Toneel

Zomergasten Camping Sunset

Zomergasten in overdrive

‘Zomergasten’ van Maxim Gorki kan je op twee manieren spelen. Of je neemt de personages en hun ellende ernstig. Dan heb je drama. Of je merkt dat al hun lijden ‘much ado about nothing’ is. Dan krijg je een bijtende klucht. Het jonge ensemble ‘Camping Sunset’ kiest voor de klucht. Met zichtbaar spelplezier. Dat compenseert de wat rammelende opbouw ruimschoots. 

Zomergasten
Pieter T’Jonck de 'Lubeck', Lubeckstraat Gent
Theaterfestival 2019
meer info
28 augustus 2019

De idee achter het collectief ‘Camping Sunset’ is simpel. Als pas afgestudeerde acteur heb je podiumervaring, en dus een publiek, nodig om te groeien. Dat werkt helaas maar als je lange reeksen kan spelen, zodat stukken zich kunnen ‘zetten’. Maar zoek maar eens een schouwburg die dat risico neemt. De oplossing: zelf een schouwburg maken, desnoods in open lucht. In dit geval met de gulle steun van het Theaterfestival, die de voorstelling opnam in de sectie ‘Jong werk’.

In de vroegere haven van Gent, ver buiten het centrum, sloeg ‘Camping Sunset’ op een verlaten industrieterrein letterlijk haar tenten op. Ze repeteerden er twee weken, en spelen er nu drie weken. In open lucht. De vloer van een afgebroken gebouw en een verwilderde tuin zijn de speelvloer. Een rij oude werfketen en enkele spots dienen als decor. De tribune is een primitief houten schavot met plooistoeltjes. Meer low-fi kan niet. Maar het werkt.

In ‘Zomergasten’ maken twaalf personages één na een hun opwachting op de datsja van de rijke Brasov (Bjorn Floréal). Een ding hebben ze allemaal gemeen: of ze nu schrijver, zakenman, zuipschuit, dokter of huisvrouw zijn: ze zijn o zo ontevreden. Over hun leven, hun echtgenoot of echtgenote, de erkenning die ze krijgen, hun werk, of dat alles tegelijk. Alleen Brasov lijkt daar niet onder te lijden. Maar hij smult dan weer wel van de slippertjes die anderen maken.

Maar al twijfelen de personages aan het leven, ze zijn te krachteloos of leeg om er iets aan te doen. Hun geklaag is vooral aanstellerij. Olga (Louise Bergez), een moeder van vier kinderen, spant daarin de kroon. Ondertussen hopen  ze allemaal dat iemand (of iets) anders hun probleem zal oplossen.

Zo prijst Marja (Eleonore Van Godtsenhoven) ‘het hogere doel’ aan, maar als de jonge Vlas (Arne De Tremmerie) haar een kans biedt met zijn liefde-aanzoek, loopt ze hard weg. De schrijver Sjalimov (Flor van Severen) hoopt op een jonger lezerspubliek, maar zit in afwachting vooral achter vrouwen aan. De enige die haar waardigheid bewaart is, naast Vlas, Brasov’s echtgenote Varvara (Carine Van Bruggen). Ze trapt het op het einde van het stuk dan ook af.

Dat is maar een greep uit de ettelijke verhaallijnen in dit stuk, waarin druk van partner en overtuiging gewisseld wordt. Een wrange deurenkomedie dus, want alles blijft  bij het oude. Waar hadden die mensen ook over te klagen: in het Rusland van 1905, toen het stuk uitkwam, behoorden deze fijne lieden tot hogere klassen. Hun ellende kwam niet voort uit ontbering, maar uit verveling. Hoogstens werden ze gekweld door de onzekerheid of hun luilekkerleven nog van lange duur was.

Die attitude is de hedendaagse West-Europeaan maar al te bekend. Als wrange komedie kan je het stuk daardoor zonder veel omwegen actualiseren door de typetjes uit 1905 te vervangen door hun hedendaagse tegenhangers, zoals de verongelijkte ‘zakenman’ en sjoemelaar Soeslov (Aimé Claeys) en zijn verveelde echtgenote Joelja (Lucie Plasschaert) of de even verongelijkte ziekenhuisdokter Doedakov (Jesse Vandamme). Dat is precies wat hier gebeurt.

Dat heeft zijn voordelen. De acteurs worden nooit helemaal hun personage, maar dragen het zo’n beetje voor zich uit, als een kostuum dat ze wel eens willen proberen zonder er ooit voluit voor te kiezen. Je blijft altijd de speler achter het personage zien. Als het lukt wordt dat interessant, omdat dan in één en dezelfde persoon een sociale figuur, met alle bijhorende tics en vuile streken, en de kritiek erop elkaar overlappen. Dat dubbelhartig spelen laat de spelers ook toe om het publiek voortdurend, soms zeer direct, bij de gebeurtenissen te betrekken. Niet zelden wordt het naar zijn mening gevraagd of op zijn nummer gezet (en niet alleen als er weer maar eens een telefoon afgaat).

Je blijft altijd de speler achter het personage zien.

Een aantal acteurs zijn daar meesterlijk in. Een onvergetelijk moment is de entree van Olga. Zowat de hele bende verzamelde zich al op een bankje aan de rand van de speelvloer als zij opduikt, met een kookpan vol water in de handen. Ze hapt naar adem, sluit haar ogen en kiepert de pan over haar hoofd uit. Als een verzopen hond stapt ze dan de kring binnen om zich meteen overvloedig te excuseren voor haar miezerige verschijning. Zonder onderbreking zeurt ze daarna door over de kinderen die haar het leven onmogelijk maken. Tot ze abrupt stopt, en het gezelschap excuus vraagt voor haar weinig boeiende persoontje. Ondertussen is het echter overduidelijk dat ze er wanhopig naar verlangt gezien te worden, ook als er niet zoveel te zien is. Maar dat is niet haar schuld, maar die van 'de anderen'. 

Die onmiskenbare overdrijving is hier meer dan een typetje spelen: ze hoogt de psychologische finesse van Gorki’ s tekst op in schrille, maar goed gekozen kleuren. De Olga van Louise Bergez is geen uniek geval. Mitch Van Landeghem schetst even precies, in een verbluffend overtuigende travestierol, de licht hysterische burgerlijke idolatrie voor kunst en poëzie van Kaljerija. Hij doet dat echter veel onderkoelder. Arne De Tremmerie’ s Vals geeft Kaljerija dan weer uitzinnig weerwerk met ‘schandalige’ nonsenspoëzie waar zelfs Arthur Rimbaud een puntje aan had kunnen zuigen.

Flor Van Severen blijft daarnaast heel het stuk door een overtuigende Don Juan, voor wie geen zee te hoog gaat om zijn doel te bereiken. Met als climax een briljante trouvaille.  Als hij tegenover Varvara, ooit dolverliefd op hem, komt te staan knoopt hij tergend langzaam zijn broek open,. Niet om zijn lul boven te halen -wat je als vanzelf verwacht- maar om een boeketje bloemen uit zijn broekspijp te vissen. Hilarisch, en psychologisch veelzeggend.

Tegenover deze goed getroffen karikaturen -en zo zijn er nog meer- staan Varvara en Marja. Daar valt geen karikatuur van te maken, want ze zijn het ook in Gorki’s tekst niet. Beide vrouwen staan voor iets wat destijds nog geen vaste sociale vorm had en dat misschien nog steeds niet heeft: vrouwen die de armoede van het sociale spel doorzien, en weigeren er nog deel van uit te maken. Het verschil tussen beiden is enkel dat Marja terugdeinst voor de ultieme conclusie -opstappen- die Varvara wel trekt.

Het pleit voor deze enscenering dat dit ook overduidelijk blijkt uit de invulling van deze twee personages: Van Godstenhoven en van Bruggen zijn de enige acteurs die in hun rol gaan staan, die de woorden die ze zeggen ook lijken te onderschrijven of minstens sympathiek bejegenen. Het zijn ook de enigen die wars zijn van overdrijving en karikatuur. Het zijn, kortom, geen typetjes. Ze staan daar min of meer voor zichzelf, zij het met woorden ontleend aan Gorki.

Daarmee komen we ook bij de zwakte van deze enscenering. Ze vindt maar moeizaam een evenwicht tussen sérieux en overdrijving. Soms verzuipt het psychologisch-sociologisch raffinement van de tekst in een pure, en al bij al oninteressante, karikatuur. Zowel Bjorn Floréal als Loes Swaenepoel -in de rol van de verlopen Rjoemin-bezondigen zich daar, niet als enigen trouwens, aan. Ze brengen nummertjes, die de al erg broze dramaturgische lijn in het stuk zelf verder ondergraven.

Dat blijkt vooral in de laatste bedrijven, als Gorki alle losse verhaallijnen die hij in de eerste bedrijven zo listig uitzette van een conclusie wil voorzien. Ook al schrapte het ensemble fors in de dialogen, het ritme zakt op dat moment stilaan weg, en voor een komedie, zelfs een wrange komedie, is er niets dodelijker dan dat. Het stuk moet zich nog ‘zetten’ dus. Maar vermits je voor de prijs van één voorstelling drie keer mag gaan kijken heb je kans genoeg om daar getuige van te zijn. Afgaand op de aftrap op de eerste avond is dat zeker geen verloren tijd. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren