Toneel

Cosmic Drama Philippe Quesne

Stop met fabuleren

‘Cosmic Drama’ van Philippe Quesne is van alles wat: een space opera, een western in de ruimte, een ecologisch sprookje, een somber toekomstvisioen. Maar vooral misschien: een verbeelding van het onvermogen van mensen om de wereld te zien zoals ze is. De wereld is voor ons een verhaal. Maar het zou wel helpen als we niet langer verwachten dat elk verhaal een happy end heeft. De wereld lijkt steeds minder op Hollywood. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Cosmic Drama
Pieter T’Jonck Theater Basel, CH meer info
13 oktober 2021

‘Cosmic Drama’ begint meer dan spectaculair. Tegen het zwarte uitspansel van het heelal flitsen meteoren aan grote snelheid voorbij, de verte tegemoet. Overdonderende orkestmuziek begeleidt hun gang naar het oneindige.  De illusie is haast zo sterk als in een film als ‘2001, a Space Odyssey’.

In die meteorenregen licht een enorm, groenig rotsblok op. Het hangt onnatuurlijk bewegingloos tussen de voorbij schietende rotsblokken. Het duurt even, maar dan zie je dat dit rotsblok geen filmbeeld is, maar een reëel ding, een decorstuk. Tijd om de vierde wand te desactiveren hoor je iemand zeggen. En inderdaad gaat het projectiegaas dan omhoog.

Pas dan zie je dat het groenige rotsblok de neanderthaler versie van een ruimteschip voorstelt: een holle rots die doorgezaagd werd zodat je het interieur ervan ziet. Het is uitgerust met primitieve britsen. Holtes boven- en onderaan bieden een uitweg. Was het niet dat het blok zweefde, het had perfect in een ouderwets natuurhistorisch museum kunnen figureren als een voorstelling van de habitat van de vroegste mens.

Niet dus: de vijf figuren die hier hun intrek namen zijn uitgerust met hoogtechnologische pakken met lichtgevende brillen. Ze hebben een verhaal: ze zijn de aarde ontvlucht toen ijsbergen vuur vatten door ondraaglijke hitte die vuurstormen veroorzaakte. Hier ontstaat meteen een huizenhoog conflict tussen wat je ziet en wat er gezegd wordt. Hoe maak je een ruimtereis in een holle meteoriet die aan alle kanten gaten vertoont?

Dat is slechts aannemelijk omdat de beeldformule als twee druppels water lijkt op die van sciencefiction films waarin de personages schijnbaar moeiteloos de meest barre buitenaardse landschappen doortrekken en bewonen. Of nog: Philippe Quesne vertelt geen verhaal, maar toont hoe verhalen door eindeloze herhaling een schijn van waarschijnlijkheid krijgen.

‘Cosmic drama’ is daardoor fundamenteel ironisch: zelfs als de vierde wand officieel opgeheven is, blijft ze eigenlijk ten volle werkzaam. We kijken toe, maar we zien niet wat er werkelijk gebeurt. De voorstelling lijkt daardoor sprekend op de klimaatcrisis: we stellen vast dat ze er is, maar toch blijven we denken dat ze ‘bij ons’ niet echt zal toeslaan, en zo ja, toch wel weer zal overwaaien.

Het komische -en navrante- van deze voorstelling is dat ze onvermoeibaar, en in elk denkbaar register zijn eigen artificialiteit -maar daarmee ook het artificiële van onze wereldvoorstelling- onderuit probeert te halen, maar daarmee ook toont dat we daartoe veroordeeld zijn. We kunnen ons het einde niet voorstellen.

We kunnen ons eigenlijk zelfs niet eens voorstellen dat de werkelijkheid zich geen bal aantrekt van de mens, en er zelfs geen weet van heeft. Hoe je dat ziet? De vijf astronauten verzinnen zichzelf een missie: ze willen de bedreigde asteroïden redden. Die zijn er volop op het podium: onregelmatige blokken van papier mâché die aan kabels op een neer bewegen boven de vloer. Sommige komen nauwelijks van de grond. ‘Ze zijn depressief’ besluiten onze ruimtevaarders met een missie.

Het is het begin van een reeks absoluut hilarische scènes. Het begint met een innige omhelzing: ‘we gaan dit eendrachtig doen, we gaan geen ruzie maken’. Waarop een ruzie uitbreekt. Even hilarisch: het moment waarop de ruimtevaarders ook in de touwen hangen, letterlijk, ‘om te voelen wat het is om een asteroïde te zijn’. Evergreens als ‘Blue moon’ van Elvis Presley of de ‘Mondschein sonate’ van Ludwig van Beethoven gieten daar een vette emotionele saus over. En dan hadden we het nog niet over de asteroïde die gered wordt van een zekere dood, van het ruimtemannetje dat plots opduikt of van de middeleeuwse vroedvrouw die wijsheden verkoopt over deze gesteenten.

‘Cosmic drama’ evolueert zo tot een compleet doorgedraaide identificatie met een materiële realiteit die ons totaal onverschillig is. Een carnaval van de werkelijkheid, daar lijkt de voorstelling geregeld op. Een absurde commedia dell’ arte, die dan omslaat in pseudo-dramatiek.

Als de zieke asteroïden gered zijn willen de ruimtevaarders bijvoorbeeld weer vertrekken, maar één van hen besluit dat hij ter plaatse wil blijven, omwille van zijn verantwoordelijkheid tegenover de asteroïden. Al  zou je dan niet meer weten wat ‘ter plaatse’ hier nog betekent.

Maar natuurlijk: er zijn legio films, westerns in het bijzonder, waarin een held achterblijft terwijl zijn vrienden nieuwe horizonten opzoeken. Het is een formule, die lijkt op een oplossing, op een heldhaftige daad. Maar het betekent niets. Helemaal niets.

Behalve dan dat de voorstelling dat ‘niets’ omschrijft. Ons op een quasi-absurdistische, maar wezenlijk bloedernstige manier erop wijst dat we ons door onze eigen verbeelding in de luren laten leggen als we willen begrijpen wat er echt op ons afkomt. En dan gaat het niet alleen over verdwaalde asteroïden.

Eigenlijk is zelfs dat geen juiste conclusie: de voorstelling toont dat onze verbeelding gekaapt is door een bizar soort sentimentele, antropocentrische  romantiek die ons belet de dingen te zien als wat ze zijn: we leven niet in een Hollywood drama, maar in een catastrofe in wording. Op het eerste gezicht is ‘Cosmic drama’ een jolige spielerei met scifi, maar eigenlijk is de boodschap bloedernstig: we moeten stoppen met fabuleren volgens romantische, door Hollywood uitvergrote sjablonen.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren