle en Veronique Mees of ‘Where is everybody’ van Thomas Hauert.

Het gaat niet om het tonen wat deze performers kunnen ondanks hun beperking maar om wat ze op een eigen, unieke manier kunnen bijdragen.

Eenvoudig is het echter niet. Het gaat immers niet om het tonen wat deze performers kunnen ondanks hun beperking – hoe ze dus toch kunnen meedraaien – maar om wat ze op een eigen, unieke manier bijdragen aan een voorstelling. Waarom ze het waard zijn gezien te worden. Dat is de definitie zelf van theater: tonen wat waard is om gezien te worden.

‘Repeatclub’ van Danaé Bosman voor fABULEUS is een poging daartoe. Bosman bracht een in alle opzichten diverse cast bij elkaar van negen jongeren tussen 15 en 22 jaar. Vier jongens en vijf meisjes, wit en van kleur. Eén ervan kampt met tics (Gilles de la Tourette is de wetenschappelijke naam), een andere met een gedeeltelijke verlamming door een hersenbloeding. Het duurt echter even voor je dat merkt. Het lijkt zelfs een non-issue, slechts één van de vele details die van een willekeurige groep jongeren een bonte, vrolijke bende kunnen maken.

Speelplaats

Het begin van de voorstelling doet me denken aan een speelplaats van een school. De witte vinylbanen van de dansvloer plooien achteraan het podium omhoog tot een geïmproviseerde zitbank of een verhoog om je even terug te trekken om zo zicht te krijgen op het gewoel. Verder is er enkel de lege vloer. De ene danser na de andere betreedt die, soms alleen, soms met twee. Ze begeven zich allemaal eerst naar achter, wat afwachtend. Het duurt echter niet lang of er vormen zich groepjes van twee die samen een kunstje uitproberen of elkaar ook als eens uitdagend aanstaren of aantikken.

De elektronische muziek van Dijf Sanders, met zijn schelle klanken en pompende ritme, jaagt een stroomstoot door de groep.

Plots jaagt de elektronische muziek van Dijf Sanders, met zijn schelle klanken en pompende ritme, een stroomstoot door de groep. Ze pikken elkaars bewegingen op in één grote choreografie. Als één blok zwermen ze unisono over de vloer. Het valt nauwelijks op dat Mila Maeckelbergh door een verlamming wat sleept met haar been. De dansfiguur sluit niemand uit. Van kadaverdiscipline is er evenmin een spoor: iedere performer geeft zijn eigen draai aan het materiaal. Deze figuur, die uitbarsting van collectieve energie, komt telkens weer voorbij, als een refrein.

Lang duurt zo’n unisono echter nooit. Altijd is er wel ergens eentje die toch weer uit de band springt en een eigen act op het getouw zet. Lisa Frencken bijvoorbeeld: klein van gestalte, maar één brok tomeloze energie. Of Nadia Nzeyimana die plots met deunende, zware stappen de ritmische baseline markeert.

Schoenen uit

Zowat halverwege de voorstelling trekt de hele groep zich terug op de bank achterin. De schoenen gaan uit. Maeckelbergh ontdoet zich ook van een steunverband. Vanaf dan komen de individuen sterker naar voren. Ferre Cortebeeck toont nu pas, in een indrukwekkende solo, volop wat hij in zijn mars heeft. Hij krijgt prompt een dansante repliek van Jorden Destrycker. Elodie Grunewald, altijd al wat de aanvoerder van de groep steelt minutenlang de show met haar soepele dans.

Tussendoor ontstaan er kleine scènes. Ook daar herken je de dynamiek van een speelplaats. Destrycker en Cortebeeck doen stoer tegenover elkaar terwijl Maeckelbergh aan de rand commentaar geeft. Van haar Engels begrijp ik weinig, noch waarom dit in het Engels zou moeten. Wat ik er wel uit haal is dat ze, door haar beperking, beter toekijkt dan de anderen en meer ziet.

Door de aanstekelijke energie van de performers is deze productie ook een showcase voor wat ze individueel in hun mars hebben.

In een andere scène gaat Gustav Dewaele plagerig aan de haal met de schoenen van Ran Couvreur, de jongste en meest frêle van de bende. Zij is geen partij voor hem, zeker niet als anderen mee gaan doen en ze wat wanhopig achter haar schoenen aanholt. Tot echte pesterij komt het echter niet, want als bij toverslag besluit de groep om haar op te tillen en vrolijk rond te dragen.

Dat alles maakt van ‘Repeatclub’ een leuke, luchtige voorstelling. Door de aanstekelijke energie van de performers is deze productie ook een showcase voor wat ze individueel in hun mars hebben. Maar meer ook niet. De voorstelling is daarvoor te weinig precies en gevoelig in de uitwerking van de connecties tussen de spelers en tussen spelers en publiek. Het is een aanzet, al smaakt ze naar meer.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz