Muziektheater / Performance

Babel Steve Salembier / Muziek LOD

Gedicht van een desolate stad

Na de voorstellingen ‘Bildraum’ (2014) over het huis en ‘In between violet & green’ (2017) over het landschap, schetst architect-theatermaker Steve Salembier in ‘Babel’ zijn portret van de stad. Op de klanklandschappen van ZONDERWERK, Linde Carrijn en Dijf Sanders, toont Salembier met videoprojecties van prachtig gedetailleerde maquettes een stad die stil valt. Het resulteert in een bezwerende, kabbelende denkoefening over de verhouding tussen mens en stad.

Babel
Jasper Delva Grote Post, Oostende
In het kader van het Festival van de architectuur
meer info
20 oktober 2021

Steve Salembier werd opgeleid als architect, maar is sinds 2014 met zijn ensemble Atelier Bildraum vooral actief als theatermaker, of juister, kunstenaar die werkt op het snijvlak van beeldende kunst en performance Dat merk je hier meteen. Een grote, metalen structuur staat aan de zijkant van het podium, op de vloer kartonnen dozen met daarop grote, veelal ronde maquettes. Ik zie meer dan tien bouwsels met onder andere een groot Apple-logo, parapluutjes en metalige buizen.

Dan gaat het licht uit en begint een klankband te lopen. Salembier, die zich eerst verschool in de schaduw van het metalen rek, loopt nu naar het midden van het podium. Een lichtje gaat aan. Hij richt een camera op een eerste maquette. Het beeld dat groot geprojecteerd wordt op de achterwand van de zaal toont een blauwgrijze massa van grootstedelijke wolkenkrabbers. De schaduwen van de maquette vallen er over, als bladeren van een boom die beschermt tegen de zon.

Salembier stapt vervolgens op het grote rek af. Dat heeft wat weg van een archiefkast. Stukje per stukje, steen voor steen als het ware, voegt hij maquettes, langwerpige bouwwerken die vooral uit raamkaders samengesteld zijn, toe aan de kast. Vervolgens laat hij een camera op een kraanstatief glijden langs de maquettes. Eerst van beneden naar boven waardoor je op het scherm gestapelde rechthoeken ziet, dan verticaal. Het ene na het andere appartementsblok verschijnt op het grote projectiescherm. Het detail is verbluffend, appartementen met bijhorend terras of zonder, gordijnen gesloten of open, met halve en kapotte luifels of zonneschermen, soms met tafeltjes, hier een daar zelfs asbak.

Salembier gaat traag maar gestaag verder. Één voor één brengt hij nu ronde maquettes naar de archiefkast en plaatst ze op een draaiend statief en zet er een camera op. Hij geeft ons een inkijk in lege ruimtes, salons gevuld met boekenkasten, lege slaapkamers, badkamers en keukens, desolate bureaus vol archiefkasten, tafels met rondslingerende papieren en computerschermen. Tegen dat draaiende statief staat een scherm met een typisch beeld vol wolkenkrabbers van een hedendaagse metropool. De combinatie van deze beelden verschijnt dan op het grote projectiescherm. Het resultaat van die verstrengeling van aparte beelden heeft een grote poëtische kracht. Het geheel is meer dan de som der delen.

Wat hier opvalt is de afwezigheid van bewoners. Geen mens te zien, niet achter de gordijnen of op de terrassen, niet werkend aan de tafels of kokend in de keuken. Niemand te zien, zelfs niet in de fotokaders die soms op de muren van de maquettes hangen. Net als in vorig werk is Salembier in ‘Babel’ de enige mens op het podium. Hij is echter geen acteur, maar eerder regisseur van de stad. Het zijn de gebouwen die spelen, tonen, vertellen. Al moet het gezegd worden, die maquettes ontstonden wel dankzij het harde werk van een twintigtal architectuurstudenten die met oog voor veel detail de acteurs tot leven lieten komen. Toch vormt de vraag zich in mijn hoofd. Waar is iedereen? Thuis door de pandemie? Of van de aardbol gevaagd door de natuur? Je blijft als toeschouwer in het ongewisse.

Alles blijft langzaam, gestaag, rustig draaien. Ik word meegezogen in op en neer gaande beeldgolven van desolate ruimten getekend door wat nog het best omschreven kan worden als langzame afbraak en verval. Toch is doemdenken niet aan de orde. Salembier toont vooral de schoonheid die daarvan uitgaat. Een schoonheid die je kan ontwaren dankzij de gezapige werkwijze van Salembier. Keer op keer brengt hij een maquette van de kartonnen doos waar ze opgesteld staan naar het metalen rek, richt er dan een camera op en zet nadien de maquette weer op zijn plek. Zo krijg je tussen de beelden door tijd en ruimte om het geziene een plek te geven, tot je door te laten dringen.

Het is alsof ik deel uit te maak van een ritueel, een meditatie. Dat gevoel wordt nog versterkt door de klanken van ZONDERWERK, het geluidscollectief van Linde Carrijn en Dijf Sanders. Kabbelende, golvende klanken en texturen in repetitieve patronen doen denken aan Aziatische muziek en cultuur. De soundscape, tegelijk melodieus en machinaal, doet denken aan Japanese environmental music, een stroming van ambient artiesten uit Japan in de jaren 80 die background of functionele muziek maakten voor publieke ruimtes als winkelcentra en zich daarbij lieten inspireren door de architectuur van de ruimtes waarvoor ze muziek maakten. De rustige, maar tegelijk suggestieve geluiden verrijken de meditatieve oefening die Salembier ons presenteert en versterken de sfeer van verlatenheid en vertraging.

De voorstelling gaat rustig verder, draaiend, zachtjes meanderend als een Japans waterornament. ‘Babel’ heeft geen apocalyptische toon, ondanks de duidelijke afwezigheid van mensen en de vele tekenen van verval. Eerder draagt het een zekere tristesse of melancholie in zich. Een verlaten wereld, zonder enig teken van leven, mooi en ontroerend in beeld gebracht. ‘Babel’ heeft geen woorden nodig. De poëzie van de desolate ruimten en achtergelaten materialen doet genoeg.

Maar dan, plots, verandert de muziek van toon en klinkt ze meer onheilspellend. Er volgen knallen, eerst als vuurwerk op Nieuwjaar, daarna meer als oorlogsgeluiden. Tegelijk zien we beelden van een ruimte met constant veranderende beursgetallen op de muur, het eerder genoemde Apple-logo, neon reclameborden, een verlaten bureauruimte die zo uit Amerikaanse series als ‘Suits’ of ‘Succession’ kan komen. De beelden, die herinneren aan het apocalyptische toekomstvisioenen van de jaren 80 en 90 in films als ‘Bladerunner’ en games als ‘Bioshock’, doen vermoeden dat het kapitalistisch systeem er de oorzaak van is dat deze wereld verlaten werd.

Zit de mens vast in zijn collectieve drang naar groei en grootte? De boodschap van Salembier lijkt duidelijk. Onze exponentieel stijgende megalomanie en roofbouw is nefast voor de aardbol waarop we leven. Maar het doet ook nadenken over wat daarna. Wat alles plots stil valt? Wat blijft er over als wij er niet meer zijn? Wat na onafwendbare catastrofe? De voorstelling, bijzonder om naar te kijken, vooral door het technisch vernuft, cirkelt, net als onze aardbol, aan het einde terug naar het beginbeeld. Nu zien we echte takken. Het doet me verder mijmeren, maar dan vooral over een misschien wel noodzakelijk veranderen en vertragen.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren